Eerste resultaten onderzoek Jan van Es Instituut in opdracht van VvAA voor Zorgondernemingen 

Substitutie vraagt om chemie tussen mensen en ruimte binnen het systeem


Utrecht, 9 november 2015 – Wat zijn de succesfactoren van geslaagde substitutie in de zorg? Het Jan van Es Instituut brengt dit in kaart, aan de hand van een aantal bestaande regionale substitutie-initiatieven waarin eerste lijn, tweede lijn en verzekeraars deelnemen. Dit doet zij in opdracht van VvAA voor Zorgondernemingen. Het onderzoek is nu halverwege; tijdens het Substitutie Congres van vrijdag 6 november 2015 zijn de eerste resultaten bekend gemaakt.

Substitutie in de zorg – het verplaatsen van zorgtaken en/of de bekostiging ervan binnen dezelfde lijn of over de zorglijn heen – draagt bij aan hogere kostenefficiency en ‘zinnige zorg’ zo dicht mogelijk bij de patiënt. Substitutie-initiatieven komen nog maar mondjesmaat van de grond, maar er komen er geleidelijk aan wel meer. Om de kennis over substitutie te vergroten en zo een constructieve bijdrage te leveren aan succesvolle initiatieven, heeft VvAA voor Zorgondernemingen het Jan van Es Instituut gevraagd te onderzoeken wat een substitutie-initiatief succesvol maakt.

In totaal worden 10 bestaande regionale substitutie-samenwerkingen geanalyseerd. Bijzonder aan het onderzoek is dat er interviews worden gehouden met zowel professionals uit de eerste lijn en de tweede lijn als met de betrokken verzekeraars. Ook worden er meer kwantitatieve vragenlijsten ingevuld.
Circa de helft van de interviews is inmiddels afgerond.

De belangrijkste bevindingen tot nu toe zijn dat substitutie succesvoller is wanneer: 

  1. er op bestuursniveau draagkracht en commitment is: het management moet voor de substitutie willen gaan. De gemeenschappelijke ambities kunnen nog zo mooi zin, het gaat om de chemie tussen en de betrokkenheid van de partijen. 
  2. de professionals de lead krijgen. Zij zien het beste waar overbodige handelingen plaatsvinden en waar dus geld kan worden bespaard. 
  3. er ruimte is om te experimenteren en de grenzen op te zoeken (of op te rekken) van het bestaande systeem. 
  4. er een goede, toegewijde relatiebeheerder is, die de onderlinge samenwerking bewaakt en de verhoudingen goed houdt. 
  5. er een langere samenwerkingshistorie ligt: een langdurig vast kernteam draagt bij aan het succes van de substitutie. 
De resterende interviews zullen de komende weken worden gehouden. De complete uitkomst zal worden geanalyseerd door het JvEI, waarna de definitieve conclusies en bevindingen naar verwachting voor het einde van dit kalenderjaar worden gepubliceerd.