Inloggen

Veilig Thuis vraagt om informatie: wat te doen en wat niet?

Informatieverstrekking aan Veilig Thuis bij een vermoeden van kindermishandeling

1 september 2021 - Als zorgverlener kunt u van Veilig Thuis het verzoek krijgen om informatie over uw patiënt te delen, bijvoorbeeld bij een vermoeden van kindermishandeling. Welke informatie mag u in zo’n geval verstrekken en waar moet u op letten?  

Casus
Veilig Thuis is een onderzoek gestart vanwege het vermoeden dat Jonas (11 jaar) thuis wordt mishandeld. Zijn ouders zijn gescheiden. Jonas en zijn broertje Robin (9 jaar) wonen bij hun moeder en gaan om de twee weken een weekend naar hun vader. Jonas heeft regelmatig blauwe plekken op zijn lichaam en geeft dan aan dat hij gevallen is. De school vertrouwt het niet en heeft de melding gedaan. Het gezin is bij politie en Veilig Thuis bekend doordat er eerder een aantal incidenten van huiselijk geweld plaatsvond tussen vader en moeder. De medewerker van Veilig Thuis belt met de huisarts van Jonas om informatie in te winnen over de situatie. De huisarts vraagt zich af welke informatie ze moet en mag verstrekken over deze patiënt. 
kind en moeder op consult

Wet en regelgeving


Meldrecht in plaats van meldplicht

Op grond van het meldrecht voor beroepsbeoefenaren mag een zorgverlener zonder toestemming van de betrokkene gegevens verstrekken aan Veilig Thuis als dat noodzakelijk is om kindermishandeling en/of huiselijk geweld te stoppen of als de zorgverlener een redelijk vermoeden heeft van kindermishandeling en/of huiselijk geweld en hij dat wil laten onderzoeken. Dit volgt uit het meldrecht voor beroepsbeoefenaren dat staat omschreven in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en, in geval van kindermishandeling, in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

De zorgverlener moet per geval afwegen of het noodzakelijk is om van dit meldrecht gebruik te maken. Onze wetgever heeft bewust niet gekozen voor een meldplicht. Dit kan er namelijk toe leiden dat patiënten de zorgverlener mijden of dat een zorgverlener defensief meldt.


KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

De KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld geeft met professionele normen nader invulling aan het meldrecht. Uit artikel 6 van de Meldcode volgt dat de arts enkel noodzakelijke relevante informatie – die hij uiteraard tot zijn beschikking heeft – mag verstrekken aan Veilig Thuis om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te laten onderzoeken.


In de praktijk


Altijd toestemming nodig?

Het verstrekken van de informatie dient bij voorkeur schriftelijk te gebeuren en met toestemming of medeweten van de betrokkenen. Het streven is om de informatie alleen te verstrekken met toestemming van de betrokkenen. Het meldrecht biedt ruimte om de informatie te verstrekken zonder toestemming van de betrokkenen wanneer het noodzakelijk is om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken. De betrokkenen dienen in dat geval wel zo snel mogelijk achteraf te worden ingelicht. Uitgangspunt blijft dat de zorgverlener de betrokkenen vooraf laat weten welke informatie hij van plan is te verstrekken, aan wie en waarom.


Altijd afwegingsruimte als zorgverlener om info te verstrekken?

De afweging om van het meldrecht gebruik te maken ligt bij de zorgverlener. Een zorgverlener heeft echter minder afwegingsruimte als door Veilig Thuis een onderzoek is ingesteld (naar aanleiding van een melding). In de meldcode staat dat de zorgverlener dan alleen nog een afweging kan maken met betrekking tot welke informatie relevant kan zijn voor het onderzoek en welke niet. De zorgverlener kan in het geval van een ingesteld onderzoek alleen in hoge uitzonderingssituaties gemotiveerd afzien van informatieverstrekking aan Veilig Thuis. Er moet dan sprake zijn van gewichtige redenen die het belang van de betrokkene(n) betreffen.


Wat betekent dit voor u?

Stel een medewerker van Veilig Thuis neemt telefonisch contact met u op. Dan is het volgende van belang:
  • Stap 1 - U vraagt na in het kader waarvan hij contact opneemt, voor zover de medewerker dit niet uit zichzelf mededeelt. Is er sprake van een vooronderzoek? Zijn de betrokkenen op de hoogte en/of hebben zij toestemming gegeven voor het opvragen van informatie? Zo ja, is er een getekende instemmingsverklaring voor handen?
  • Stap 2 - Vervolgens is het raadzaam de medewerker van Veilig Thuis te vragen of hij de vragen schriftelijk aan u wil toesturen. U kunt dan rustig nadenken over welke informatie al dan niet relevant en noodzakelijk is voor het onderzoek. Mocht u toch de voorkeur geven aan het telefonisch verstrekken van informatie, geef dan aan dat u vooraf een concept van hetgeen zal worden geregistreerd door Veilig Thuis wenst te ontvangen, dat pas definitief is na uw goedkeuring.
  • Stap 3 - Voordat u definitief informatie verstrekt aan Veilig Thuis, probeert u contact te krijgen met de betrokkene(n) om – voor zover mogelijk – toestemming te verkrijgen voor hetgeen u wenst te verstrekken. Is er toestemming verkregen of is er sprake van een situatie waarin zonder toestemming informatie mag worden verstrekt? Dan kunt u de informatie verstrekken.

Praktische tips

  • Let er altijd op dat de informatie die u verstrekt beperkt is tot feitelijke informatie.
  • Vergeet niet om notities te maken in het medisch dossier. U dient zaken zo zorgvuldig en feitelijk mogelijk schriftelijk vast te leggen. Het gaat dan om zaken als alle waarnemingen, alles wat u aan informatie krijgt, alle stappen die u zet en de redenen daarvoor en alle contacten in dat kader.
VvAA-deskundigen houden zich in het kader van de VvAA-beroepsaansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering in brede zin bezig met het omgaan met, en het voorkomen van, klachten en claims in de zorg. Dit artikel is geschreven door Caroline van der Kolk-Heinsbroek, senior jurist gezondheidsrecht bij VvAA.

Meer weten?

Heeft u vragen of opmerkingen over dit artikel? Neem dan contact op met onze deskundigen van Juridisch Advies & Rechtsbijstand (JAR).