VvAA BNR-debat over stille maar gestage e-Health-revolutie

Welke rol spelen electronic en mobile health in de huidige zorgsector? Staan we inderdaad aan de vooravond van ‘de e-Health Revolutie’, zoals het thema van het 8e BNR zorgdebat in samenwerking met VvAA doet vermoeden? En als dat zo is, in hoeverre zijn zorgprofessionals dan bereid daarin mee te gaan?

In de aanwezigheid van 270 man publiek vond maandagavond 10 juni onder leiding van Harmke Pijpers het BNR-debat over de kansen en belemmeringen van e-Health plaats, met een grote rol voor de inzet van apps. Het debat was live te beluisteren op BNR Nieuwsradio en ook te zien via de livestream op VvAA.nl. Via #bnrzorgdebat stroomden de meningen en observaties binnen op Twitter.

16% schrijft apps voor

Steeds vaker worden apps als medisch hulpmiddel ingezet. Om te ondersteunen bij een diagnose, of lichaamsfuncties te meten, zoals iemands bloeddruk of glucosewaarde. “m-Health in de zorg neemt serieuze vormen aan, we lopen warm”, zegt innovatiemanager Richard Faas van VvAA. De tablet in de zorg rukt weliswaar op. Maar het scenario van minder pillen, meer apps; minder tabletjes, meer tablets; minder papier, meer e-dossiers is nog geen feit. Uit onderzoek van VvAA blijkt dat 16% van de zorgprofessionals apps aan patiënten ‘voorschrijft’. Onder de mobile doctors, voorlopers op m-Health-gebied, doet 35% dit al.

Uit hetzelfde onderzoek, uitgevoerd onder ruim 1600 leden, blijkt dat 80% van de zorgprofessionals, in het bezit van een smartphone of tablet, mobiele apparatuur inzet voor professionele doeleinden. Vooral voor het opzoeken van informatie en het onderhouden van contact met collega’s en patiënten.

Beter inzicht in ziektebeeld

De argumenten van voorstanders van apps zijn inmiddels bekend. Patiënten krijgen meer grip op de behandeling van hun ziekte. “Je hebt je telefoon altijd bij je, en daarmee alle informatie die je in wilt voeren of wilt inzien, aldus astmapatiënt Veronique Matthijsen die onder meer gebruikmaakt van MijnAstma. Hiermee krijgt ze inzicht in haar ziektebeeld en kan ze beter beoordelen wanneer ze haar medicatie moet aanpassen of contact moet opnemen met haar longarts.

Die communicatie met de zorgprofessional hoeft niet langer in de spreekkamer plaats te vinden. Gert-Jo van Doornik, directeur van huisartsenpost Apeldoorn, ontwikkelde de app ‘Moet ik naar de dokter?’, waar gebruikers hun klacht kunnen melden en horen of het überhaupt nodig is een arts te raadplegen. Hij heeft hiervoor het Europese CE-keurmerk ontvangen, dat eisen stelt aan onder meer het ontwikkelingstraject, de risicoanalyse, en het beheer. Van Doornik is nu bezig de app te koppelen aan beeldschermzorg, waarbij de arts op afstand mee kan kijken naar het probleem.

Een ander voordeel is dat de providers van apps (anonieme) gegevens van gebruikers bijhouden, die volgens Hans Hopmans van Achmea, divisie Zorg en Gezondheid, een parel van een database voor zorgprofessionals vormen. “Aan de hand hiervan kan de zorg verder worden gemoderniseerd en verbeterd.

Gert-Jo van Doornik, huisartsenpost ApeldoornJacqueline Lampe, AMREF Flying DoctorsHans Hopmans, Achmea

Kostenbesparing

Ook het besparen van kosten wordt vaak als voordeel genoemd, al zijn de meningen daarover verdeeld. Volgens Pieter Kubben, neurochirurg in opleiding en ontwikkelaar van drie succesvolle apps (Lees het interview met Kubben), moet er eerst worden gezaaid voordat de oogst kan beginnen. Hij voorziet bij een stijgend aanbod van vraaggerelateerde apps, applicaties die een concreet probleem oplossen, wel dat de zorgkosten zullen dalen: “Zijn er minder complicaties, dan is dat goedkoper.”

