Inloggen

Vakantie in het buitenland en COVID-19

13 maart 2020 - Nu COVID-19 zich verder uitbreidt vragen werknemers zich af hoe zij om moeten gaan met een al lang geplande en betaalde vakantie in het buitenland. Bijvoorbeeld als de zorginstelling waar zij werken op het intranet een bericht heeft geplaatst dat zij alle werknemers verzoeken om de komende tijd niet naar het buitenland te reizen, omdat er zoveel mogelijk gezonde werknemers beschikbaar moeten zijn.

De werknemer die bijvoorbeeld over een week op vakantie gaat naar een land in Afrika waarvoor geen reisbeperking geldt kan zich onder druk gesteld voelen. Hij begrijpt natuurlijk het belang dat is beschreven door zijn werkgever, maar hij wil ook niet zijn vakantie annuleren omdat deze vakantie hem veel geld heeft gekost en hij die kosten niet vergoed krijgt.

In dit soort gevallen kan de werknemer deze verantwoordelijkheid het beste neerleggen waar deze hoort, namelijk bij de werkgever. Een algemeen verzoek om niet naar het buitenland te reizen is namelijk niet hetzelfde als een individueel verzoek aan de werknemer om af te zien van zijn vakantie. In de wet is deze situatie geregeld in artikel 7:638 lid 5 BW:

5. De werkgever kan, indien daartoe gewichtige redenen zijn, na overleg met de werknemer, het vastgestelde tijdvak van de vakantie wijzigen. De schade die de werknemer lijdt ten gevolge van de wijziging van het tijdvak van de vakantie, wordt door de werkgever vergoed.

Aangenomen dat deze bijzondere situatie waarin we nu zitten inderdaad een gewichtige reden is, kan de werknemer zijn werkgever twee keuzes bieden. Ofwel de werkgever draagt de werknemer op zijn vakantie te annuleren en vergoedt alle daarmee verbonden kosten, ofwel de werkgever doet dat niet. In dat laatste geval kan de werknemer op vakantie gaan zoals hij had gepland. De werkgever kan de werknemer niet opdragen om niet naar het buitenland te gaan, maar wel vakantie op te nemen. Om misverstanden te voorkomen is het aan te bevelen om deze keuze in ieder geval schriftelijk of per e-mail aan te werkgever voor te leggen.

Op deze manier kan een goed evenwicht worden gerealiseerd tussen de belangen van de werkgever en de belangen van de werknemer. Tenslotte is het altijd aan te bevelen dat werkgever en werknemer in deze bijzondere tijden goed met elkaar overleggen.
 
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email

Over de auteur

Jurist Heiko van Es | VvAA

Heiko van Es

Verba volant, scripta manent (“Woorden vervliegen, het geschrevene blijft”)


Mijn expertise: 

Arbeidsrecht


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  06 - 26 36 73 78

contactformulier  Stuur uw bericht