Inloggen

Online inzage in medisch dossiers

Wat betekent het in de praktijk?

30 juli 2020 - Vanaf 1 juli 2020 zijn zorgaanbieders verplicht om patiënten (kosteloos) elektronisch inzage te geven in hun eigen medische gegevens, alsook een digitaal afschrift daarvan te verstrekken. Deze verplichting staat in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De Wabvpz is een verbijzondering van de rechten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Wat betekent deze verplichting in de praktijk? Antwoorden op veelgestelde vragen. 

Is het verplicht om online inzage te geven in een patiëntendossier?

Het recht van de patiënt op elektronische inzage houdt niet per definitie in dat de inzage online (via internet) moet worden verleend. De wet stelt namelijk geen eisen aan de vorm waarin elektronische inzage wordt verleend. De zorgaanbieder kan de patiënt bijvoorbeeld ook op de praktijk uitnodigen om daar digitaal inzage te hebben in het dossier en de patiënt daarnaast een digitaal afschrift geven van het dossier. Dat kan onder meer door een pdf via de mail of een usb-stick aan de patiënt te verstrekken. Als een patiënt zelf online zijn gegevens kan inzien, bijvoorbeeld via een patiëntenportaal of een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO), kan hij daarvan zelf een digitale kopie maken.

Is het elektronisch inzagerecht nieuw?

Het inzagerecht is voor veel zorgverleners niet nieuw. Een patiënt heeft immers op grond van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) al recht op inzage in en een (papieren) kopie van zijn dossier. Bovendien kan hij ook op basis van de AVG aanspraak maken op verstrekking van een medisch dossier in een elektronische vorm, op voorwaarde dat het verzoek daartoe elektronisch is ingediend. De nieuwe regelgeving verplicht zorgverleners een patiënt op zijn verzoek de inzage en het afschrift altijd elektronisch te geven. De patiënt behoudt het recht om daarnaast een papieren kopie te ontvangen.

Het is overigens niet zo dat “oude” papieren dossiers naar aanleiding van de Wabvpz moeten worden gedigitaliseerd. Zorgverleners die nog niet digitaal werken, hoeven ook niet per se digitaal te gaan werken. Maar als je wel digitaal werkt, dan bestaat dus vanaf 1 juli 2020 het recht op een elektronische inzage. 
 

Voor wie geldt de verplichting?

De verplichting om elektronisch inzage te geven geldt volgens de Wabvpz voor zorgaanbieders in de zin van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dat zijn zowel instellingen als solistisch werkende zorgverleners die zorg verlenen als omschreven in de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw), danwel ‘andere zorg` verlenen. Die andere zorg wordt gedefinieerd als: “handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, niet zijnde Wlz-zorg of Zvw-zorg, alsmede handelingen met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de patiënt”. De Wabvpz heeft dus een groot bereik. Groter dan de WGBO. 

Hoewel de wet de verplichting om elektronische inzage te geven bij de zorgorganisatie (de werkgever of opdrachtgever van de zorgverlener) legt, is het in de praktijk de zorgverlener die het verzoek krijgt en die de inzage moet geven of ervoor moet zorgdragen dat die inzage wordt gegeven. Als de zorgverlener dat niet doet, dan kan hij daarvoor bijvoorbeeld tuchtrechtelijk worden aangesproken. 

Betreft het (elektronisch) inzagerecht het volledige dossier?

Het recht van een patiënt op inzage is niet onbeperkt. Volgens de WGBO heeft een patiënt geen recht op inzage in zijn medisch dossier voor zover dat in strijd komt met de persoonlijke levenssfeer van een ander. Hetzelfde geldt voor de AVG. In de AVG en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) staat een aantal uitzonderingen op het inzagerecht. Zo mag inzage worden geweigerd om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. In de praktijk mag hiermee slechts een deel van een medisch dossier worden achtergehouden. Niet het hele dossier.

Een aantal beroepsorganisaties heeft bovendien nadere regels opgesteld. Zo beperkt de NHG-richtlijn ‘Online inzage in het H-epd door de patiënt’ de online inzage in de E en P regels van een consult tot de regels die na 1 juli 2020 zijn ingevoerd. Het is van belang dat zorgverleners goed op de hoogte zijn van de richtlijnen van hun eigen beroepsorganisatie. Ook zullen zij er alert op moeten zijn dat een leverancier van een digitaal dossier de mogelijkheid heeft gecreëerd niet het hele dossier aan de patiënt te tonen. 

Hebben ouders recht op (elektronisch) inzage in het dossier van hun kinderen?

