Inloggen

Online inzage in medisch dossiers

Wat betekent het in de praktijk?

Sinds 1 juli 2020 zijn zorgverleners verplicht om patiënten elektronisch inzage te bieden in hun medische gegevens en daarvan een digitaal afschrift te verstrekken. Wat betekent dit in de praktijk en hoe beïnvloedt het mogelijk de behandelrelatie? Senior juristen gezondheidsrecht Shirin Slabbers en Annemarie Smilde geven antwoord.

1. Is het verplicht patiënten via internet inzage te geven?


Nee, het verschaffen van elektronische inzage kan, maar hoeft niet online, via een beveiligde zorgportaal of in een Persoonlijke gezondheidsomgeving (een PGO). Zorgverleners die nog niet digitaal werken, hoeven dit dus ook niet per se te gaan doen. U mag als zorgverlener bijvoorbeeld ook in uw praktijk inzage bieden op een scherm. Dan bent u ook aanwezig voor toelichting. Een elektronisch afschrift verstrekt u door een pfd-bestand via een beveiligde mail te versturen of op een beveiligde USB-stick te zetten. Het kan ook via een zorgportaal of een PGO.

2. Is het elektronisch inzagerecht nieuw?

Het inzagerecht is niet nieuw. Een patiënt heeft op grond van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) al recht op inzage in zijn dossier en een (papieren) kopie daarvan. Bovendien kan hij op basis van de AVG aanspraak maken op verstrekking van een medisch dossier in een elektronische vorm als de aanvraag elektronisch wordt gedaan. De nieuwe regelgeving verplicht zorgverleners om de inzage en het afschrift op verzoek van de patiënt elektronisch te geven. Daarnaast behoudt de patiënt het recht om een papieren kopie te ontvangen.

Bekijk ook de video over dit onderwerp. De tekst gaat verder onder de video.


3. Voor wie geldt de verplichting?


De verplichting om elektronisch inzage te geven geldt volgens de Wabvpz voor alle segmenten van de zorg die onder het bereik van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) vallen. Oftewel vrijwel alle zorg, ook alternatieve zorg en cosmetische zorg. Twijfelt u of u Wkkgz-zorg verleent? Raadpleeg dan de brochure van VWS ‘Val ik onder de Wkkgz?’.

Hoewel de wet de verplichting om elektronisch inzage te geven bij de zorgorganisatie (de werkgever of opdrachtgever van de zorgverlener) legt, is het in de praktijk de zorgverlener die het verzoek krijgt en die de inzage moet (laten) geven. Doet de zorgverlener dit niet, dan kan hij daarvoor tuchtrechtelijk worden aangesproken. 

Wabvpz en AVG
De verplichting voor elektronische inzage staat in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De Wabvpz is een verbijzondering van de rechten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 

4. Betreft het (elektronisch) inzagerecht het volledige dossier?

Omdat de online inzage geen recht is, bent u als zorgverlener vrij om te bepalen of én in welke gegevens van het dossier u online inzage geeft.

De WGBO verplicht u gegevens van derden in het dossier af te schermen als dat nodig is om hun privacy te beschermen, bijvoorbeeld bij vertrouwelijke informatie van de partner van de patiënt. Deze beperking geldt ook bij inzage op het scherm of bij verstrekking van een elektronisch afschrift. Let er dus op dat de leverancier van een digitaal dossier de mogelijkheid biedt om slechts een deel van het dossier aan de patiënt te tonen. Verder mag u online inzage beperken of stoppen, bijvoorbeeld als u dit in het belang van de patiënt vindt. Denk aan een patiënt in een crisissituatie. Uiteraard is het daarbij van belang vooraf aan de patiënt uit te leggen waarom u dit doet. Houd er rekening mee dat de patiënt in deze situatie wel recht heeft op volledige inzage in het elektronisch dossier in uw praktijk of in een pdf van het dossier. De wet bevat namelijk geen beperking van dit recht in het belang van de patiënt en/of goede zorg.

