Friese huisartsenzorg: samen organiseren, slimmer werken
De huisartsenzorg in Friesland staat bekend om een sterke eigenheid en een groot vermogen om dingen samen op te lossen. Tegelijkertijd is de provincie een van de gebieden waar de krapte het hardst voelbaar is. Martijn van der Werff, bestuurder van Dokterszorg Friesland, ziet die spanning dagelijks terug. ‘Er zijn nog nooit zoveel huisartsen geweest in Nederland’, zegt hij. ‘Alleen: ze zijn ongelijk verdeeld over het land. Friesland is 1 van de gebieden waar de grootste krapte zit.’

Dokterszorg Friesland is de regionale huisartsorganisatie van Friesland. Martijn vat het met een glimlach samen: ‘Noem de onderwerpen en we zijn erbij betrokken.’ De organisatie ondersteunt huisartspraktijken overdag met zorgprogramma’s voor chronische zorg, digitalisering, opleidingen, procesverbetering en organisatieverandering. In de avond, nacht en weekenden organiseert en voert Dokterszorg (Dokterswacht) de spoedzorg uit: 1 triagecentrum en 5 huisartsenposten in de provincie.
Sinds 2012 gebeurt dat vanuit 1 organisatie. Daarvoor waren de huisartsenpost, de opleidingen en de chronische zorg gescheiden. De afgelopen jaren is de rol breder geworden, vertelt Martijn. We zijn steeds meer domeinoverstijgend en netwerkgericht bezig, bijvoorbeeld rond positieve gezondheid.
Friese kracht, Friese uitdaging
Als Martijn de huisartsenzorg in Friesland beschrijft, begint hij bij wat hij de ‘Friese kracht’ noemt. Hoewel hij zelf geen Fries is, herkent hij het meteen. ‘Dat Friese mienskip, die gezamenlijkheid, dat is de bodem’, zegt hij. ‘En dat gaat ook wel gepaard met eigenwijsheid en pragmatisme. Een beetje ‘niet lullen maar poetsen’.’
Die kracht kent ook een keerzijde. ‘Wat nog wel eens een uitdaging is: iets wat van buiten de provincie komt laten landen in de provincie’, zegt Martijn. ‘Als het niet in Friesland is bedacht, wordt het minder snel omarmd. In tijden van krapte en snelle verandering kan dat het lastiger maken om nieuwe oplossingen op te schalen.’
Tekort op meerdere fronten
Dat de krapte in Friesland groot is, merkt Martijn elke dag. Het gaat om huisartsen in het algemeen, of iemand nu waarnemer is of praktijkhouder. Tegelijk ziet hij een trend die de praktijkopvolging ingewikkeld maakt: er zijn veel waarnemers, maar minder mensen die de stap naar praktijkhouderschap willen zetten. ‘Het praktijkhouderschap is lastig’, zegt hij. ‘Daar komt administratie bij, personeelszaken, contractering, juridische zaken. Daar word je niet voor opgeleid.’
Naast het tekort aan huisartsen ziet hij ook dat ondersteunend personeel schaarser wordt. ‘Doktersassistenten beginnen nu ook te komen’, zegt hij. De oorzaken zijn niet eenvoudig aan 1 factor toe te schrijven, maar Martijn ziet wel een patroon: regio’s dichtbij universiteitssteden hebben het vaak makkelijker. ‘Daar waar je dichtbij opleidingen zit, zie je over het algemeen minder tekort’, zegt hij. ‘Friesland ligt geografisch minder gunstig, waardoor het moeilijker is om professionals aan te trekken die geen binding met de provincie hebben.’
Er zijn duidelijke aanknopingspunten om de krapte en de druk op praktijken beter het hoofd te bieden, juist door anders te organiseren.
Solidariteit onder druk
Friesland leunt traditioneel op samenwerking en onderlinge solidariteit tussen praktijken. Dat helpt om de dagelijkse praktijk draaiende te houden, zeker als er uitval is of tijdelijke gaten in roosters. Maar juist die vanzelfsprekendheid staat onder druk, waarschuwt Martijn. ‘Als jij steeds meer moeite hebt om je praktijk goed draaiende te houden en je moet elke keer een beroep doen op de buren… dat doet wat in de onderlinge relatie’, zegt hij. ‘Ik maak me het meeste zorgen over de druk die er staat op de solidariteit en gezamenlijkheid binnen de huisartsenzorg.’
Aanknopingspunten: organiseren, samenwerken, ontzorgen
Toch is Martijn niet somber. Er zijn volgens hem duidelijke aanknopingspunten om de krapte en de druk op praktijken beter het hoofd te bieden, juist door anders te organiseren. Het begint bij de praktijk zelf: slimmer werken, processen verbeteren en beter organiseren. Daarnaast is het nodig dat praktijken elkaar makkelijker vinden en in groter verband samenwerken, zeker rondom continuïteit: ziekte, vakantie, scholing en tijdelijke uitval.
Een derde laag ligt buiten de praktijk. Niet elke vraag hoeft bij de huisarts te landen, benadrukt Martijn. Dat vraagt om domeinoverstijgende samenwerking met bijvoorbeeld thuiszorg en het sociaal domein, en ook om domeinoverstijgende triage: ‘Welke vraag moet nou waar opgelost worden?’
Opleiden in de provincie
Een belangrijk deel van de oplossing zit volgens Martijn ook in de opleidingsketen. Dokterszorg zet in op ‘dichtbij opleiden’, zodat mensen al tijdens hun opleiding binding krijgen met de provincie. Er is gestart met decentraal opleiden in Leeuwarden en omgeving: een deel van de huisartsopleiding vanuit Groningen is naar Friesland gehaald. Daarnaast is samen met het mbo een BBL-opleiding voor doktersassistenten opgezet. ‘We proberen er echt voor te zorgen dat we vanaf het moment dat mensen opgeleid worden, dat ook in de provincie te doen’, zegt Martijn.