Op grond van de Wabvpz hebben ouders (met ouderlijk gezag) recht op elektronische inzage in en een elektronische kopie van het medisch dossier van een patiënt die jonger is dan 12 jaar. Op dit recht is de beperking van de WGBO van toepassing: als de verstrekking van de inzage of een kopie in strijd is met het goed hulpverlenerschap, dan moet de zorgaanbieder dit achterwege laten. 

Uit de Wabvpz en de WGBO volgt dat ouders van een patiënt van 12 tot 16 jaar recht op elektronische inzage in en een elektronische kopie van het medisch dossier van hun kind hebben als dat nodig is om toestemming te kunnen geven voor een verrichting (of een verwijzing hiervoor). In de praktijk wordt aan ouders alleen online inzage toegekend als hun kind daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Het kind kan deze toestemming op ieder moment weer in trekken. De zorgaanbieder moet ook bij deze leeftijdscategorie bij online inzage gegevens afschermen voor de ouders als het goed hulpverlenerschap dit vereist. 

Is het kind ouder dan 16 jaar, dan mag alleen met toestemming van de minderjarige informatie uit het dossier worden verstrekt. Het is aan het kind zelf om online inzage aan zijn ouders te geven. Als de minderjarige wilsonbekwaam is, dan oefenen de ouders (met gezag) de rechten van de minderjarige uit. Een en ander staat in de WGBO, de Wabvpz, de AVG en Uitvoeringswet AVG. Zij hebben dan dezelfde positie als de ouders van een minderjarige die jonger dan 12 jaar is. 

Hoe houdt u de regie over het dossier en de behandelrelatie?

  • Online inzage zal in het algemeen de behandelrelatie en zorg ten goede komen. Wel is het belangrijk dat patiënten (en vertegenwoordigers) de juiste verwachtingen van de online inzage en het dossier hebben. Hierover kunt u bijvoorbeeld op de website voorlichting geven. Daarnaast helpt het u en de patiënt om aan te geven dat ze vragen of kritiek met betrekking tot het dossier het beste kunnen bespreken in een consult. Hiermee voorkomt u een tijdrovende mailwisseling en beperkt u het risico op verzoeken tot verwijdering van gegevens én op klachten.
  • Psychotherapeuten en gz-psychologen zouden kunnen overwegen (standaard) in hun behandelplannen op te nemen dat opmerkingen of vragen met betrekking tot het dossier worden besproken tijdens een behandelsessie.
  • Een duidelijke werkwijze in uw praktijk over het omgaan met vragen en verzoeken tot aanpassing van het dossier draagt er ook aan bij dat u de regie houdt. Daarbij zou u van tijd tot tijd binnenkomende vragen kunnen evalueren en bezien in hoeverre acties gewenst zijn, zoals een aanpassing van de tekst op de website of aanvullende werkafspraken. 

Bijzondere situaties

In bepaalde gevallen is het wenselijk meer aandacht te hebben voor de gevolgen van de online inzage:

  • U verwacht negatieve gevolgen voor de behandelrelatie, zoals herhaalde discussie over het dossier en verzoeken tot aanpassing.
    Bijvoorbeeld bij patiënten/ vertegenwoordigers die het vaak niet eens zijn met uw beleid of als er tegengestelde belangen zijn tussen ouders en minderjarigen dan wel bij vechtscheidingen.  

    In deze gevallen kunt u voordat u het verzoek tot online inzage inwilligt, met de patiënt (of vertegenwoordiger) afspraken maken over de communicatie over het dossier met als doel het werkbaar houden van de relatie en het borgen van de kwaliteit van het dossier. Als deze afspraken niet het gewenste effect hebben, kunt u besluiten bepaalde gegevens van het dossier niet meer te delen via online inzage. 
    De patiënt (of vertegenwoordiger) houdt dan wel het recht om het volledige dossier in te zien op de praktijk of met regelmaat een PDF van zijn dossier te ontvangen. Daarmee heeft hij toegang tot het volledige dossier.

  • U schat in dat online inzage nadelige gevolgen voor de patiënt heeft of kan hebben
    Hier moet u denken aan een kwetsbare patiënt, die door kennisname van dossier, zonder uw tussenkomst, verder uit balans zal raken of waarbij inzage zelfs tot ernstige schade zou kunnen leiden. Met deze patiënt kunt u afspreken dat u (tijdelijk) geen online inzage biedt of bepaalde passages niet deelt. 
 

Auteurs

Shirin Slabbers en Annemarie Smilde van VvAA Juridisch advies en rechtsbijstand.


Volledig op de hoogte blijven

Laat uw gegevens achter als u ook updates met specifieke informatie over onze producten en diensten wilt ontvangen.

Aanmelden servicenieuws
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email