BNR debat: Nederland onvoldoende voorbereid op uitbraak zoönose

Nederland is onvoldoende voorbereid op een nieuwe uitbraak van ziektes die van dieren op mensen worden overgebracht. Sinds de Q-koorts in 2008 is er veel veranderd, maar veranderingen gaan langzaam. Dat is de uitkomst van het BNR maandagavonddebat tijdens het 150-jarige bestaan van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD).

Volgens prof. dr. Roel Coutinho (hoogleraar epidemiologie en preventie van infectieziekten) is het bewustzijn onder artsen toegenomen. “Destijds realiseerden we ons niet hoe besmettelijk Q-koorts was.” Wel zijn dierenartsen zich nog steeds bewuster van infecties dan humane artsen. “Logisch, huisartsen hebben minder te maken met zoönosen, een uitbraak van een ziekte die van dier op mens overgaat. Als je je realiseert dat driekwart van de menselijke ziekten wordt overgedragen door dieren, is het echter noodzakelijk om het contact en de samenwerking tussen dierenartsen en humane artsen uit te breiden.”

Sowieso een probleem

Welke ziekte de volgende is, valt niet  te voorspellen, aldus Coutinho. “Het gaat om veel factoren. Mensen trekken bijvoorbeeld vaker de natuur in. Door de klimaatsverandering zijn bepaalde larven langer actief. Het is aan ons om anderen attent te maken op de risico’s en de preventiemaatregelen.” Toon van Hoof, bestuurder van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland, ziet een effectieve maatregel in preventie. “Denk aan anders fokken, waardoor je meer weerstand bij dieren creëert.” Coutinho bedenkt ook maatregelen om in te grijpen in de besmettingscirkel. “Bijvoorbeeld door dieren te behandelen op bacteriën. Maar hoe je het ook op probeert te lossen, het probleem komt er altijd.”

Kennis delen noodzakelijk

Met een onvermijdelijk probleem is het volgens Van Hoof cruciaal dat de verschillende disciplines op elkaars kennis vertrouwen. En niet onbelangrijk: dat die kennis wordt gedeeld. Iedere spreker is het erover eens dat zonder transparantie problemen groter en onbeheersbaarder worden. Boeren, dierenartsen, huisartsen en ziekenhuizen moeten elkaar inlichten als een infectieziekte wordt gesignaleerd. “Kijk over de grenzen van je spreekkamer”, benadrukt huisarts Alfons Olde Loohuis vanuit het publiek. Hij is onder meer verbonden aan het Brabants Kenniscentrum Zoönosen, dat zich richt op Q-koorts. “Als ik huisartsen in opleiding vraag hoeveel patiënten in hun wachtkamer een zoönose onder de leden kunnen hebben, schatten de studenten het aantal op maximaal 5 procent. Dat wordt dus nog sterk onderschat.”

Hellebrekers Van Hoof

Volgens prof. dr. Ron Fouchier (hoogleraar virologie) zijn we aardig bezig, maar is er zeker ruimte voor verbetering. “Zowel humane artsen als dierenartsen moeten een slag maken.” Prof. dr. Ludo Hellebrekers (voorzitter KNMvD): “De samenwerking tussen beide groepen artsen is onvoldoende uitgerold. Als dierenartsen moeten we een begeleidende, waarschuwende rol spelen. Ook kennisnetwerken zijn belangrijk.” Volgens Fouchier, die door het magazine Times is uitgeroepen tot een van de 100 meest invloedrijke personen ter wereld, is de vogelgriep een groter risico dan bioterrorisme.

Geen periode zonder antibiotica

Bij de aanpak van zoönosen bestaat het risico dat virussen resistent kunnen worden tegen antibiotica. Hierdoor kan zelfs keelontsteking tot de dood  leiden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde voor een ‘post-antibiotica tijdperk’.
“Een periode zonde antibiotica, dat wil je gewoon niet”, benadrukt Coutinho. “Daarom is het verstandig dat we bepaalde antibiotica exclusief voor humane geneeskunde houden.”

One health

Het debat stond volledig in het teken van ‘one health’: de duurzame en gezamenlijke aanpak van de gezondheidszorg voor mens, dier en milieu door een nauwe samenwerking tussen humane artsen en dierenartsen. Voor het debat liet VvAA onderzoek doen naar ‘one health’ en zoönosen. Hieruit blijkt dat 81 procent van de dierenartsen de samenwerking met humane artsen onvoldoende vindt. 76 procent van de dierenartsen is het oneens met de stelling dat de kans dat in Nederland een zoönose uitbreekt, beperkt is. ‘One health’ is volgens artsen de sleutel om zoönosen, ziektes die van dieren op mensen worden overgebracht, het hoofd te bieden.

Zorgdebat zoönose

Contact met VvAA

Ontdek wat een financieel adviseur voor u kan betekenen:

Lees het trendonderzoek