BNR-debat 'Help, de dokter verzuipt': gat tussen verwachting en werkelijkheid

Het negende BNR Zorgdebat in ’t Hart in Utrecht handelde 4 november 2014 over een thema dat ondanks de relevantie en actualiteit nauwelijks onderwerp van gesprek is in zorginstellingen: dokters die ‘verzuipen’ onder druk van hun werkzaamheden. Onder hulpverleners is het immers geen gewoonte hulp te vrágen. Het is een van de redenen dat ze maar door blijven gaan, ook al hebben ze klachten en zijn er genoeg signalen dat ze hun grenzen overtreden.

Traditiegetrouw leidde Harmke Pijpers het zorgdebat ‘Help, de dokter verzuipt’ en zette ze met onderstaande sprekers de redenen en vormen van burn-outs op een rij, evenals het effect van de keuze om op bevlogen wijze zorg te verlenen.

  •  Luwien Eichweber, internist in het Waterlandziekenhuis
  •  Dick Freriks, algemeen directeur van organisatie Ascender, die honderden zorgprofessionals per jaar ziet voor een goed gesprek
  •  Charlotte Kruydenberg, zesdejaars student geneeskunde Universiteit Utrecht en voorzitter van het Studentenplatform KNMG
  •  Jelle Prins: decaan van de MCL Academie, opleidingsinstituut van het Medisch Centrum Leeuwarden
  •  Wilmar Schaufeli: hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie
  •  Frits Schmidt, medisch adviseur bij arbeidsongeschiktheidsverzekeraar Movir
  •  Robert-Jan Stolker, hoogleraar Anesthesiologie in het Erasmus MC
  •  Peter Vermeiren, fysiotherapeut en een van de pioniers van “Compassion for Care”

Zorgprofessionals hebben steeds vaker last van signalen van langdurige stress, blijkt uit verschillende onderzoeken. Om een paar onderzoeken te noemen: verzekeraar Movir concludeerde na een peiling onder huisartsen dat 70% signalen van langdurige stress bij zichzelf signaleert. Studentenplatform KNMG deed in 2010 onderzoek naar de werkdruk bij co-assistenten en constateerde dat een kwart van hen dusdanig vermoeid was dat het risico op uitval nabij was.

Vooronderzoek door VvAA onder zorgprofessionals voor het lopende Levenslooponderzoek wijst uit dat de stress per beroepsgroep verschilt. De medisch specialist vecht tegen de zorginstelling, de apotheker tegen de zorgverzekeraar, de huisarts ziet maatschappelijke zorgen in zijn spreekkamer, de dierenarts heeft last van veeleisende baasjes. En dan moet er ook nog veel meer dan vroeger met elkaar worden samengewerkt. Drie op de tien zorgprofessionals geeft aan heel moe te zijn.

Zorgstraatmanagers

Troostende woorden blijven uit: minder druk wordt het namelijk niet in een tijd van ‘meer doen met minder mensen’, mondige patiënten en een toenemend aantal protocollen. De hulpverlener heeft hierdoor een ‘tweede vak’ als manager of ondernemer. Een van de sprekers van het debat noemt huisartsen ‘zorgstraatmanagers’: met de vele doorverwijsmogelijkheden ben je niet alleen bezig met de patiënt in je eigen spreekkamer, maar ook met de wegenkaart voor het vervolgtraject.

Machtsspelletjes

De zorgprofessionals in de eerstelijn krijgen steeds meer taken uit de tweedelijn. De tweedelijn blijft de complexere zorg leveren. En mocht een vrijgevestigde specialist die worstelt met de machtsspelletjes binnen een maatschap denken dat het overzichtelijker en rustiger is om in loondienst te werken, dan is daar ook verweer tegen. Een huisarts in de zaal zegt juist niet goed te kunnen ‘dokteren’, omdat zijn manager weer een ander idee over deze term heeft. Iets dat constant spanningen oplevert. Hij adviseert de advocatenwereld meer als voorbeeld te nemen, zodat managers niet boven maar naast de professional staan en aan gelijke doelen werken.

Charlotte Kruydenberg, student geneeskunde en voorzitter van het KNMG Studentenplatform, pleit voor meer aandacht tijdens de studie op ‘het artsenvak van de toekomst’. Kruydenberg: “Een jonge arts zei laatst: ‘Ik ben opgeleid tot arts, maar manager geworden.’ Hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?”

Gat verwachting en werkelijkheid

Het is een vraag die aansluit op een van de belangrijkste oorzaken van burn-outs. Wellicht verrassend: dat is niet de hoge werkdruk, maar het grote gat tussen verwachting en werkelijkheid. De meeste zorgprofessionals kiezen hun carrière vanuit ideële beweegredenen. Hoogleraar Wilmar Schaufeli: “Het maakt je kwetsbaar als je de patiënt goed wilt helpen en autonoom wilt functioneren, terwijl in de praktijk je maten misschien niet je maten blijken te zijn, de bureaucratisering stijgt, en je minder ruimte hebt voor persoonlijke ontwikkeling dan je dacht. Dat is ook de tegenstrijdigheid: in de zorg wil je mensen die compassie hebben en betrokken zijn. Juist die mensen lopen echter risico op een burn-out.”

Regelgeving overboord

“De minder relevante regelgeving moet overboord”, vindt internist Luwien Eichweber-Lammers. Zij werkt in het Purmerendse Waterlandziekenhuis waar 40 procent van de specialisten een nieuwe baan overweegt. “Vroeger begon je in een maatschap en zat je daar tot je pensioen. Nu zijn er veel meer fusies en keuzes te maken voor organisaties en specialisten.”

Het woord 'vroeger' is gevallen. Was toen alles gemakkelijker? Volgens hoogleraar Robert Jan Stolker hebben de jonge medici tegenwoordig wel heel veel ballen in de lucht te houden. ‘Vechten’ voor de felbegeerde opleidingsplek, onderzoeken, publiceren, netwerken, bestuurlijke functie, kinderen, een hypotheek. “Vroeger was het vijf jaar buffelen en dan hoopte je dat het beter werd. Dat was niet altijd het geval, maar het was toch anders.” Uit de zaal volgt de reactie dat de jeugd meer transparantie wil, meer waardering, en meer tijd voor de patiënt: “Verzorgen we die mogelijkheid niet, dan verliezen we dokters, omdat ze niet meer kunnen presteren.”

Medisch adviseur Frits Schmidt (Movir) ziet dat huisartsen die zich arbeidsongeschikt melden drie kenmerken hebben:

1. Ze hebben enorm lang doorgewerkt, ondanks signalen en klachten.
2. Gezinsleden en collega’s ‘staan erbij en kijken ernaar’.
3. Het heeft een enorme impact op de persoon zelf, die je niemand toewenst. Schmidt hoopt dat huisartsen in de toekomst sneller aan de bel trekken.

Lees bedankbriefjes voor

Wat nu te doen om het werk voor mensen beter te maken? Als het er niet rustiger op wordt, moet je het in andere zaken zoeken. Hoogleraar Wilmar Schaufeli: "Verlicht de werkbelasting door de positieve kant te belichten. Ondersteun mensen die met werkdruk te maken hebben, geef goede feedback, vier successen, benadruk de positieve kant door bijvoorbeeld bedankbriefjes van patiënten voor te lezen. Je hebt ook veel zelf in de hand.”

Dat toont ook Peter Vermeiren van Compassion for Care aan, de stichting die het thema compassie als leidraad wil terugbrengen in zorgopleidingen. Hij raakte in 2007 als fysiotherapeut overbelast en legde tijdelijk zijn werk neer. “Het wrong in mij, letterlijk en fundamenteel. Ik had het idee niet de zorg te kunnen verlenen op de manier die ik wilde. Er was regeldruk, ik werd betaald per handeling en was mijn motivatie kwijt. Ik doe nu geen half werk meer, maar sta ervoor anderen te helpen, met aandacht.” Inmiddels werkt hij weer een aantal dagen per week als fysiotherapeut.

Anders dan voorgaande debatten was de avond met het thema ‘Help, de dokter verzuipt’ vooral de start van een opkomende discussie, zei Herman van Hemsbergen, voorzitter van de hoofddirectie van VvAA, na het debat. Een discussie die het onderwerp uit de taboesfeer moet halen, juist binnen de zorginstellingen zelf.

De avond kreeg nog een welkome staart met een open en levendige zaaldiscussie met de panelleden onder leiding van Harmke Pijpers en een netwerkborrel. Op Twitter werd het debat bondig  samengevat:

tweets-helpdedokterverzuipt

Zorgdebat

Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.