Nieuwsbericht

Houvast bij de fiscale toetsing van uw MSB

  • 17 juni 2019
  • Leestijd 4 min

Met de invoering van de integrale bekostiging hebben de vrijgevestigde medisch specialisten zich verenigd in Medisch Specialistische Bedrijven (MSB’s). MSB’s zijn sinds 2015 druk bezig geweest om een medisch bedrijf neer te zetten.

De afgelopen jaren hebben de adviseurs van VvAA veel MSB’s begeleid in dit proces. De oprichting en ontwikkeling van de MSB’s heeft op veel belangstelling van de Belastingdienst mogen rekenen. In dit stuk zetten wij de belangrijkste inzichten en jurisprudentie op een rij die houvast bieden bij de toetsing van uw MSB door de Belastingdienst.

Medisch specialistische bedrijven: twee fiscale categorieën

Fiscaal zijn MSB’s in twee categorieën te verdelen: fiscaal-niet transparante MSB’s en fiscaal transparante MSB’s. Fiscaal niet-transparante MSB’s zijn over het algemeen vormgegeven als een coöperatie. De medisch specialisten participeren in het MSB middels een personal holding BV. De winst wordt dan in de heffing van de vennootschapsbelasting betrokken.

De fiscaal transparante MSB’s zijn maatschappen van (meestal) natuurlijke personen. De resultaten van het MSB worden voor de belastingheffing vervolgens rechtstreeks toegerekend aan de maten. Uitgangspunt van het model is dat zij daarvoor als ondernemer worden belast in de inkomstenbelasting.

Toetsing op ondernemerschap door de Belastingdienst

De MSB’s zijn door de Belastingdienst al diverse malen getoetst op fiscaal ondernemerschap. De meeste MSB’s kregen uiteindelijk goedkeuring van de Belastingdienst tot eind 2017. Vaak werd daarbij door de Belastingdienst aangegeven dat nog niet aan alle relevante elementen van ondernemerschap werd voldaan, maar dat wel sprake was van een groei hiernaartoe. De Belastingdienst ging ervan uit dat bij deze MSB’s de onderneming in deze periode verder zou ontwikkelen.

Fiscaal transparante model in de belangstelling

Het is met name het fiscaal transparante maatschapsmodel dat zich mag verheugen in de warme belangstelling van de Belastingdienst. Bij de fiscale beoordeling staat de vraag centraal of de maatschap een onderneming in fiscale zin drijft. De Belastingdienst kijkt daarbij met name naar drie aspecten:

  • de omvang van de investeringen
  • de personeelskosten
  • de inkomsten die het MSB behaalt bij andere opdrachtgevers dan het ziekenhuis.

De jurisprudentie inzake het fiscale ondernemerschap van zelfstandige beroepsbeoefenaars leert ons echter dat deze drie criteria in de praktijk niet altijd van toepassing hoeven te zijn om te kwalificeren als ondernemer.

Jurisprudentie zelfstandige beroepsbeoefenaars

Als we nader kijken naar die jurisprudentie zien we dat vorig jaar een aantal interessante uitspraken is verschenen waarin de vraag centraal stond of een zelfstandig beroepsbeoefenaar fiscaal als ondernemer kwalificeerde. Wij zullen hier kort aandacht besteden aan twee uitspraken.

Voorbeeld 1: de paprikadraaier
De eerste uitspraak draaide om een zogeheten paprikadraaier (Hof Den Haag 8 mei 2018 nr. 17/00560). De paprikadraaier was werkzaam als zzp’er en hield zich bezig met het draaien en toppen van paprika’s. Daarbij werd steeds tegen een vaste aanneemsom door de paprikadraaier een opdracht aangenomen. Het risico van meer- of minderwerk lag bij de paprikadraaier. Het gerechtshof Den Haag moest zich buigen over de vraag of de paprikadraaier een zelfstandig beroep uitoefende. Daarvan is volgens het hof sprake indien de paprikadraaier de werkzaamheden zelfstandig en voor eigen rekening verricht en daarbij ondernemersrisico loopt. Aan deze voorwaarden werd door de paprikadraaier voldaan. Het hof overwoog daarbij dat een zelfstandig beroep ook kan worden uitgeoefend zonder investeringen in bedrijfsmiddelen. Ook het feit dat de paprikadraaier het overgrote deel van zijn omzet bij één opdrachtgever behaalde, deed niet af aan het oordeel van het hof. Deze uitspraak leert dat ook in geval van geen of minimale investeringen en een beperkt aantal opdrachtgevers er nog steeds sprake kan zijn van fiscaal ondernemerschap.

Voorbeeld 2: Kaakchirurg in opleiding
De tweede uitspraak betrof een kaakchirurg in opleiding (Hoge Raad 30 november 2018 nr. 17/06138). Zij verrichtte werkzaamheden voor een maatschap kaakchirurgie op basis van een overeenkomst van opdracht. Voor de uitgevoerde werkzaamheden diende zij op naam van de maatschap declaraties in bij het ziekenhuis. Zij ontving 50% van het gedeclareerde bedrag.

rechter oordeelde dat aan de hand van de volgende criteria moest worden beoordeeld of er sprake is van winst uit onderneming:

  • Is er sprake van voldoende zelfstandigheid ten opzichte van de opdrachtgever?
  • Is er een streven naar continuïteit door het verkrijgen van verschillende opdrachten?
  • Wordt er ondernemersrisico gelopen?

Uit deze uitspraak volgt dat het enkele feit dat er sprake is van één opdrachtgever, nog niet met zich meebrengt dat er geen sprake zou kunnen zijn van fiscaal ondernemerschap.

Verstandig investeren

Naar onze mening biedt de hiervoor genoemde rechtspraak houvast aan de MSB’s in hun discussie met de Belastingdienst. Een van de aspecten waar de Belastingdienst op toetst zijn de investeringen. Daarbij speelt uiteraard de hoogte van de gedane investeringen een rol. Maar het is ook van belang waarin geïnvesteerd wordt. Met name het investeren in zorgactiviteiten buiten de muren van het ziekenhuis wordt door de Belastingdienst positief gewaardeerd. Denk hierbij aan het investeren in een ZBC.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Meer lezen?

Vrouw en twee mannen bekijken lachend iets op de computerOndernemen
Ondernemen
22 februari 2022
  • 22 februari 2022
  • Leestijd 2 min

E-health: goede zorg anders geleverd

De inzet van e-health, informatie- en communicatietechnologie (ICT), biedt veel kansen in de zorg.