Huiver voor apps

Het VvAA onderzoek naar mobile health wijst uit dat er in de zorgsector ook nog veel huiver is om apps te gebruiken of aan te bevelen. Zorgprofessionals geven aan te weinig kennis of ervaring met apps te hebben. Ze overzien niet in hoeverre een app bijdraagt aan de verbetering van de gezondheid van de patiënt. Obstakels zoals afstemming van apps en systemen, privacybeleid en de zorgsector als bureaucratisch instituut komen voorbij. En ze twijfelen over de betrouwbaarheid van apps.

Volgens advocaat Anton Ekker, gespecialiseerd in e-Health-recht en juridisch adviseur bij het ICT Instituut in de zorg (Nictiz), zijn er genoeg regels verbonden aan medische applicaties, zoals privacywetgeving, geheimhoudingsplicht en richtlijnen voor consults. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt dit allemaal nauwkeurig in de gaten. Volgens Ekker is het de uitdaging de regels concreter te maken en toegankelijk, zodat wetgeving geen belemmering wordt voor innovatie. Arts en Apps van VvAA kan daar volgens Pieter Kubben in voorzien, omdat zorgprofessionals via reviews zelf gaan beoordelen of de app gebruiksvriendelijk en betrouwbaar is. Is dit het geval, dan beoordeelt VvAA in de toekomst welke apps binnen Arts en Apps een keurmerk verdienen.

Richard Faas: “Arts en Apps onderscheidt voor de zorgprofessional het kaf van het koren in het aanbod van medisch gerelateerde apps. Het is een onderdeel van VvAA mobiel, dat een mobiel-telefonieabonnement, de grootste database voor (medische) apps en een platform voor kennisdeling combineert. Met dit initiatief willen we het gebruik van e-Health in de zorg stimuleren.”

"e-Health draait om zelfmanagement"

Hans Hopmans van Achmea wil zorgprofessionals helpen om nieuwe technologie in de zorg vlot te laten landen. “Daarvoor hebben we de zorgprofessionals zelf nodig. Zij dienen m-Health op te schalen, de verzekeraars en overheid kunnen dan de randvoorwaarden creëren.” Bij de beoordeling van apps die Achmea vergoedt, tot nu toe op één hand te tellen, is een belangrijke voorwaarde of het productiviteit oplevert. “Kunnen we het werk aan de komende jaren? Stelt het patiënten in staat voor zichzelf te zorgen? Dat is de strategische waarde van e-Health: zelfmanagement. We willen niet dat de zorg stapelt, maar dat apps juist als substitutie voor zorghandelingen dienen.”

Ook Jacqueline Lampe van AMREF Flying Doctors sprak op het BNR-debat. Zij vertelde over zorgwerkers in Afrika, die via e-learning voorlichting, opleiding en onderzoek uitbreiden. Lees meer over haar verhaal op Artsenauto.nl. “e-Health is veel breder dan apps, het draait ook om koppeling van systemen.” Daar kreeg ze bijval over vanuit de zaal. Teleconsults, innovatie van computerprogramma’s, het EPD-dossier. Over e-Health raak je niet snel uitgepraat, en zeker niet met zo'n betrokken publiek. Helaas, Harmke Pijpers kondigde om acht uur het ‘spreekuur e-Health’ af.

De stille revolutie zet zich gestaag voort volgens de aanwezigen, en zal hoe dan ook twijfelaars langzaam over de streep gaan trekken. Het is aan de voorlopers, de creatievelingen in de zorg, om e-Health in de praktijk te brengen. “Dwingen kunnen we mensen niet, dat gebeurt ook niet met conventionele zorg”, aldus Hans Hopmans. “Het is aan ons de toegevoegde waarde van e-Health te tonen, zodat op termijn goeie apps en e-Health-oplossingen net zo makkelijk op tafel worden gelegd als medicijnen.”

Zorgdebat e-healthrevolutie

Contact met VvAA

Ontdek wat een financieel adviseur voor u kan betekenen: