Wordt Achmea opnieuw op de vingers getikt voor het wegzetten van tandartsen als fraudeurs?

29 juni 2017 - In 2013 begon Achmea (Zilveren Kruis) met het aanschrijven van ruim 1.000 tandartsen die in een periode van drie jaar voor circa 4 miljoen euro aan onjuiste declaraties zouden hebben ingediend. Concreter nog, Achmea bracht met veel machtsvertoon in de media naar buiten dat 1 op de 7 tandartsen gemiddeld een bedrag van € 4.000,- teveel zou declareren. Deze aantijging aan het adres van de tandartsen stond niet op zichzelf. Ook huisartsen, fysiotherapeuten en andere zorgverleners werden door Achmea in een kwaad daglicht gesteld. Zorgverleners voelden zich door de handelswijze van Achmea geïntimideerd en als fraudeur weggezet.

Wat volgde was een langdurig traject waarin VvAA rechtsbijstand namens ongeveer 200 tandartsen de strijd met Achmea aanging. In een procedure die Achmea had aangespannen en die als proefproces  kon worden beschouwd, werd Achmea medio 2015 hard op de vingers getikt en op alle punten door de rechter in het ongelijk gesteld. Achmea liet het er echter niet bij zitten en stelde hoger beroep tegen deze uitspraak in. Inmiddels zijn we twee jaar verder en staat een uitspraak voor 1 augustus aanstaande in de planning (update: lees hier de uitspraak).

Wat is de inzet?

Inzet van de procedure was met name het verbod op behandelcombinatie V21-V60 (met terugwerkende kracht) en de zorgvuldigheid waarmee Achmea zijn controle heeft uitgevoerd. Net als in de eerste procedure is ook in hoger beroep de stelling van VvAA rechtsbijstand dat het voor de tandarts onvoldoende duidelijk was, dat de behandelcombinatie vóór 8 mei 2013 niet was toegestaan. Achmea heeft haar vordering(en) onvoldoende onderbouwd. Daarmee kan een algemeen verbod op deze combinatie, in ieder geval vóór 8 mei 2013, niet worden aangenomen. Achmea moet terecht worden gewezen.

Wat betekent dit voor de tandarts?

In de bij VvAA rechtsbijstand lopende zaken heeft Achmea aangegeven dat de incasso’s in afwachting van de procedure werden opgeschort. Wanneer ook het Hof oordeelt dat een algemeen verbod op de behandelcombinatie V21-V60, in ieder geval voor 8 mei 2013, niet kan worden aangenomen, zal voor de meeste tandartsen de vordering die op de genoemde combinatie ziet, vervallen.

Strikt genomen zou Achmea vervolgens nog wel in individuele kwesties kunnen gaan controleren of de behandeling bij een bepaalde patiënt op dat moment wel passend was, maar een dergelijke speurtocht lijkt, gelet ook op de jaren die inmiddels zijn verstreken, in de meeste gevallen weinig aannemelijk.

Wanneer het Hof onverhoopt tot een andere conclusie komt, is de kans groot dat Achmea zich opnieuw meldt en de eerdere vorderingen handhaaft. Wat voor VvAA rechtsbijstand rest is dan om samen met de tandarts de eerdere aanschrijvingen en de opbouw van de vordering nog eens tegen het licht te houden.

Overigens hebben enkele tandartsen in dezelfde zaken ook te maken met terugvorderingen die zien op een van de hierna volgende codes: C29, G10-G20 en het Paraprotocol. Ook de discussie over het juiste gebruik van deze codes ligt stil tot na de uitspraak.

Nog even afwachten

Er breekt een spannende tijd aan. Voor veel tandartsen staat er iets op het spel. Is het niet zo zeer financieel dan in ieder geval qua herstel in eer en goede naam. De uitspraak van het Hof wordt 1 augustus aanstaande verwacht. Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Over de auteur

Juriste Katrijn van Berkum | VvAA

Katrijn van Berkum

Een schilderij op de kop geeft verrassend perspectief


Mijn expertises:

Gezondheidsrecht

Samenwerkingsgeschillen

Conflicten met zorgverzekeraars


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  06 - 12 74 38 54

contactformulier  Stuur uw bericht