Inloggen

'Hoofdbehandelaar' voortaan 'regiebehandelaar'

11 mei 2021 - Kortgeleden heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een beslissing gewezen waarin een aantal belangrijke wijzingen zijn doorgevoerd met betrekking tot de verantwoordelijkheidsverdeling indien meerdere zorgverleners betrokken zijn bij een patiënt.Daar waar in het verleden het CTG sprak van een ‘hoofdbehandelaar’, introduceert het CTG in de beslissing d.d. 29 januari jl. een nieuwe term: de regiebehandelaar.

In dit artikel behandel ik deze verandering, waarbij ik eerst de verouderde term ‘hoofdbehandelaar’ bespreek en vervolgens stilsta bij de nieuwe term ‘regiebehandelaar’ en de bijbehorende taken. 

Wat was een hoofdbehandelaar?

Vanaf 2007 sprak het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) over de term ‘hoofdbehandelaar’, terwijl deze term niet in de wet voorkomt.2 Sinds die tijd was het vaste tuchtrechtelijke jurisprudentie dat het de taak is van de hoofdbehandelaar om de regie tijdens het behandeltraject te bewaken. Dat wil zeggen dat de hoofdbehandelaar ervoor zorgt dat de acties van alle hulpverleners op elkaar zijn afgestemd. Ook is de hoofdbehandelaar het aanspreekpunt voor de patiënt en zijn familie.3

Het CTG heeft dit in de beslissing van 1 april 2008 als volgt omschreven:

“De regie houdt in het algemeen in dat de hoofdbehandelaar:

  1. Ervoor zorg draagt dat de verrichtingen van allen die in een of meer van de genoemde fasen beroepshalve bij de behandeling van de patiënt betrokken zijn – en dus ook zijn eigen verrichtingen –, op elkaar zijn afgestemd en zijn gecoördineerd, in zoverre als een en ander vereist is voor een vakkundige en zorgvuldige behandeling van de patiënt, en tijdens het gehele behandelingstraject voor hen allen het centrale aanspreekpunt is;

  2. Voor de patiënt en diens naaste betrekkingen ten aanzien van informatie over (het verloop van) de behandeling het centrale aanspreekpunt vormt.
Meer in het bijzonder zal de regievoering door de hoofdbehandelaar ten minste moeten inhouden dat hij:

  1. Door adequate communicatie en organisatie de voorwaarden en omstandigheden heeft geschapen waaronder een operatie [de behandeling] verantwoord kan worden uitgevoerd met vermijding van complicaties;

  2. De betrokken specialisten in staat heeft gesteld op hun vakgebied een deskundige bijdrage te leveren aan een verantwoorde behandeling van de patiënt;

  3. In de mate die van hem als arts [beroepsmatig] mag worden verwacht alert is geweest op aspecten van de behandeling die mede liggen op andere vakgebieden dan het zijne en zich over die aspecten heeft laten informeren door de specialisten op die andere vakgebieden, zo tijdig en voldoende als voor een verantwoorde behandeling van de patiënt vereist is;

  4. Toetst of de door de betrokken specialist(en) [zorgverleners] geleverde bijdragen aan de behandeling van de patiënt met elkaar in verhouding zijn en passen binnen zijn eigen behandelplan en in overeenstemming hiermee ervoor heeft zorg gedragen dat de bij de verschillende specialisten [zorgverleners] ingewonnen adviezen zijn opgevolgd;

  5. In overleg met de desbetreffende bij de behandeling betrokken specialisten en andere zorgverleners erop toeziet dat in alle fasen van het behandelingstraject dossiervoering plaatsvindt die voldoet aan de daaraan te stellen eisen;

  6. De hoofdbehandelaar de patiënt en diens naaste betrekkingen voldoende op de hoogte heeft gehouden van het beloop van de behandeling van de patiënt en hun vragen tijdig en adequaat beantwoordt."
Het CTG merkte wel op dat de hoofdbehandelaar tijdens het behandelingstraject niet verantwoordelijk is voor de uitgevoerde verrichtingen van specialisten die buiten het terrein liggen waar de hoofdbehandelaar als specialist werkt. Voor die verrichtingen blijven de andere specialisten zelf volledig verantwoordelijk.4

In 2010 publiceerde een aantal veldpartijen de handreiking ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’.5 In deze handreiking zijn de eisen rondom het hoofdbehandelaarschap weergegeven.
 
