De huisarts als spin in het web: zegen en valkuil
De druk op de huisartsenzorg is ook in Amstelland voelbaar. Meer taken, minder mensen en een groeiende verwachting dat de huisarts alles oplost. Frans Göbel, huisarts en bestuurder bij Huisartsen Coöperatie Amstelland, ziet hoe de huisarts steeds vaker fungeert als spin in het web van zorg, welzijn en maatschappij. Dat biedt kansen voor betere samenwerking, maar kent ook duidelijke valkuilen. ‘Je kunt alleen samenwerken als je elkaar kent en vertrouwt.’
Jacomien de Jong en Frans Göbel tijdens podcastopname 'De zorg leeft'Huisartsen Coöperatie Amstelland is een vereniging-coöperatie waarin huisartsen uit onder meer Aalsmeer, Ouderkerk, Amstelveen en Uithoorn samenwerken. Het werkgebied loopt grofweg gelijk met dat van de huisartsenpost. De coöperatie is bedoeld om gezamenlijke belangen te behartigen en zaken regionaal te organiseren die individuele praktijken ontlasten. ‘Als er wat georganiseerd moet worden wat slimmer regionaal kan, dan pakken we dat ook regionaal op,’ zegt Frans.
Die samenwerking vraagt om duidelijke keuzes, ook financieel. De coöperatie wordt volledig gefinancierd door de huisartsen zelf. Praktijken betalen een contributie die kan oplopen tot enkele duizenden euro’s per jaar. ‘Dat is een fors bedrag,’ erkent Frans. ‘Dus daar mogen de leden ook iets voor verwachten.’
Een systeem vol verschillen
Voor grotere plannen werkt de coöperatie samen met de regio-organisatie, in Amstelland via Amsterdam Zorg. Daar is wel financiering beschikbaar, onder andere via zorgverzekeraars en innovatiegelden. De rolverdeling is helder: de coöperatie bepaalt richting en prioriteiten, de regio-organisatie voert uit. ‘Als wij zeggen dat we regionaal iets willen regelen, bijvoorbeeld op ICT of praktijkondersteuning, dan beleggen we dat daar,’ legt Frans uit.
Tegelijkertijd benoemt hij de complexiteit van het systeem. ‘Geldstromen en organisaties in de huisartsenzorg zijn een ratjetoe. In elke regio is het anders.’ Dat maakt samenwerking kwetsbaar en kan wrijving opleveren, zeker als onduidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.
De spanning van multidisciplinair samenwerken
Samenwerking met andere disciplines is noodzakelijk en kan veel opleveren, benadrukt Frans. Toch schuurt het ook. Zorgverzekeraars sturen graag op schaalvergroting en multidisciplinaire verbanden, terwijl huisartsen soms het gevoel hebben grip te verliezen. ‘Er zit een multidisciplinair sausje overheen waarvan wij denken: ho eens, dit gaat ons vooral aan,’ zegt hij. ‘En dan beslissen anderen mee over wat er in onze spreekkamer gebeurt.’
Die spanning raakt direct aan de rol van de huisarts als spin in het web. Nieuwe initiatieven, projecten en samenwerkingen komen vaak alsnog bij de huisarts terecht. ‘Als fysiotherapeuten, apothekers of het sociaal domein iets willen, belandt het uiteindelijk vaak toch weer bij ons,’ zegt Frans. ‘En dan wordt de huisarts weer kartrekker.’
Samenwerken kost ook tijd
Daarmee ontstaat een hardnekkige misvatting: dat samenwerking automatisch ontlast. In de praktijk levert het ook extra werk op, vooral buiten de spreekkamer. ‘Als er één ding is waar huisartsen allergisch voor zijn, dan is het vergaderen,’ zegt Frans. Toch vraagt de huidige organisatie van de zorg om overleg, afstemming, MDO’s en werkgroepen. ‘Er lopen zoveel projecten dat er overal een huisarts gevraagd wordt om aan te schuiven.’
Dat botst met de manier waarop huisartsen zijn opgeleid en werken. ‘Wij zijn probleemoplossers,’ zegt Frans. ‘Probleem, 10 minuten en dan richting een oplossing. Bestuurlijke processen vragen juist geduld en lange adem, terwijl de opbrengst vaak pas jaren later zichtbaar wordt.’
Grenzen stellen is onvermijdelijk
Een rode draad in het verhaal van Frans is de noodzaak om grenzen te stellen. Er komen steeds meer taken op het bord van de huisarts die daar volgens hem niet thuishoren. Een deel komt uit de tweede lijn, maar minstens zo vaak gaat het om vragen die buiten de zorg vallen. ‘De verwachting is ontstaan dat als niemand het kan oplossen, je de huisarts maar belt,’ zegt hij.
Dat kost tijd, ook als je nee zegt. ‘Als ik iemand toch laat komen, ben ik zo 10 minuten kwijt aan uitleggen waarom ik iets niet ga doen.’ Tegelijkertijd is nee zeggen lastig voor een beroepsgroep die gewend is problemen op te lossen. Jongere huisartsen zijn daar volgens Frans iets beter in, maar ook zij lopen tegen dezelfde verwachtingen aan.
Alleen mogelijk als het sociaal domein meebeweegt
Begrenzen kan alleen werken als er aan de andere kant voldoende alternatieven zijn. Als taken naar de ‘juiste plek’ moeten, dan moet die plek ook beschikbaar zijn. Frans zag hoe snel het misgaat als dat niet zo is. ‘Ik verwees mensen met maatschappelijke problematiek door en kreeg terug: we nemen de komende drie maanden niemand aan. Dan zitten die mensen vervolgens weer bij mij in de spreekkamer.’
Wat de patiënt ervan merkt
Het uiteindelijke doel van samenwerking blijft volgens Frans overeind: patiënten sneller en beter op de juiste plek helpen. ‘Iemand met rugklachten zou niet eerst 3 keer naar de huisarts moeten, maar direct naar de fysiotherapeut,’ zegt hij. Hetzelfde geldt voor sociale en financiële problemen. Dat vraagt ook iets van patiënten. ‘Sommige mensen gaan liever naar de dokter, omdat die hen kent.’
De winst zit in tijdig handelen. Door problemen vroeg aan te pakken, voorkom je escalatie en zwaardere zorg later. ‘Als je mensen met sociale stress op tijd helpt, voorkom je dat het jaren aan suddert en uiteindelijk explodeert.’
De toekomst vraagt om andere vaardigheden
Vooruitkijkend maakt Frans zich minder zorgen over ideeën dan over wie ze moet uitvoeren. Jongere huisartsen zijn hard nodig in bestuur en samenwerking, maar de drempels zijn hoog. In de opleiding is volgens hem te weinig aandacht voor het zorgsysteem en voor besturen. ‘De opleiding is inhoudelijk sterk, maar organisatie en samenwerking krijgen te weinig ruimte.’
Besturen vraagt bovendien tijd en ruimte in een levensfase waarin jonge huisartsen al veel ballen in de lucht houden. En het gaat niet alleen om praktijkhouders. ‘Er is een grote groep huisartsen in vaste dienst en waarnemers,’ zegt Frans. ‘Die moeten we ook betrekken.’
Klein houden om verbonden te blijven
De kracht van Amstelland zit volgens Frans in de schaal. Met ongeveer 180.000 tot 190.000 patiënten is de regio groot genoeg om dingen samen te organiseren, maar klein genoeg om elkaar te kennen. ‘Je kunt alleen samenwerken als je elkaar kent,’ zegt hij. Die nabijheid zorgt voor vertrouwen en betrokkenheid, ook zichtbaar in de hoge opkomst bij ledenvergaderingen.
Tegelijkertijd schuilt daar een risico. ‘Alles moet steeds groter,’ zegt Frans. ‘Maar als je te groot wordt, verlies je de verbinding.’ Zijn ervaring tijdens de coronacrisis onderstreept dat. ‘Onder druk zie je hoe belangrijk vertrouwen en samenwerking zijn.’ Dat inzicht is gebleven. Want de druk op de huisartsenzorg neemt niet af. Oplossingen vragen om gezamenlijke keuzes, maar wel op een schaal waarop je elkaar nog kunt aankijken.
Podcast: De zorg leeft
Frans was ook te gast in de podcast. Hoe zorgen regionale huisartsenorganisaties, andere organisaties en zorgverleners samen voor goede zorg in de regio: nu én in de toekomst? Een podcast vol inspiratie en ervaringen over thema's als digitalisering, continuïteit en verzuim.
Meer lezen?
Van jeuk naar impact
Van jeuk naar impact in de zorg
Jacomien de Jong: ‘Netwerkleiderschap in plaats van hiërarchie’
Leidinggeven in de eerste lijn betekent steeds vaker: bewegen zonder te duwen.
Luc Harings: ‘In de wijk gebeurt het’
De huisartsenzorg in Oostelijk Zuid-Limburg staat onder druk: zorgvraag, personeelstekorten en regiokenmerken.
Hoe Zuid-Limburg bouwt aan toekomstbestendige huisartsenzorg
Zuid-Limburg moest eerder dan andere regio’s de huisartsenzorg anders organiseren.