VvAA-lid Rob van Deudekom: 'Ik werkte niet met klachten, maar met mensen'
Rob van Deudekom (72) is al meer dan 50 jaar lid van VvAA. Inmiddels is hij met pensioen, maar zijn blik op het vak en de zorg is nog altijd scherp. Onlangs herstelde hij onverwacht van een ernstige infectie waarvoor hij zelfs tijdelijk in een hospice verbleef.

Op zijn negentiende begon Rob aan de opleiding fysiotherapie. Al vroeg wist hij dat hij niet geschikt was voor een traditioneel carrièrepad. 'Ik wilde niet binnen zitten, had een hekel aan kostuums en wist: ik ben niet gemaakt om voor een baas te werken.' Tijdens zijn studie sloot hij zich aan bij VvAA, vooral vanwege de verzekeringen. 'Ik woonde nog thuis bij mijn ouders, maar wilde voor een aantal zaken goed verzekerd zijn.'
Die keuze bleek de start van een levenslange band. 'Arts en Auto ligt hier al ruim 50 jaar op de mat. Ik heb er dingen uit gekocht en verkocht en het blad gaat nu ook nog steeds mee naar mijn dochter en schoonzoon.'
Na zijn afstuderen werkte Rob 20 jaar zelfstandig in de praktijk van een collega, samen met een oud-klasgenoot. In die jaren leerden ze vooral hoe het níét moest. 'Voor hem draaide het om geld. Voor ons om mensen.' Toen hun samenwerking eindigde, besloten Rob en zijn oud-klasgenoot hun eigen praktijk te starten; helemaal volgens hun eigen visie.
De praktijk als huiskamer
In Eindhoven openden ze een praktijk waarin bewust slechts de helft van de ruimte werd ingericht als behandelkamer. De andere helft was wachtruimte, met een grote tafel, koffie en thee, een krant en een kast om boeken te ruilen. 'We wilden een plek creëren waar mensen zich thuis voelden. Dat werkte. Mensen kwamen ook na hun behandeling nog graag terug. Gewoon, voor een praatje.'
De praktijk groeide uit tot een sociaal knooppunt in de wijk. Er kwamen hartrevalidatiegroepen, COPD-programma’s in samenwerking met het ziekenhuis en veel huisbezoeken. Toen het te druk werd, openden ze een tweede locatie, gericht op oudere patiënten. 'We hadden goed contact met mensen. Voor mij voelde die praktijk als een tweede huiskamer.'
Fysiotherapie is mensenwerk
Rob werkte 43 jaar lang als fysiotherapeut en begeleidde in die tijd ook veel stagiairs. In die jaren zag hij het vak veranderen. 'Toen ik studeerde, gaven mensen les die zelf in het werkveld stonden. Nu zijn het vaak docenten zonder praktijkervaring.' Wat hem vooral zorgen baart, is de verschuiving van mensgerichte zorg naar een technische, klachtgerichte aanpak. 'Er werd altijd gezegd: je bent fysiotherapeut en geen psycholoog. Maar je moet wel beseffen dat achter elke klacht een mens zit, met zorgen, stress en een verhaal.'
Hij ziet dat jonge collega’s zich steeds vaker specialiseren. 'Ze weten dan alles van bijvoorbeeld de hand, maar niets van de rug. Terwijl je als fysiotherapeut een breed beeld nodig hebt. Als je dat mist, mis je de kern.' In zijn eigen praktijk probeerde hij stagiairs daarin mee te nemen. 'Dan zei ik: kijk nou eens verder dan het lichaam. Er zit een mens vast aan die klacht.'
Zijn advies aan jonge collega’s: verdiep je ook in het mens-zijn. 'Volg een cursus over gedrag, over psyche, over communicatie. Daar heb je zo veel aan.'
Het technische denken is belangrijk, maar het mag niet overheersen. Je werkt niet met een klacht, je werkt met een mens
Van het hospice terug naar huis
Na zijn pensionering leidde Rob enige tijd een rustig, actief leven. Tot hij ziek werd. Wat begon als een urineweginfectie, bleek een ernstige streptokokkeninfectie die zich via zijn bloedbaan verspreidde. Omdat Rob een mechanische hartklep heeft en een prothese in zijn knie, waren er extra risico’s. 'Die bacterie hecht zich graag aan harde oppervlakken. In mijn geval was dat waarschijnlijk de hartklep.'
In het ziekenhuis kreeg hij te horen dat hij 10 procent kans had om te overleven. 'Toen dacht ik: ik houd me maar vast aan die 10 procent, want ik heb helemaal geen tijd om dood te gaan.'
Hij lag 6 weken aan zware antibiotica. Hoewel de bacterie uit zijn bloed verdween, bleef de situatie risicovol. Daarom werd hij opgenomen in een hospice. 'Elke dag stierven er mensen. Dat was confronterend. Maar ik voelde me fysiek redelijk goed en had weinig zorg nodig.'
Na ruim 7 weken werd duidelijk dat hij toch weer naar huis kon. Rob woont inmiddels zelfstandig, zonder thuiszorg. Met hulp van familie en Joke van Stichting Saar aan Huis lukt het hem om zijn dagen goed in te vullen. 'Ik lunch met haar, we drinken koffie. Mijn dochter – geriater – en mijn zoon vonden het belangrijk dat er iemand kwam om te ondersteunen. Dat snap ik wel.'
Zijn mobiliteit is beperkt. Door de infectie is zijn knie dik en pijnlijk gebleven, hij loopt met een rollator en kan niet lang staan. Toch probeert hij het leven weer op te pakken. 'Ik zing in een klassiek koor. We doen grote werken: het Weihnachtsoratorium, de Matthäus Passion. Ik kijk ernaar uit om weer mee te doen.'
Hoop voor de toekomst
Als hij één wens mag uitspreken voor de toekomst van het vak, dan is het dat fysiotherapie weer breder en menselijker wordt. 'Het technische denken is belangrijk, maar het mag niet overheersen. Je werkt niet met een klacht, je werkt met een mens.' Dat uitgangspunt hoopt hij terug te zien bij de volgende generatie. 'Met oog voor de mens kom je verder en je geeft betere zorg. Daar draait het uiteindelijk om.'
Meer lezen?
Van impact maken naar betekenis houden
Marijn Houwert: 'Soms heb je van die momenten in een jaar waarop je voelt: dit is waarom we het doen.'
Nieuw boek roept zorgprofessionals op tot cultuurverandering: #vaniknaarwij – Wat voor collega ben jij?
Het nieuwe boek staat vol persoonlijke verhalen en scherpe dialogen over cultuurverandering in de zorg.
VvAA-lid Karolien van den Brekel: ‘De mens moet weer centraal staan in de zorg’
Karolien van den Brekel is al 25 jaar huisarts en pionier in Positieve Gezondheid.
Waarom ‘gezamenlijk werkplezier’ zo herkenbaar is – mijn dag op de Nursing Experience
Jacqueline Joppe vertelt over haar ervaring op de Nursing Experience.