Hoe rekent u fiscaal af met stakingswinst?

22 februari 2018 - Als u uw praktijk staakt en verkoopt komt ook de belastingdienst om de hoek kijken. In deze blog licht bedrijfskundig specialist Peter van Bakel toe hoe u zelf de touwtjes in handen houdt.

Touwtjes in handen

In mijn vorige bijdragen heb ik het al een aantal keer gehad over het staken en verkopen van uw praktijk. Naast de vele voorbereidingen die daarbij komen kijken, is het op een bepaald moment tijd om de zaken fiscaal netjes af te wikkelen. Als zelfstandig ondernemer heeft u in al die jaren de touwtjes zelf in handen gehad. Hoe kunt u er nu voor zorgen dat u in deze laatste fase ook belastingtechnisch dat touwtje in handen houdt? Ik licht dat toe aan de hand van het begrip stakingswinst.

Stakingswinst


In het jaar van staking van uw praktijk realiseert u, naast de normale jaarwinst, ook een stakingswinst als gevolg van deze beëindiging: alle stille reserves van uw onderneming komen in dat jaar vrij. Twee belangrijke stille reserves betreffen de ontvangst van een goodwillbedrag en, indien het praktijkpand in uw bezit is, de eventuele meerwaarde die er schuilt in het onroerend goed. Aan welke fiscale touwtjes kunt u nog trekken?

Goodwill


Goodwill is het geldbedrag waarmee de koper over de brug moet komen om uw lopende praktijk of uw maatschapsaandeel over te kunnen nemen. U betaalt over de ontvangen goodwill inkomstenbelasting (behoudens de stakingswinstvrijstelling van € 3.630,-). Dat betekent over het algemeen betalen ineens tegen het progressieve belastingtarief van maximaal 51,95% (door de MKB winstvrijstelling komt dit effectief iets lager uit). Wilt u dit niet, dan kunt deze betaling echter voor u uitschuiven en wel op de volgende 2 manieren:

1. Stakingslijfrente


Als u de goodwill tijdig (binnen een half jaar na het kalenderjaar waarin er gestaakt is) onderbrengt in een lijfrenteverzekering/fiscaal banksparen, dan hoeft u niet ineens af te rekenen. Pas bij de periodieke uitkeringen van de verzekeraar of bank, wordt er inkomstenbelasting geheven.

Let wel: u moet bij het bovenstaande nog wel rekening houden met de opgebouwde waarde in uw beroepspensioenfonds, de hoogte van een eventuele fiscale oudedagsreserve en in het verleden betaalde lijfrentepremies. Laat u daarover goed adviseren door een fiscalist!

Houdt er ook rekening mee dat er met betrekking tot de mogelijkheden verschillen bestaan tussen de lijfrenteverzekering en de bancaire oplossing.

2. Nieuwe praktijk starten


Een andere mogelijkheid dient zich aan als u na verkoop van uw praktijk, uiterlijk binnen 12 maanden na staking, wederom een nieuwe praktijk start of zich inkoopt in een maatschap.

Over de goodwill die u zelf heeft ontvangen, hoeft u niet ineens fiscaal af te rekenen, maar mag u dan verrekenen met de goodwill en overige investeringen die u moet betalen. Uw feitelijke investeringsbedrag wordt daarmee lager of zelfs nul. De jaarlijkse afschrijvingen zijn daarom lager, waardoor uw inkomen hoger zal uitvallen. U betaalt dan alsnog extra inkomstenbelasting, maar dan gespreid over de jaren.

Praktijkpand in bezit


Indien u een praktijkpand in uw bezit heeft, zijn in de loop de jaren alle kosten met betrekking tot dit pand opgevoerd in de winst- en verliesrekening. Ook de waardevermindering van het pand (lees: afschrijvingen). 

Op het moment dat u als ondernemer stopt en derhalve geen praktijk meer uitoefent, gaat het pand verplicht over van uw zakelijk vermogen naar privévermogen. Het verschil tussen de op dat moment geldende marktwaarde en de, door afschrijving verminderde balanswaarde, valt net als de goodwill in de stakingswinst. Dat kan bij een pand dat sterk in waarde is gestegen, leiden tot een forse stakingswinst (en belastingaanslag). 

Er zijn dan meestal 2 situaties denkbaar:

1. U verkoopt daadwerkelijk het pand 


De verkoopopbrengst is dan uiteraard de marktwaarde. Met de stakingswinst heeft u dezelfde keus als bij de goodwill: ineens afrekenen of het aankopen van een lijfrente. Vaak loopt er nog een hypotheek bij de bank. Die kunt u aflossen met de ontvangen gelden. 

2. U verkoopt het pand niet


Ook dan valt de meerwaarde van het pand in de stakingswinst en heeft u weer dezelfde fiscale keuzes. Echter, omdat er geen liquiditeiten worden ontvangen, kan het wel eens lastig zijn om zowel de hypotheek af te lossen als de belasting (of de lijfrente) te betalen.

De volgende adviezen wil ik u dan meegeven:
  • Laat een taxatie van het praktijkpand doen door een bedrijfsmakelaar. Op die manier krijgt u een juiste marktwaarde.
  • Los in de loop van uw actieve ondernemersjaren zoveel mogelijk (extra) af op de hypotheek bij de bank. Zo is de schuld aan het eind van de rit minimaal (of zelfs nihil).
  • Of houdt rekening met de aanstaande fiscale claim en zet daar gelden voor opzij.
  • Staat er nog een restschuld open, ga tijdig in gesprek met de bank om deze hypotheek om te zetten (het pand wordt immers privévermogen).
  • Vaak is er de mogelijkheid om het pand te verhuren aan de koper van uw onderneming. Bepaal in samenspraak met de koper en eventueel makelaar een juiste huurprijs.
U ziet: de fiscus komt in alle gevallen uiteindelijk niets te kort. Maar u heeft als (ex)ondernemer toch nog even dat touwtje vast.

Deze blog verscheen ook op LinkedIn
Fiscale touwtjes
 

Over de auteur

Peter van Bakel

Peter van Bakel

'De cijfers zijn bij mij in goede handen.'


Mijn focus ligt op bedrijfskundige advisering aan ondernemers werkzaam in de zorg. Ik reken de financiële gevolgen door van investeringen. Samen met de ondernemer rekenen we door wanneer het verstandig is om te stoppen. Ik breng in beeld wat het betekent om van rechtsvorm te wijzigen en bij de verkoop of aankoop van een praktijk stel ik een waardebepaling op.


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  030 - 247 42 48

contactformulier  Stuur uw bericht