In de praktijk zien we nadere regels per zorgsegment. Zo beperkt de richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) ‘Online inzage in het H-epd door de patiënt’ de online inzage in de E- en P-regels van een consult tot de regels die ná 1 juli 2020 zijn ingevoerd.

5. Hebben vertegenwoordigers van de patiënten dezelfde rechten?

Ja, de vertegenwoordigers van patiënten tot 12 jaar en die van wilsonbekwame patiënten kunnen in plaats van deze patiënten om elektronische inzage of een elektronisch afschrift vragen. Voor ouders met gezag van patiënten van 12 tot en met 15 jaar ligt dat iets anders.

Ze hebben alleen dit recht voor zover het gaat om gegevens in het dossier die zij nodig hebben om beslissingen over de zorgverlening aan hun kind te nemen. Vanwege deze beperking is voor de online inzage gekozen voor een praktische oplossing: kinderen van 12 tot en met 15 jaar moeten toestemming geven voor online inzage in hun dossier door ouders met gezag. Het kind kan deze toestemming op ieder moment weer intrekken.
Voor de rechten van vertegenwoordigers – dus ook de online inzage – geldt naast genoemde beperking vanwege de privacy van derden ook nog een beperking vanwege goed hulpverlenerschap: als u kennisname van bepaalde gegevens schadelijk acht voor de patiënt, moet u deze gegevens uit een kopie verwijderen of bij inzage afschermen. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen bij vechtscheidingen.

Is het kind ouder dan 16 jaar, dan mag alleen met toestemming van de minderjarige informatie uit het dossier worden verstrekt. Het is aan het kind zelf om online inzage aan zijn ouders te geven. Is de minderjarige wilsonbekwaam, dan oefenen de ouders (met gezag) de rechten van de minderjarige uit. Zij hebben dan dezelfde positie als de ouders van een minderjarige die jonger dan 12 jaar is.

6. Wat voor impact hebben de nieuwe rechten en online inzage op de praktijk en behandelrelaties?

Houd bij het verlenen van online inzage rekening met meer vragen over het dossier en in bepaalde gevallen zelfs kritiek van patiënten. Ook kunt u verzoeken tot aanpassing van het dossier verwachten, zoals vernietigingsverzoeken. Omdat iemand het niet eens is over uw beleid, of als er tegengestelde belangen zijn, bijvoorbeeld bij een vechtscheiding. Het advies is om hier niet defensief of formeel op te reageren; dit komt de behandelrelatie namelijk niet ten goede. Probeer net als bij een verwijzingsverzoek van een patiënt te achterhalen wat de onderliggende behoefte is en bespreek of de aanpassing van het dossier een echte oplossing biedt of dat er iets anders nodig is.

Ook als u geen online inzage biedt, kunt u te maken krijgen met verzoeken om een pdf te verstrekken en daardoor meer vragen over het dossier of verzoeken tot aanpassing hiervan.

Hoe houdt u de regie over het dossier en de behandelrelatie?

  • Tip 1: Maak in uw praktijk een stappenplan voor een zorgvuldige en efficiënte behandeling van onvrede en verzoeken van patiënten betreffende het dossier. Met name de verzoeken tot verwijdering van gegevens, verdienen hierbij aandacht. Zie hiervoor de KNMG- richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’.
  • Tip 2: Geef op de website aan patiënten voorlichting over het doel van het dossier en hun rechten. Adviseer om vragen over het dossier zoveel mogelijk tijdens een consult te stellen. Hiermee voorkomt u een tijdrovende mailwisseling en beperkt u het risico op verzoeken tot verwijdering van gegevens én op klachten. Psychotherapeuten en gz-psychologen zouden kunnen overwegen (standaard) in hun behandelplannen op te nemen dat opmerkingen of vragen met betrekking tot het dossier worden besproken tijdens een behandelsessie.
  • Tip 3: Evalueer regelmatig de binnenkomende vragen en bekijk in hoeverre acties gewenst zijn, zoals een aanpassing van de tekst op de website of aanvullende werkafspraken. Let ook op of de privacyverklaring aanpassing behoeft.

Auteurs

Shirin Slabbers en Annemarie Smilde van VvAA Juridisch advies en rechtsbijstand.


Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email