Tuchtklachten: voorkomen en sturing nu al mogelijk

VvAA: ‘Zet tuchtrecht in voor die situaties waarvoor het is bedoeld’

8 mei 2019 - De laatste weken is er weer veel aandacht voor de wens van veel artsen en zorgverleners om het tuchtrecht bij te stellen. Zo gaven ook de FMS en de LHV aan in gesprek te gaan met de KNMG en tuchtcolleges over dit onderwerp. Veel artsen ervaren nu ‘willekeur’ in welke klachten bij de tuchtrechter belanden en welke niet. De behandeling van een tuchtklacht trekt een zware wissel op een zorgverlener.
 
De juristen van VvAA verlenen juridische bijstand in een groot deel van de tuchtklachten tegen artsen en zorgverleners. Zij zien dat tuchtklachten in veel gevallen niet bijdragen aan het primaire doel van het tuchtrecht: het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de zorg. De behandeling van een tuchtklacht heeft een enorme impact op de zorgverlener; óók als klachten uiteindelijk ongegrond verklaard worden. VvAA pleit dan ook voor een bijstelling van het tuchtrecht die bijdraagt aan de kwaliteitsdoelstellingen van het tuchtrecht en die de negatieve gevolgen voor zorgverleners zoveel mogelijk beperkt. 

Echter, óók binnen de huidige regeling in de Wet BIG zien we al diverse mogelijkheden om ervoor te zorgen dat het tuchtrecht vooral ingezet wordt in gevallen waarvoor het bedoeld is. Oftewel: het voorkomen en sturen van tuchtklachten is nu al mogelijk.

De belangrijkste instrumenten om binnen de huidige wettelijke regeling te sturen:

1) Verwachtingsmanagement

Sinds 1 april 2019 beschikt ieder regionaal tuchtcollege over een onafhankelijke tuchtklachtfunctionaris, aangesteld door de overheid. De tuchtklachtfunctionaris heeft als taak de klager te adviseren over wat hij het beste met zijn klacht kan doen. Zo kan de functionaris een klager bij onvrede over communicatie, of bij behoefte aan een schadevergoeding, wijzen op de laagdrempelige klachtafwikkeling op grond van de Wkkgz- klachten- en geschillenregeling. 

Bij deze adviestaak hoort óók dat de klager reële verwachtingen krijgt van een tuchtprocedure. Ten aanzien van het doel én ten aanzien van de belasting voor de klager zelf. 

2) Bemiddeling

Besluit de klager de tuchtprocedure voort te zetten, dan kan de tuchtklachtfunctionaris hem informeren over de mogelijkheid de hoorzitting in het vooronderzoek te benutten voor ‘bemiddeling’. Zo kan de tuchtprocedure in een vroeg stadium voor alle partijen op een bevredigende manier worden afgehandeld. In de praktijk blijkt een bemiddeling vooral van toegevoegde waarde bij klachten over de bejegening of behoefte aan genoegdoening. Denk aan excuses of een vergoeding. En dat is nu juist een type klacht dat we in de praktijk vaak zien. Hier kan een tuchtklachtfunctionaris dus voor alle partijen een belangrijk en positief verschil maken.

3) Voorzittersbeslissing in eenvoudige zaken

Sinds 1 april 2019 is de voorzitter van het tuchtcollege bevoegd om bepaalde klachten, zoals die van gering gewicht of bij evidente ongegrondheid, zelf af te wikkelen. Daarmee weet de aangeklaagde zorgverlener snel waar hij aan toe is en wordt hem een openbare behandeling van de klacht bespaard.

4) Bestaande aanbevelingen voor betere werking tuchtrecht

Tijdens het tuchtrechtssymposium op 12 december 2018, een initiatief van gz-psycholoog Martin Appelo, deelden zorgverleners hun ervaringen met het tuchtrecht, óók met leden van tuchtcolleges. Met steun en input van VvAA formuleerden zij op basis hiervan aanbevelingen voor een betere werking van het tuchtrecht en bevordering van het vertrouwen van zorgverleners.

Appelo liet weten dat er een vervolg op het tuchtrechtsymposium komt, waarin de aanbevelingen worden uitgewerkt. Deze aanbevelingen, voor zover ze betrekking hebben op het functioneren van de tuchtcolleges, kunnen een goede basis bieden voor de gesprekken van de LHV en FMS met de KNMG en de tuchtcolleges.

