Van topsporter naar sportarts: Epke Zonderland kijkt nu anders
Jarenlang stond Epke Zonderland bekend als een van Nederlands succesvolste turners. Tegenwoordig kijkt hij vooral door de ogen van een arts. Begin volgend jaar rondt hij zijn opleiding tot sportarts af. Wat ziet hij nu anders dan toen?

Als turner maakte hij zelf afwegingen tussen presteren en herstellen. Nu kijkt hij als sportarts in opleiding vanuit een andere verantwoordelijkheid naar dezelfde dilemma's. We vroegen hem hoe zijn blik op blessures, herstel en risico’s veranderde. En wat vraagt dat van sporters, artsen, coaches en sportorganisaties?
‘Als sporter dacht ik anders over blessures’
Hoe ben je in de sportgeneeskunde terechtgekomen?
‘Tijdens mijn sportcarrière was ik al geïnteresseerd in geneeskunde. Na mijn studie ben ik gaan nadenken welke richting het beste bij me zou passen. Sportgeneeskunde sprak me aan omdat het een vak is waarin je goed kijkt naar het geheel van belasting, herstel en gezondheid, én omdat ik mijn ervaringen uit de topsport daarin kan meenemen. Je begrijpt vaak [Ld4.1]beter wat er in een sporter omgaat. Tegelijkertijd krijg je als arts een heel ander beeld op gezondheid, herstel en belasting.
Wat veranderde er voor jou toen je de overstap maakte van topsporter naar arts?
‘Als sporter lag de focus vooral op presteren. Je kijkt naar een wedstrijd, een toernooi of een seizoen. Blessures zijn dan vaak iets wat je zo snel mogelijk achter je wilt laten. Als arts kijk je anders. Dan staat niet de prestatie centraal, maar de gezondheid van de sporter. Natuurlijk wil je iemand helpen om weer te kunnen presteren, maar wel op een manier die verantwoord is. Die positie heeft mijn kijk op sport behoorlijk veranderd.’
‘De verleiding om door te gaan is groot’
Je hebt zelf te maken gehad met blessures. Helpt dat in je werk als sportarts?
‘Dat denk ik wel. Ik heb ervaren hoe verleidelijk het is om door te gaan, ook als je lichaam signalen afgeeft dat je beter gas terug kunt nemen. Daardoor begrijp ik goed waarom sporters bepaalde keuzes willen maken. En het helpt me ook om uit te leggen waarom herstel soms belangrijker is dan direct weer kunnen presteren.’
Zie je dat sporters nog steeds geneigd zijn om risico's te nemen?
‘Ja, absoluut. Dat hoort ook ergens bij sport. Sporters willen het liefst doorgaan ondanks een blessure. Daarom is het belangrijk dat iemand die gezondheid bewaakt. Soms vraagt dat ook overtuigingskracht. Als arts heb je de verantwoordelijkheid om een sporter te helpen keuzes te maken die goed zijn voor het herstel op langere termijn.’
Beslissingen neem je nooit alleen
Tijdens het sportmedisch event staat besluitvorming centraal. Waarom zijn die beslissingen vaak zo complex?
‘Omdat er bijna altijd meerdere disciplines betrokken zijn. Je hebt de sporter, de arts, de coach en soms nog veel meer personen rondom een team of organisatie. Communicatie tussen sporter, arts, coach en andere betrokkenen is essentieel om tot verantwoorde beslissingen te komen, zeker wanneer er twijfel bestaat.’
Verschilt dat tussen individuele sporten en teamsporten?
‘Ja, daar zit wel een verschil in. In een individuele sport heeft de sporter vaak meer directe invloed op de uiteindelijke keuze. In teamsporten spelen meer belangen mee. Daardoor is besluitvorming vaak complexer dan in individuele sporten, waar een sporter makkelijker zelf keuzes kan maken. Dat maakt goede communicatie en duidelijke afspraken extra belangrijk.’
Hoofdtrauma vraagt om duidelijkheid
Een belangrijk thema tijdens het event is hoofdtrauma. Wat maakt dat onderwerp zo relevant?
‘Bij hoofdletsel is voorzichtigheid belangrijk. De gevolgen van een verkeerde inschatting kunnen groot zijn en daarbij zijn klachten niet altijd direct zichtbaar. Daarom zijn duidelijke protocollen waardevol. Niet alleen voor artsen, maar juist ook voor coaches, begeleiders en andere betrokkenen. Iedereen moet weten wat er moet gebeuren als zo'n situatie zich voordoet.’
Wat zou je sporters en sportorganisaties willen meegeven?
‘Dat je soms een stap terug moet durven nemen om uiteindelijk verder te komen. Bij bijvoorbeeld een hersenschudding zorgt goed naar je lichaam luisteren en de belasting geleidelijk opbouwen op geleide van de klachten voor een gedegen opbouw waar er ruimte blijft voor herstel. Te snel doorgaan, en klachten zoals hoofdpijn negeren, kan herstel juist vertragen je aan het einde van de streep het langer duurt voordat je weer op topniveau kan presteren. Daarnaast denk ik dat goede samenwerking binnen een team essentieel is. Iedereen wil uiteindelijk hetzelfde: dat een sporter gezond blijft en op een verantwoorde manier kan presteren.’
Van ervaring naar verantwoordelijkheid
In februari rondt Epke Zonderland zijn opleiding tot sportarts af. Daarna gaat hij aan de slag bij Sportgeneeskunde Friesland, waar hij sporters uit uiteenlopende disciplines begeleidt.
Zijn ervaring laat zien hoe waardevol het is om zowel de rol van sporter als die van arts te kennen. Want waar de topsporter vooral denkt aan de volgende wedstrijd, kijkt de sportarts naar het grotere plaatje. Juist in die balans tussen prestatie en gezondheid worden de belangrijkste beslissingen genomen.
Sportmedisch event ‘Van botsing tot besluit': schrijf je in
Van hersenschuddingen tot complexe belangenafwegingen: sportmedische besluitvorming vraagt om meer dan vakinhoudelijke expertise. Laat je inspireren door experts en ontmoet vakgenoten.
Vragen?
Wij helpen graag. Bel ons op werkdagen tussen 8.00 en 17.30 uur.
- Advies zakelijk
- 030 247 40 50
Meer lezen?
VvAA-peiling: klacht- en claimdruk raakt zorgprofessional en professionele keuzes
Zorgen over klachten en claims: 81% ervaart extra mentale belasting en 72% ervaart minder werkplezier.
Informed consent bij huidtherapie: wat leert deze casus?
Je voert een peeling zorgvuldig uit, maar krijgt toch een claim. Hoe kan dat?
Zo voorkom je verwisselingen bij extracties
Veel claims bij tandartsen ontstaan door een verwisseling bij een extractie. Hoe verklein je dit risico?
‘Je kunt als student al meedenken over de zorg van morgen’
Al op zijn zeventiende kiest Merijn niet voor een bijbaan in de supermarkt, maar voor werk in de ouderenzorg.