Wij gaan echt niet meer mensen krijgen, dus je zult je anders moeten organiseren, omdat je met minder mensen een andere zorgvraag te bedienen hebt.
Hybride huisartsenzorg als versneller
Waar Dokterszorg nu stevig op inzet, is hybride huisartsenzorg: digitaal waar het kan, fysiek waar het moet. Het doel is om met dezelfde mensen een grotere populatie te kunnen bedienen. In Friesland heeft Dokterszorg zelfs een eigen huisartspraktijk opgezet. Dat bood continuïteit, maar maakte ook zichtbaar hoe lastig het is om voldoende huisartsen te vinden.
Daarom wordt nu steeds meer gewerkt met zorg op afstand: huisartsen die elders in het land wonen, leveren een deel van de zorg telefonisch of digitaal. ‘Huisartsenzorg zal altijd ook fysiek op een praktijk gedaan moeten worden’, zegt Martijn. ‘Maar wij zien dat we ongeveer 70 à 75 procent van de zorgvragen in eerste instantie op afstand kunnen beantwoorden.’ Dat is geen doel op zich, benadrukt hij, maar een manier om de schaarste op te vangen en de beschikbare capaciteit slimmer in te zetten.
Verzuim: vaak een combinatie
Ook verzuim komt in het gesprek terug, omdat het personeelstekort en werkdruk elkaar versterken. Martijn ziet dat kortdurend verzuim vaak ‘gewone’ oorzaken heeft, zoals griep. Middellang en langdurig verzuim is volgens hem vaker complexer. ‘Dat is vaak toch echt wel een combinatie tussen privé en werk’, zegt hij. Vooral wanneer het werk weinig ruimte biedt om te schuiven in roosters en werktijden, kan het snel knellen als er thuis ook veel speelt. ‘Dan loopt het emmertje wel over’, zegt Martijn. ‘En dat is wel een recept voor langduriger uitval.’
Onbekendheid met regelingen
Wat Martijn opvalt, is dat er veel instrumenten bestaan om verzuim te voorkomen of beter te begeleiden, maar dat ze niet altijd bekend zijn. ‘Wij als organisaties en ook een praktijk zijn onvoldoende op de hoogte van: wat kunnen we eigenlijk allemaal?’ zegt hij. Hij ziet daar een duidelijke kans: mogelijkheden beter zichtbaar maken, preventief en curatief.
Zelf werkt Martijn mee aan de cao-delegatie voor de huisartsen. In de cao zijn regelingen ontwikkeld die medewerkers meer ruimte kunnen geven, bijvoorbeeld via PLB-uren die in een ‘spaarpotje’ kunnen worden opgebouwd om tijdelijk te ontlasten. Dat is extra relevant nu mantelzorg vaker voorkomt. ‘Onze medewerkers worden ouder en daar wordt het beroep op hen als mantelzorger groter’, zegt hij. ‘Daar zul je als werkgever en werknemer samen het gesprek over moeten voeren: hoe doen wij dit?’
2030 begint nu
Als Martijn vooruitkijkt naar 2030, voelt dat niet als ‘later’, maar als dichtbij. Over vier jaar moeten volgens hem al zichtbare stappen gezet zijn. Hij hoopt op een combinatie van meer samenwerking en meer digitalisering, maar met een belangrijke kanttekening: ‘Digitalisering niet als doel, maar als middel.’
Ook AI zal daarin een rol spelen, verwacht hij. Niet om de huisarts te vervangen, maar om de eerste fase van vragen slimmer te organiseren. Martijn ziet nu al hoe digitale kanalen druk kunnen wegnemen. Dokterszorg heeft bijvoorbeeld een chatmogelijkheid in de avond-, nacht- en weekendzorg. ‘Dat neemt echt de druk op ons triagecentrum weg’, zegt hij. ‘Er zijn al voorbeelden dat het eerste deel van die vragen door een chatbot wordt beantwoord, en daarna geautoriseerd door doktersassistenten, verpleegkundigen of huisartsen.’ Die ontwikkeling zal verder gaan.
De kern van zijn verhaal is nuchter en tegelijk ambitieus: er komen geen extra mensen bij. De zorgvraag groeit wel. ‘Wij gaan echt niet meer mensen krijgen’, zegt Martijn. ‘Dus je zult je anders moeten organiseren, omdat je met minder mensen een andere zorgvraag te bedienen hebt.’ Friesland probeert dat te doen op de manier die bij de provincie past: samen, pragmatisch en met de blik op wat vandaag al kan, zodat de huisartsenzorg ook morgen toegankelijk blijft.
Podcast: De zorg leeft
Martijn was ook te gast in de podcast. Hoe zorgen regionale huisartsenorganisaties, andere organisaties en zorgverleners samen voor goede zorg in de regio: nu én in de toekomst? Een podcast vol inspiratie en ervaringen over thema's als digitalisering, continuïteit en verzuim.
Meer lezen?
‘Digitalisering moet de zorg menselijker maken, niet afstandelijker’
Denise Jordaan (manager IT & digitale zorg bij Hadoks) over regionale samenwerking, AI-triage en samenwerken.
Maud Voermans: ‘Digitalisering zit in ons DNA’
Wie huisartsenzorg nodig heeft, merkt het steeds vaker: de route naar zorg wordt digitaler.
Dit hoort in je maatschapscontract
Welke zaken horen in een maatschapscontract om bij verwachte en onverwachte zaken de spelregels te bepalen?
IFMS: van verplichting naar verlichting
Welke aanpak je ook kiest, met deze checklist breng je jouw IFMS-herregistratie vlot en zorgeloos op orde.