Zorg langs de meetlat

Zorg langs de meetlat. Niet langer wordt beloond op basis van hoeveelheid, oftewel kwantiteit, de kwaliteit van medisch handelen moet ook worden meegenomen in de kosten-batenanalyse. Dit leidt tot uiteenlopende vragen als: ‘Wie is een goede dokter, wanneer is een behandeling geslaagd, is de patiënt voldoende geïnformeerd en wat is een slecht ziekenhuis’. Het antwoord op de vraag ‘wat is goede zorg en hoe meten we dat?’ staat hierboven en veel partijen zijn dan ook geïnteresseerd in de uitkomst.

Tijdens het BNR Zorgdebat op maandag 3 november 2014 werd hierover gedebatteerd in het kantoor van VvAA in Utrecht. Presentatrice Harmke Pijpers voelde de aanwezigen aan de tand over hun rol en wierp een kritische blik op de actuele stand van zaken rondom het meten van kwaliteit in de zorg. Hebben we hier te maken met een typisch geval van ‘makkelijker gezegd dan gedaan’, of kunnen we best tevreden zijn?

Goede zorg

Op de bijna filosofische vraag: ‘Wat is goede zorg?’, hadden alle panelleden een verrassend beknopt en helder antwoord. Of dit te maken had met het kordate optreden van presentatrice Harmke Pijpers, is onduidelijk, maar het leverde in elk geval een aantal duidelijke kaders op.

Zo haalde Diana Delnoij, hoofd van het Kwaliteitsinstituut, in één adem de zes dimensies van het institute of medicine aan; effectiviteit, veiligheid, patiëntgerichtheid, tijdigheid, doelmatigheid en eerlijkheid.

Jon Schaefer, directeur van Mediquest, sprak over ‘gepaste zorg’, waarmee hij bedoelde dat zorg in elk geval afgestemd moet zijn op de patiënt, maar ook op andere externe factoren. Rob Dijkstra, voorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap, benadrukte de ‘verhouding tussen de arts en de patiënt’. Maar, de patiënt moet centraal staan, daarover waren alle panelleden het eens. 

Indicatoren

De kwaliteit van zorg wordt gemeten met behulp van indicatoren. ‘Maar liefst 900,’ liet Bart Berden, voorzitter van de raad van bestuur van het Elizabeth Twee Steden Ziekenhuis, weten. Hoe deze indicatoren worden vastgesteld en met name wie dit zou moeten doen, blijkt lastig duidelijkheid te krijgen.

Mevrouw Delnoij laat weten, dat haar organisatie hierin het voortouw neemt, maar Rob Dijkstra, voorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap, legt uit dat huisartsen al zo’n tien jaar werken met een eigen praktijkaccreditatie om zicht te krijgen op hun eigen prestaties.

De heer Berden legt uit dat hij samen met zijn collega’s het beste zicht heeft op de actuele situatie in zijn ziekenhuis en op basis hiervan misschien wel als beste in staat is om de indicatoren vast te stellen. Ben Crul, medisch adviseur bij Achmea, geeft aan dat Achmea verschillende bestaande bronnen gebruikt om tot een oordeel te komen, maar daarnaast niet zelden zelf contact opneemt met zorgverleners om afspraken te maken.

Registratiedruk

De hoeveelheid indicatoren levert, in samenhang met de hoeveelheid betrokken partijen, dan ook enige regeldruk op voor de zorgverleners, laten meneer Dijkstra en meneer Berden weten. Iets waarover zij niet erg enthousiast zijn, ‘de tijd die hiermee verloren gaat, kan immers niet aan de patiënt worden besteed’.

Philip Idenburg, eigenaar van BeBright en schrijver van het boek Diagnose 2025, laat weten dat wanneer artsen daadwerkelijk met de uitkomsten van metingen aan de slag gaan, zij ook meer begrip hebben voor het belang van metingen. Dat deze druk geen positief effect heeft op de arts, lijkt logisch, maar het is ook van negatieve invloed op de kwaliteit van zorg.