Het CTG benadrukte in latere jurisprudentie hoe belangrijk het is dat de hoofdbehandelaar toeziet op goede dossiervoering.6 Ook oordeelde het CTG in latere jurisprudentie dat de hoofdbehandelaar zijn taken meestal niet kan uitvoeren zonder rechtstreeks contact met de patiënt. Hierbij moet het voor de patiënt op z’n minst duidelijk zijn op welke manier hij met de hoofdbehandelaar in contact kan komen.7 Ook moet de hoofdbehandelaar naar het oordeel van het CTG kunnen uitleggen wat het hoofdbehandelaarschap inhoudt, wanneer daar naar gevraagd wordt.8 Het CTG is bovendien van oordeel dat een hoofdbehandelaar zijn taken niet te beperkt mag inkleuren.9

Uit de jurisprudentie van het CTG blijkt ook dat er tijdens een behandeling steeds maar één hoofdbehandelaar is. Gedurende het behandeltraject kan er wel een wisseling van het hoofdbehandelaarschap optreden.10

Wat is een regiebehandelaar?

In de recente beslissing oordeelt het CTG dat voor wat betreft het hoofdbehandelaarschap hij aanleiding ziet de hiervoor weergegeven vaste rechtspraak over de taken en verantwoordelijkheden van verschillende zorgverleners bij de behandeling van één patiënt te herformuleren en voortaan te spreken van een ‘regiebehandelaar’. De reden hiervoor is dat: “De toegenomen complexiteit van zorg, die soms door zorgverleners van verschillende instellingen wordt verleend, vereist uitgangspunten die meer flexibel toegepast kunnen worden. Daarom zal hierna ook worden gesproken over “de regiebehandelaar”.11

Het CTG oordeelt dat in gevallen waarin twee of meer zorgverleners betrokken zijn bij de behandeling van één patiënt, het uitgangspunt is dat elke bij die behandeling betrokken zorgverlener een eigen professionele verantwoordelijkheid heeft en houdt jegens die patiënt. In gevallen waarin de aard en/of complexiteit van de behandeling dat nodig maakt, dragen deze (individuele) zorgverleners er steeds zorg voor dat één van hen als regiebehandelaar wordt aangewezen.

De regiebehandelaar ziet er in ieder geval op toe, dat:

  • de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de patiënt wordt bewaakt en dat waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
  • er een adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen de bij de behandeling van de patiënt betrokken zorgverleners;
  • er één aanspreekpunt voor de patiënt en diens naaste betrekking(en) is voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling.
Het CTG merkt overigens wel op dat de regiebehandelaar niet zelf het aanspreekpunt hoeft te zijn. Het aanspreekpunt hoeft ook niet zelf alle vragen van de patiënt en diens naaste betrekkingen te kunnen beantwoorden, maar moet wel de weg naar de antwoorden weten te vinden. Deze norm ziet niet op het actief informeren van de patiënt en diens naaste betrekkingen. De plicht van de zorgverlener om actief informatie te geven volgt immers al uit de eigen verantwoordelijkheid die de zorgverlener jegens de patiënt heeft.

Uit het voorgaande volgt dat de vrij omvangrijke gedetailleerde opsomming van vereisten met betrekking tot het ‘hoofdbehandelaarschap’ vervangen lijken te zijn door de kortere lijst eisen die meer flexibel toegepast kunnen worden met betrekking tot een ‘regiebehandelaar’. Naar aanleiding van de beslissing van het CTG laat de KNMG weten de komende periode te onderzoeken op welke wijze de ‘Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’ uit 2010 moet worden aangepast.12

Uit de toekomstige jurisprudentie volgt hoe het ‘regiebehandelaarschap’ en de bijbehorende eisen exact uitgelegd moeten worden. Eén ding is zeker: de term ‘hoofdbehandelaar’ is verleden tijd.

Mr. drs. C. van der Kolk-Heinsbroek

1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:36.
2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 25 januari 2007, 2006/008, GJ 2007/44.
3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 1 april 2008, 2007/037, GJ 2008/83.
4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 1 april 2008, 2007/037, GJ 2008/83, r.o. 5.3.2 en 5.3.3.
5 Handreiking “Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de Zorg”, KNMG et al, 26 januari 2010.
6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 11 december 2014, ECLI:NL:TGZCTG:2014:384.
7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 20 november 2018, ECLI:NL:TGZCTG:2018:303.
8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 2 februari 2017, ECLI:NL:TGZCTG:2017:53.
9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 21 juni 2016, ECLI:NL:TGZCTG:2016:232.
10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 21 juni 2016, ECLI:NL:TGZCTG:2016:232.
11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:36, r.o. 4.9.
12 https://www.knmg.nl/actualiteit-opinie/nieuws/nieuwsbericht/uitspraak-centraal-tuchtcollege-complexere-zorg-vereist-regiebehandelaar-.html
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email

Over de auteur

Advocaat Caroline van der Kolk-Heinsbroek | VvAA

Caroline van der Kolk-Heinsbroek

Advocaat


Mijn expertises:

Gezondheidsrecht

Aansprakelijkheidsrecht


Als je blijft doen wat je deed, blijf je krijgen wat je kreeg (Albert Einstein)


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  06 - 20 81 89 44

contactformulier  Stuur uw bericht