‘Je hoeft niet in hetzelfde pand te zitten om elkaar goed te vinden’
Apotheker Susan Vrenken en huisarts Karlijn klein Breteler werken al jaren samen in Mill. Hun apotheek en huisartsenpraktijk zitten niet in hetzelfde gebouw, maar dat staat een hechte samenwerking niet in de weg. Sterker nog: volgens hen draait goede samenwerking niet om fysieke nabijheid, maar om korte lijnen, vertrouwen en elkaars expertise benutten.
Apotheker Susan Vrenken en huisarts Karlijn klein BretelerVrenken (58) werkt sinds 1996 als apotheker en zag haar vak in de afgelopen decennia sterk veranderen. ‘Vroeger was het werk veel technischer. We maakten bereidingen en kenden de voorschriften uit ons hoofd. Nu draait het veel meer om begeleiding en communicatie met patiënten.’ Ook van apothekersassistenten wordt daardoor iets anders gevraagd. ‘Als ik nu mensen aanneem, moeten ze goed kunnen praten met patiënten. Dat is echt een verschuiving in het vak.’
klein Breteler (42), huisarts en huisartsopleider, merkt dezelfde ontwikkeling. ‘Zorg wordt steeds complexer. Je kunt niet alles meer alleen overzien. Juist daarom is het belangrijk dat je elkaar weet te vinden en openstaat voor elkaars expertise.’
De samenwerking tussen huisarts en apotheek ontstond volgens beiden vanzelf. ‘Je hebt een dorp, huisartsen en een apotheek. Je bent van elkaar afhankelijk,’ zegt klein Breteler. ’Wat wij voorschrijven, moet de apotheek leveren. En wat wij of de apotheek aan patiënten communiceren, heeft direct invloed op elkaar.’
Je kunt niet alles meer alleen overzien. Juist daarom is het belangrijk dat je elkaar weet te vinden en openstaat voor elkaars expertise.
Openstaan voor expertise
Volgens Vrenken helpt het dat Mill en omstreken overzichtelijk zijn. ‘We werken met een beperkt aantal partijen. Dat maakt het makkelijker om elkaar te vinden.’ Toch benadrukt klein Breteler dat goede samenwerking niet alleen iets is voor kleinere gemeenschappen. ‘Ook in steden werk je vaak wijkgericht samen. Het belangrijkste is de intentie om elkaar te vinden en open te staan voor elkaars expertise.’
Die expertise is volgens haar hard nodig. ‘Natuurlijk heb ik kennis van medicatie, maar er zit een grens aan die kennis. Op farmacotherapeutisch gebied kan ik echt leren van een apotheker.’ Vrenken herkent dat. ‘Wij zijn continu bezig met het optimaliseren van behandelingen. Als iets farmacotherapeutisch niet optimaal loopt, is het belangrijk dat je laagdrempelig en efficiënt met de voorschrijver kunt schakelen.’
Leveringsproblemen
Die korte lijnen helpen om onnodige ruis voor patiënten te voorkomen. Leveringsproblemen van medicijnen zijn daar een goed voorbeeld van. ‘Als een medicijn niet leverbaar is, is het voor ons als huisartsen vaak lastig om te beoordelen wat precies het probleem is’, zegt klein Breteler. ‘Is het landelijk niet leverbaar of speelt er iets anders? Dat weet de apotheek beter. Dan wil je voorkomen dat de patiënt moet pingpongen tussen balies.’
Vrenken ziet daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. ‘Patiënten gaan twijfelen als verschillende zorgverleners iets anders zeggen’, zegt Vrenken. ‘Daarom helpt het enorm als je als huisarts en apotheek één lijn kunt trekken. We kunnen daar altijd nog beter in worden, maar doordat we al lang samenwerken, is er veel vanzelfsprekend geworden.’
Een ander voorbeeld is het afbouwen van opiaten. ‘Dat werkt goed als huisarts en apotheek samen optrekken’, zegt Vrenken. ‘Als de huisarts en apotheek hetzelfde signaal afgeven, versterkt dat elkaar. Soms hebben patiënten net die extra activeringsenergie nodig en ze voelen dan dat er gezamenlijk naar hun situatie wordt gekeken.'
Ook rond herhaalreceptuur en medicatierollen (een strook met plastic zakjes waarin medicijnen op maat zijn verpakt) zijn duidelijke afspraken belangrijk. klein Breteler: ‘Daar maak je samen afspraken over, zodat wijzigingen goed worden verwerkt en iedereen met dezelfde informatie werkt. Dat blijft een continu proces.’
Patiënten gaan twijfelen als verschillende zorgverleners iets anders zeggen. Daarom helpt het enorm als je als huisarts en apotheek één lijn kunt trekken.
Zorg wordt complexer, dus samenwerking belangrijker
Voor de toekomst zien beiden kansen om de samenwerking verder te verdiepen. Vrenken denkt aan betere communicatie rond patiëntbegeleiding, bijvoorbeeld bij complexe medicatie, obesitasmedicatie of patiënten die moeite hebben met lezen of thuis veel problemen ervaren. ‘We willen de behandeling van de huisarts niet doorkruisen, maar juist aanvullen en versterken.’
Juist doordat zorg complexer wordt en meer partijen betrokken zijn, zien beiden samenwerking steeds minder als iets extra’s naast de zorg, maar als een randvoorwaarde voor goede zorg. De kern zit daarbij niet in méér overleg, maar in elkaar kennen, elkaar vertrouwen en weten wanneer je moet schakelen. Elkaar kennen, elkaar vertrouwen en elkaars rol respecteren. Vrenken: ‘Je hoeft elkaar niet bezig te houden om elkaar bezig te houden. Het moet zinvol en efficiënt zijn.’ klein Breteler vat het samen: ‘We hoeven niet alles zelf te weten of op te lossen. Juist daarom heb je elkaar nodig.’
Zo helpen wij samenwerkingsverbanden
Regionale samenwerkingsverbanden staan vaak voor complexe keuzes: organisatie, governance, juridische structuren en risico’s. Wij ondersteunen samenwerkingsverbanden én aangesloten praktijken met advies, uitvoering en opleidingen. Van bedrijfsvoering en juridisch advies tot verzekeringen en praktijkondersteuning.
Meer lezen?
Niet vóór, maar mét de zorgprofessional
Een bevlogen betoog over de betrokkenheid van zorgprofessionals bij de organisatie en inrichting van de zorg
‘Je leert precies hoe je een patiënt behandelt, maar niet hoe de zorg werkt’
Je leert precies hoe je een patiënt behandelt, maar niet hoe de zorg werkt.
VvAA-peiling: klacht- en claimdruk raakt zorgprofessional en professionele keuzes
Zorgen over klachten en claims: 81% ervaart extra mentale belasting en 72% ervaart minder werkplezier.
‘Een speler is eerst mens, dan atleet en daarna pas voetballer’
Wat maakt dat sportmedische teams onder druk goede beslissingen nemen? De visie van expert Jeroen Peters.