Deze casus gaat over een tandarts met (tot 22 januari 2019) mondziekten en kaakchirurgie als de specialisatie. De zorgverzekeraar diende bij het Regionaal Tuchtcollege een klacht in en verwijt de tandarts - zakelijk weergegeven – bewust en stelselmatig op diverse wijzen oplichten. Door declaraties in te dienen voor zorg die in werkelijkheid niet of niet als zodanig door hem is geleverd.
Zo heeft de tandarts in veel gevallen een zwaardere verrichting gedeclareerd dan de verrichting die is uitgevoerd. Er is sprake van 'upcoding'. Een ander voorbeeld is het (laten) declareren van niet-verzekerde zorg als verzekerde zorg. De tandarts heeft niet schriftelijk gereageerd. Op de zitting verklaarde hij te hebben gehandeld in overeenstemming met de regels van de NZa.
Fraudeonderzoek door zorgverzekeraar
In 2013 heeft de tandarts een Zelfstandig Behandelcentrum Kaakchirurgie opgericht. De zorgverzekeraar en de tandarts hadden geen overeenkomst gesloten over de (wijze van) vergoeding van door de tandarts geleverde zorg aan bij de zorgverzekeraar aangesloten verzekerden. Ondanks het ontbreken van een overeenkomst diende de tandarts wel rechtstreeks declaraties in bij de zorgverzekeraar. Ook verzekerden zelf dienden declaraties in. De zorgverzekeraar heeft op deze wijze ingediende declaraties vergoed.
In 2015 is via Zorgverzekeraars Nederland een melding ontvangen. De melding had betrekking op een ‘onjuiste voorstelling van zaken’ door de tandarts. Hij zou volgens de melding onder meer behandelingen ‘knippen’ en er mogelijk een dubbele boekhouding op nahouden.
Daarna heeft de zorgverzekeraar een data-analyse uitgevoerd. De uitkomsten hiervan waren aanleiding een fraudeonderzoek te starten. Dat leidde tot een detailcontrole. Samenvattend concludeerden de beoordelaars van de detailcontrole over een groot deel van de uitgevoerde röntgenonderzoeken dat de indicatie en de bevindingen niet waren vastgelegd in het dossier. Voor een aanzienlijk deel van deze onderzoeken was geen rechtvaardiging.
Daarnaast kon niet van elke (gedeclareerde) foto worden vastgesteld dat deze was gemaakt. Voor verschillende verzekerden was implantologische zorg gedeclareerd, terwijl dit geen verzekerde zorg betreft. Verder constateren de beoordelaars bij verschillende verzekerden een onterecht gebruik van diverse declaratiecodes.
Uitspraak Tuchtcollege: doorhaling in het register
Het Regionaal Tuchtcollege heeft onder meer vragen gesteld over de declaratie van beeldvormend materiaal. Het college constateert dan ook dat beklaagde (zeer) veel vaker dan gerechtvaardigd beeldvormend onderzoek doet en daarbij ook veel vaker dan gerechtvaardigd kiest voor kostbaarder (en voor de patiënt belastender) onderzoek. Hiermee kan beklaagde een hogere vergoeding incasseren. Dat gaat ten koste van de (rechts)persoon die deze vergoeding moet betalen, maar ook ten koste van de patiëntveiligheid. De patiënt wordt zonder noodzaak blootgesteld aan (veel hogere) stralingsbelasting. Ook het meermaals declareren van de beoordeling van (dezelfde) röntgenfoto is niet gerechtvaardigd. Dat bijvoorbeeld bij een vervolgbehandeling eerder beoordeelde foto nogmaals bekeken wordt, neemt immers niet weg dat deze beoordeling al eerder is gedaan en gedeclareerd. Het ontbreken van diverse röntgenfoto’s rechtvaardigt verder de conclusie dat deze niet zijn gemaakt en ten onrechte zijn gedeclareerd. Ook gaat het Tuchtcollege in op voorlichting aan patiënten, het opstellen van begrotingen en informatie of zorg wordt gedeclareerd onder de basisverzekering of een aanvullende verzekering.
Ter zitting is het Tuchtcollege gebleken dat beklaagde nog steeds actief is, al is dit niet meer als kaakchirurg maar als tandarts. En beklaagde geen inzicht heeft getoond in het onjuiste van zijn handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard, aan de tandarts de maatregel van doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register opgelegd en bij wijze van voorlopige voorziening de inschrijving geschorst.
Kaakchirurg krijgt in hoger beroep zwaardere straf
De tandarts is het oneens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege de beslissing te vernietigen. En anders bij het opleggen van een maatregel ermee rekening te houden dat, zoals hij stelt, een groot deel van de verwijten al lange tijd geleden plaats heeft gevonden. De afgelopen 5 jaar zijn er geen klachten over hem gerapporteerd, verklaart hij. De tandarts geeft aan dat hij de afgelopen 2,5 jaar onberispelijk als tandarts-implantoloog heeft gefunctioneerd. En dat er uit de aard van het werkzaam zijn als tandarts ook geen kans is op herhaling.
Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat de tandarts ook in beroep onvoldoende concreet en onderbouwd verweer voert tegen de door klaagster met statistische en eigen onderzoeksgegevens onderbouwde klachten. De tandarts vervalt hiermee in algemeenheden en laat na de onderbouwde verwijten van klaagster concreet te weerleggen.
Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de tandarts ook in beroep geen enkel inzicht getoond in het onjuiste en laakbare van zijn handelen. Integendeel. Hij blijft erin volharden dat zijn manier van declareren juist is geweest, terwijl hij wist of in ieder geval had moeten weten dat dit niet het geval was. Dit acht het Centraal Tuchtcollege zeer zorgelijk en een grond voor de vrees dat de tandarts op de oude voet zal doorgaan als dit niet wordt verhinderd.
Deze vrees wordt versterkt door het volgende. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de inschrijving van de tandarts in het BIG-register bij wijze van voorlopige voorziening geschorst. Echter, in beroep is genoegzaam gebleken dat de tandarts ook daarna nog tandheelkundige verrichtingen heeft uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege is daarom van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere maatregel dan doorhaling van de inschrijving in het BIG-register dan wel het verbod tot herinschrijving in het BIG-register.