Dit stelt meneer Idenburg aan de hand van het voorbeeld dat in landen waar de zorgverlener zelf de kwaliteitsmeting verricht, de zorg beter is, dan in landen waar dit wordt ‘afgedwongen’ door bijvoorbeeld de zorgverzekeraar. De reden is de veilige omgeving die er al dan niet ontstaat waarin de zorgverlener aan het werk is.

De patiënt centraal

Naast indicatoren worden de uitkomsten van tevredenheidonderzoeken onder patiënten meegenomen in het bepalen van de kwaliteit van zorg. Hoewel een groot aantal vragenlijsten van dit type onderzoek tot stand komt, zonder de patiënt te kennen in het formuleren van de vragen (deze verrassende informatie wordt door mevrouw Delnoij met ons gedeeld), worden de lijsten van grote waarde geacht.

Patiënten lijken op andere gronden dan de door instanties vastgestelde indicatoren hun mening over zorg te baseren. Danielle van Wensveen, onderzoeker Zorg en Farma bij TNS Nipo, was aanwezig om de uitkomsten van hun Zorgmonitor 2014 toe te lichten. Hierin geeft maar liefst 78% van de ondervraagden aan tevreden te zijn over de Nederlandse gezondheidszorg.

Hierbij spelen ‘bereikbaarheid van de zorgverlener en wachttijden ook een grote rol’. ‘Oftewel zaken die vrij weinig met echte zorg te maken hebben,’ vat presentatrice Harmke Pijpers duidend samen. Een verbeterpunt is de communicatie richting de patiënt, blijkt uit het onderzoek. Van Wensveen laat weten dat artsen dit zelf ook onderkennen.

Communicatie

Naar mate het debat vordert wordt duidelijk dat vrijwel alle panelleden zich met passie inzetten voor het verzamelen van kwaliteitsgegevens in de zorg, maar dan wel op hun eigen manier. Hoe deze informatie vervolgens ook bij de ‘zorgconsument’ terecht komt, is overduidelijk een next step.

Op de site kiesbeter.nl, die door mevrouw Delnoij genoemd wordt als platform waar patiënten informatie kunnen vinden, kan de redactie van het Zorgdebat tijdens de voorbereiding weinig concreets vinden. Simpele zoektermen als ‘heupvervanging’ en ‘hoofdpijn’, leveren geen advies op.

De site is ‘work in progress’, geeft mevrouw Delnoij aan. De heer Berden benoemt zelf het manco van de informatie die op de site van zijn ziekenhuis te vinden is, want dit is altijd ‘algemene informatie’ en zou wel eens niet van toepassing kunnen zijn op de patiënt in kwestie.

Edmond Hilhorst, oprichter van Independer, is op de eerste rij aanwezig en laat weten dat zij op hun vergelijkingssite hun best doen om zorgconsumenten inzicht te geven in zorgverzekeringen, waar zij zorg wel en niet vergoed krijgen en willen tevens inzicht in de kwaliteit van de zorgverleners bieden.

Het einde is nog niet in zicht

‘Dat veel partijen hetzelfde willen, betekent dus niet dat er snel een oplossing is,’ concludeert Harmke Pijpers. Er lijkt een soort merkenstrijd te zijn ontstaan waarbij alle betrokkenen vasthouden aan hun eigen manier van meten.

Op de vraag of ze bereid zijn tot samenwerking, wordt instemmend gereageerd door alle aanwezigen, maar dat is misschien in het moment wel de makkelijkste keuze. Dat de patiënt centraal staat wordt tijdens de interactie tussen gasten en panelleden na afloop van het radioprogramma, door een gast bevestigd ‘zodat de zorgverleners en zorgverzekeraars er zowel links als rechts omheen kunnen lopen.’

Het is een pijnlijke opmerking aangezien duidelijk is geworden dat alle panelleden zich dag in dag uit inzetten voor het meten van de kwaliteit van zorg, maar het er inderdaad nog de schijn van heeft dat de patiënt hier weinig mee opschiet.

Zorgdebat

Contact met VvAA

Ontdek wat een financieel adviseur voor u kan betekenen: