Jettie Bont: ‘De huisarts blijft het vak waarin je écht dokter bent’
De huisartsenzorg verandert snel. Chronische zorg verschuift steeds verder naar de eerste lijn, teams worden groter en digitalisering rukt op. Tegelijkertijd blijft de kern van het vak verrassend stabiel. Volgens Jettie Bont, hogleraar huisartsengeneeskunde aan het Amsterdam UMC en praktiserend huisarts, ligt de uitdaging niet in het opnieuw uitvinden van het vak, maar in het slimmer organiseren ervan.

Een van de meest zichtbare ontwikkelingen is de verdere verschuiving van zorg naar de huisartsenpraktijk. ‘Steeds meer chronische zorg wordt door de huisartsgeneeskunde opgepakt,’ zegt Bont. Diabeteszorg, COPD en cardiovasculaire zorg zijn al langer onderdeel van het huisartsendomein, maar die beweging zet door. ‘Dat is geen nieuwe trend, maar hij wordt wel steeds intensiever.’
Wat ook verandert, is de manier waarop die zorg wordt aangeboden. ‘We kijken steeds meer of we zorg geïntegreerd kunnen organiseren,’ legt ze uit. ‘In plaats van dat een patiënt voor elke aandoening apart langskomt, proberen we dat meer samen te brengen.’ Dat vraagt om andere processen, maar levert voor patiënten ook overzicht en rust op.
Tekorten vragen om andere keuzes
Die ontwikkeling speelt zich af tegen een stevige achtergrond: een groeiende zorgvraag en aanhoudende tekorten aan huisartsen en doktersassistenten. ‘Het gaat niet alleen om minder huisartsen,’ benadrukt Bont. ‘De zorgvraag neemt ook toe.’ De vraag is dus niet alleen hoe je nieuwe collega’s aantrekt, maar ook hoe je met dezelfde mensen meer kunt betekenen.
Digitalisering wordt daarbij vaak genoemd als oplossing, maar Bont plaatst daar meteen een kanttekening bij. ‘Je moet heel goed kijken waar digitale zorg echt helpt en waar het juist de kloof vergroot.’ Vooral kwetsbare patiënten hebben minder vanzelfsprekend toegang tot digitale middelen. ‘Daar moet je alert op blijven.’
Opleiden voor een ander vak
De huisartsopleiding beweegt mee met die veranderingen. Innovatie, praktijkmanagement en organisatie van zorg krijgen een steeds grotere plek. ‘Er wordt veel aandacht besteed aan praktijkmanagement en er is landelijk onderwijs op het gebied van zorginnovatie,’ zegt Bont. Praktijkmanagement is ondergebracht bij de zogenoemde profklas:. ‘Daar leren AIOS hoe je leiding geeft aan een team, hoe je een jaarplan maakt en hoe je aan kwaliteitsverbetering werkt.’ Het enthousiasme onder jonge huisartsen is groot. ‘Ze zien hoe relevant dit is voor hun toekomst.’
Het beeld dat jonge huisartsen het praktijkhouderschap mijden, herkent ik niet. Uit recente cijfers van de LOVAH blijkt juist dat het merendeel zich uiteindelijk langdurig aan een praktijk wil verbinden.
Praktijkhouderschap leeft wel degelijk
Het beeld dat jonge huisartsen het praktijkhouderschap mijden, herkent Bont niet. ‘Uit recente cijfers van de LOVAH blijkt juist dat het merendeel zich uiteindelijk langdurig aan een praktijk wil verbinden.’ Vaak willen jonge artsen eerst waarnemen en ervaring opdoen, maar daarna volgt toch de wens om ergens echt te landen.
Langdurig verbinden kan vanuit een loondienst constructie of als praktijkhouder waarbij je eigenaar van de praktijk bent. ‘Dat laatste vraagt om ondernemerschap en dat vraagt weer om begeleiding,’ zegt Bont. ‘En vooral timing.’ Niet alles hoeft tijdens de opleiding te worden geleerd. ‘Just-in-time learning is essentieel. Als je nog geen verantwoordelijkheid draagt, beklijft onderwijs over praktijkhouderschap minder.’ Veel leer je pas echt als je er middenin zit.
Continuïteit in een parttime werkelijkheid
Parttime werken is inmiddels een gegeven in de huisartsenzorg. Dat hoeft de continuïteit niet in de weg te staan, benadrukt Bont. ‘Je kunt dat heel goed organiseren.’ Door te werken met vaste duo’s en teams rondom een patiëntenpopulatie blijft de zorg herkenbaar en persoonlijk.
Binnen de afdeling huisartsgeneeskunde van het Amsterdam UMC is daar onderzoek naar gedaan, onder meer via een toolbox voor continuïteit van zorg. ‘Het gaat om heldere afspraken, goede overdracht en slimme inrichting van het huisartsinformatiesysteem.’ Zo blijft de patiënt weten bij wie hij terechtkan, ook als artsen niet fulltime aanwezig zijn.
De regio als leeromgeving
Regionale huisartsorganisaties spelen volgens Bont een steeds belangrijkere rol. Niet alleen in de organisatie van zorg, maar ook in opleiding en begeleiding. ‘Ze kunnen helpen bij stageplekken, bij het creëren van basisartsfuncties en bij praktijkopvolging.’ Ze ziet ook kansen in het tijdelijk overnemen van praktijken zonder winstoogmerk. ‘Zo kun je jonge huisartsen de ruimte geven om in te groeien, zonder dat commerciële partijen het overnemen.’ Mentorschap kan daarbij helpen. ‘Onzekerheden bespreek je makkelijker met iemand die het pad al gelopen heeft.’
Je kunt mopperen over hoe het gaat, maar hier kan ik bijdragen aan verandering.
Leren van data, niet afgerekend worden
Een ander belangrijk thema is het gebruik van data. Binnen academische werkplaatsen worden praktijkgegevens gespiegeld, niet om te beoordelen, maar om te leren. ‘Je ziet grote verschillen tussen praktijken in bijvoorbeeld verwijsgedrag of diagnostiek.’ Soms zijn die verschillen verklaarbaar, soms niet.
‘Door die data naast elkaar te leggen en het gesprek te voeren, leren huisartsen van elkaar,’ zegt Bont. ‘Het is geen vingertje, geen afrekening. Het spreekt juist de intrinsieke motivatie aan om een betere dokter te zijn.’
Met één voet in de praktijk
Als hoogleraar én huisarts ziet Bont dagelijks hoe beleid en praktijk elkaar raken. ‘Door één dag per week zelf spreekuur te doen, zie ik wat er nodig is.’ Die ervaring voedt haar bestuurlijke werk. ‘Het houdt me dicht bij de werkvloer.’
Dat bestuurlijke werk doet ze bewust. ‘Je kunt mopperen over hoe het gaat, maar hier kan ik bijdragen aan verandering.’ Die houding had ze al vroeg. ‘Ik zat tijdens mijn opleiding al in het LOVAH-bestuur. Dat past bij me.’
Betekenisvol werk, ook in de toekomst
Als ze vooruitkijkt, is Bont optimistisch. ‘Over tien jaar zullen huisartsen nog steeds zeggen dat dit betekenisvol werk is.’ De schaal zal veranderen, teams worden groter, maar de essentie blijft. ‘Je staat dichtbij mensen, gezinnen, levens.’ Voor twijfelende studenten heeft ze dan ook een helder advies. ‘Dit is het vak waarin je echt kunt dokteren.’ Ze lacht. ‘Ik zeg het misschien wat flauw, maar voor mij is er maar één écht doktersvak. En dat is de huisartsgeneeskunde.’
Podcast: De zorg leeft
Jettie was ook te gast in de podcast. Hoe zorgen regionale huisartsenorganisaties, andere organisaties en zorgverleners samen voor goede zorg in de regio: nu én in de toekomst? Een podcast vol inspiratie en ervaringen over thema's als digitalisering, continuïteit en verzuim.
Meer lezen?
'Samenwerking in Zeeland is een keuze en een kracht’
In Zeeland is samenwerken geen modewoord, maar een randvoorwaarde.
Van Solo naar Symfonie: samenwerken als samenspel
Goede zorg ontstaat niet door individuele perfectie, maar door afstemming, timing, luisteren en vertrouwen.
Van doorzetten naar duurzaam werken in de huisartsenzorg
Huisartspraktijken zijn veerkrachtig. Ze lossen veel zelf op. Maar wat gebeurt er als de druk te lang oploopt?
Friese huisartsenzorg: samen organiseren, slimmer werken
Huisartsenzorg in Friesland: bekend om een sterke eigenheid en groot vermogen om dingen samen op te lossen.