Wat valt er te winnen in de voorfase?

5) Investeren in communicatie over onvrede en incidenten

De kans op een tuchtklacht is groter als een patiënt zich niet gehoord voelt, weinig betrokkenheid of openheid ervaart of de indruk krijgt dat de zorgverlener niets geleerd heeft. Een substantieel deel van de tuchtklachten is dan ook terug te voeren op de gebrekkige communicatie van zorgverleners die de klagers ervaren. In deze gevallen kan het risico op een tuchtklacht worden beperkt door zorgverleners (nog meer) te trainen in de communicatie met patiënten bij onvrede of als er iets misgegaan is in de zorg.

Daarnaast is de beschikbaarheid van adequate ondersteuning voor zorgverleners, al in het vroegste stadium van een klacht of onvrede van een patiënt, noodzakelijk. Zodat zij worden geholpen om zich optimaal professioneel op te stellen, ondanks de emotionele impact en de angst voor juridische gevolgen. Denk aan een helpdesk, waar ze terecht kunnen voor praktische tips voor een gesprek, adviezen over hun juridische positie en verwijzing voor ondersteuning door collega’s (peer support).

De ervaring bij de Juridische helpdesk voor leden van VvAA is dat de meeste zorgverleners vaak (juridische) hulp en ondersteuning zoeken, als zij al een tuchtklacht hebben ontvangen of soms zelfs pas als zij een uitnodiging hebben ontvangen voor een openbare terechtzitting.

6) Optimaal benutten van klachtenregeling van de Wkkgz

Het komt nog al eens voor dat een tuchtklacht ingediend wordt, zonder dat gebruik is gemaakt van de klachtenregeling van de Wkkgz. Dat is een gemiste kans. Deze regeling biedt een snelle en laagdrempelige oplossing voor klachten, die te maken hebben met de bejegening, of waar een behoefte aan een genoegdoening ten grondslag ligt. Zorgverleners kunnen zelf patiënten adviseren gebruik te maken van de Wkkgz-klachtenregeling, bijvoorbeeld wanneer een patiënt niet openstaat voor een gesprek of behoefte heeft aan het oordeel van een onafhankelijke instantie.

De Wkkgz-klachtenfunctionaris kan in die gevallen desgewenst een bemiddelende rol spelen in een gesprek of een patiënt informeren over de verschillen tussen de procedure bij de geschillencommissie en het tuchtcollege.

Daarnaast is het uiteraard aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en aan tuchtklachtfunctionarissen bij tuchtcolleges om patiënten met een klacht te attenderen op de Wkkgz-klachtafwikkeling. Zéker in de gevallen waarin het de patiënt niet zozeer te doen is om een uitspraak over de kwaliteit van de zorg. Bovendien zijn maatregelen nodig ter vergroting van de bekendheid van de Wkkgz-route bij patiënten. Hier is niet alleen een taak weggelegd voor het Ministerie van VWS, maar ook voor beroeps- en patiëntenorganisaties.

Wat kunnen zorgverleners verder van VvAA verwachten?

  1. Training en coaching: zorgverleners beter voorbereiden op klachten en handvatten geven om deze zoveel mogelijk te kunnen voorkomen en/of beter te kunnen sturen.

  2. Ondersteuning: VvAA wil – zoveel mogelijk samen met beroepsorganisaties - bevorderen dat zorgverleners meer gebruikmaken van ondersteuning voorafgaande aan een tuchtprocedure. Denk aan een helpdesk, waar zij terecht kunnen met praktische en juridische vragen, tips voor gesprekken en verwijzing voor peer support.

  3. Investering in de verdere ontwikkeling van tuchtrecht - VvAA blijft in samenwerking met beroepsorganisaties investeren in de verdere ontwikkeling van tuchtrecht. Bijvoorbeeld door het leveren van input aan gesprekken met tuchtcolleges, bijdragen aan tuchtrechtsymposia en kennisdeling met tucht- en Wkkgz- klachtenfunctionarissen.
Jurist Annemarie Smilde | VvAA

Annemarie Smilde

Ik help u aan praktische oplossingen voor uw zorgen over wet- en regelgeving


Mijn expertise:

Gezondheidsrecht


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  06 - 50 74 23 38

contactformulier  Stuur uw bericht