Inloggen

(On)terechte zorgen over 5G-zendmasten?

11 juni 2020 - Bij raadpleging van de gemeentelijke publicaties in uw lokale krant en/of via de bekendmakingen op de gemeentelijke site kunt u er zomaar mee worden geconfronteerd: een bij de gemeente ingekomen aanvraag tot het plaatsen van een 5G-zendmast bij u in de buurt. Naast het bezwaar van visuele hinder rijst in dat verband al snel de vraag of 5G al dan niet schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Over dit laatstgenoemde aspect heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag zich moeten buigen in een kort geding dat was aangespannen door de Stichting Stop 5GNL (hierna: Stop 5GNL). 

In kort geding werd door Stop 5GNL - kort samengevat - gevorderd om de Staat der Nederlanden te verbieden (rechts)handelingen te verrichten of gedragingen te verrichten die de uitrol van 5G bevorderen of mogelijk te maken. Stop 5GNL heeft namelijk als doel om de gezondheid van Nederlandse ingezetenen in zijn algemeenheid te bevorderen en te beschermen en in het bijzonder in verband met elektromagnetische velden. Het belang van de Staat is evenwel hierin gelegen dat 5G voor meer capaciteit en een snellere verbinding zorgt, die allerlei nieuwe toepassingen mogelijk zal maken, zoals netwerken van sensoren en geautomatiseerde processen en onderling verbonden autonome voertuigen. 

In zijn vonnis van 25 mei 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:4461) heeft de voorzieningenrechter de vordering van Stop 5GNL evenwel afgewezen. Interessant is uiteraard na te gaan op basis van welke overwegingen de voorzieningenrechter tot dit oordeel is gekomen. 

Zoals ook het vonnis duidelijk maakt, zijn er in Nederland limieten opgesteld voor de blootstelling aan elektromagnetische velden. De richtlijnen van de International Commission on Non-Ionising Radiation Protection (hierna: ICNIRP) vormen de basis voor de in Nederland gehanteerde blootstellingslimieten. De ICNIRP-richtlijnen zijn laatstelijk in maart 2020 nog vernieuwd, waarbij de referentieniveaus grotendeels hetzelfde zijn gebleven. In het vonnis wordt nu overwogen dat vaststaat dat het Agentschap Telecom na veldsterktemetingen met 5G heeft geconcludeerd dat de blootstelling aan elektromagnetische golven (ver) onder de ICNIRP-limieten ligt. Ook geven alle wetenschappelijke rapportages samen volgens het RIVM geen bewijs dat blootstelling onder de ICNIRP-limieten schadelijk is. Anderzijds maakt het vonnis melding van het feit dat er veel rapportages zijn verschenen over het onderwerp en over de gezondheidsrisico’s van elektromagnetische golven in het algemeen en dat de conclusies in die rapportages niet altijd eensluidend zijn. Ook de Gezondheidsraad zal op verzoek van de Tweede Kamer nog een rapport uitbrengen over de mogelijke gezondheidsrisico’s in relatie tot 5G, welk rapport in juli 2020 wordt verwacht. 

De voorzieningenrechter overweegt in dit verband allereerst dat hij het begrijpelijk vindt dat Stop 5GNL zich zorgen maakt over de gezondheidsrisico’s die de uitrol van 5G mogelijk meebrengt, maar vanwege de noodzaak van een terughoudende toets wordt geen aanleiding gezien om in te grijpen. Hiervoor is in kort geding alleen plaats als evident is dat de Staat in redelijkheid niet de keuze had kunnen maken om het gebruik van de frequentiebanden voor 5G niet te verbieden. Het feit dat in andere landen terughoudender wordt omgegaan met de uitrol van 5G is voor de voorzieningenrechter ook niet van belang: de Staat kan en mag tot een eigen afweging komen. 

Het voorzorgsbeginsel noopt volgens de voorzieningenrechter evenmin tot een (voorlopig) verbod op de uitrol van 5G. Dit beginsel betekent namelijk niet dat moet worden gestreefd naar een zogenoemd nulrisico, in die zin dat ieder risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu moet worden voorkomen. De voorzieningenrechter is juist van oordeel dat de Staat hieraan uitvoering geeft door de ICNIRP-richtlijnen te hanteren, door regelmatig te laten controleren of de daarin genoemde limieten niet worden overschreden, door geregeld nieuw onderzoek te laten plaatsvinden naar nieuwe inzichten over mogelijk schadelijke gevolgen van elektromagnetische golven en door de toezegging daarnaar te zullen handelen. Om deze reden wordt de uitrol van 5G niet als onomkeerbaar gekwalificeerd. 

Ondanks de afwijzing van de vordering bevat het vonnis toch nog enige winstpunten voor Stop 5GNL. Zo wordt hierin overwogen dat de Staat te kennen heeft gegeven te zullen ingrijpen als nieuwe inzichten aantonen dat de blootstellingslimieten moeten worden aangepast. Ook heeft de Staat uitdrukkelijk verklaard te zullen ingrijpen indien in de toekomst uit de metingen van het Agentschap blijkt dat de richtlijnen overschreden worden of zullen worden. Het is nu uiteraard de vraag of Stop 5GNL genoegen neemt met deze toezeggingen, dan wel tegen het vonnis nog in appel gaat bij het Gerechtshof. 

Over de mogelijke gezondheidsrisico’s in relatie tot 5G is het laatste woord zeker nog niet gezegd. Uiteraard houden wij de ontwikkelingen op dit gebied scherp in de gaten. 

Team bestuursrecht JAR,
Lisanne van Eersel, Onno Wilkens, Timo van Oosterhout en Martijn Smaling 

 
(On)terechte zorgen over 5G-zendmasten? | VvAA

VvAA Juridische helpdesk

Wilt u informatie, hebt u een juridische vraag, of wilt u direct advies? Wij helpen u graag.
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email