Substitutie in de zorg: van focus op kosten naar focus op de patiënt

Substitutie is een actueel thema in de zorg. De politiek beschouwt het als een van de middelen om verdere kostenreductie te realiseren. Daarbij wordt substitutie vaak gezien als het weghalen van taken en activiteiten bij de specialist in het ziekenhuis, om die vervolgens neer te leggen bij de huisarts. In tegenstelling tot deze kosten-gedreven benadering pleiten wij voor een meer patiëntgerichte benadering. Dat laat, naast de gewenste efficiencyverbeteringen, ook zien dat substitutie breder kan worden toegepast.

In de (commerciële) markt van consumentengoederen is de klant altijd het vertrekpunt. Er wordt geen wasmiddel geproduceerd, geen fles frisdrank rolt van de lopende band voordat tot in de kleinste details is nagedacht over wat de klant wil, wanneer hij het wil en hoe hij het wil. Van de kleur van het etiket tot de plaats in het schap in de supermarkt.

In de zorgmarkt lijkt het nu vooral te gaan over kosten. Neem de overheveling van zorgtaken naar de gemeenten, ingestoken vanuit efficiency en kostenbeheersing. De effecten voor de patiënt komen op de tweede plaats.

De patiënt als vertrekpunt

Het vertrekpunt is steevast: kosten. Die moeten omlaag. Alles moet efficiënter, voordeliger. Vanzelfsprekend zien wij deze noodzaak ook. Maar wij pleiten voor een andere aanvliegroute van substitutie. Namelijk door eerst en vooral te beginnen bij de patiënt.

In plaats van uit te gaan van de vraag: hoe krijgen we die kosten omlaag, is het veel natuurlijker om te starten bij de vraag: wat is voor een bepaalde patiëntgroep van belang? Hoe zouden wij de zorgfaciliteiten zo kunnen inrichten dat deze patiënten sneller en beter worden geholpen, waarmee we ook nog kosten besparen? Niet aanpassen om het aanpassen, maar aanpassen om het voor de patiënt zo goed en makkelijk mogelijk te maken.

Als we beginnen bij de patiënt, volgt daar eigenlijk al automatisch uit dat wij onze zorg anders moeten gaan organiseren. Bijvoorbeeld dat de huisarts kleine chirurgische ingrepen kan doen. Want dat is voor de patiënt vertrouwd en dichtbij. Zorg die om de hoek kan worden geboden, wordt dan ook om de hoek gestationeerd. Complexere medische problematiek wordt in een gespecialiseerd ziekenhuis opgelost. En waar dat mogelijk is, kan de patiënt thuis zelf kleinere handelingen verrichten. Dat vergroot de kwaliteit van leven, bespaart stress en tijd voor de patiënt. En de kosten kunnen omlaag.

Er zijn al initiatieven in het buitenland die succesvol zijn. Zo heeft in Zweden een pilot met zelfdialyse, geïnitieerd door een ontevreden patiënt, geresulteerd in het Ryhov Self Dialysis-centrum; patiënten kunnen hier zelf hun dialyse uitvoeren. In eigen land zijn er goede resultaten geboekt met multidisciplinaire teams in de ouderenzorg, waarbij de patiënt altijd het vertrekpunt is. Nivel berichtte hierover begin september 2015.

Substitutie als brede beweging

De patiënt als leidraad. Met dit vertrekpunt kan een veel bredere substitutiebeweging ontstaan. Niet alleen van de tweede naar de eerste lijn, maar ook van de tweede naar de nulde lijn (bij de patiënt thuis). Of van het grote ziekenhuis naar de gespecialiseerde zelfstandige kliniek. Deze andere manier van kijken, kan er ook voor zorgen dat de nu nog afwachtende zorgmarkt gemakkelijker in beweging komt.

Anders kijken

Soms is anders kijken nodig om een verandering te bewerkstelligen. Om verschillende partijen met verschillende belangen op één lijn te krijgen. Om op een andere manier naar samenwerking en dienstverlening (in dit geval patiëntenzorg) te kijken. Uiteindelijk hoef je je stuur maar een heel klein stukje naar links of rechts te draaien om op een heel andere plek uit te komen.


Michel Wartena en Jaap Doets, consultants bij VvAA voor Zorgondernemingen