Uit de zorg en er toch voor werken


15 februari 2019 - Je hebt zes jaar lang gestudeerd, al je coschappen doorlopen en je bul in ontvangst genomen: je bent eindelijk arts! Toch knaagt de twijfel. Na al die jaren studeren weet je niet of dit wel echt het vakgebied is waar je in wilt werken. Die twijfel hoeft niet direct reden te geven tot paniek. De afgelopen jaren komt er steeds meer aandacht voor de carrièremogelijkheden voor artsen buiten de zorg. In deze blog ontdek je de mogelijkheden, en lees je de ervaringen van Susanne (27) en Nicole (25) die ook besloten niet langer in de zorg, maar wel voor de zorg te werken.


Klaar met je studie. En dan?

Onderzoek van het Capaciteitsorgaan uit 2016 laat zien dat 10% van de pas afgestudeerden niet in opleiding is en daar ook geen wens toe heeft. Redenen die vaak genoemd worden voor het niet willen werken als arts zijn de werk-privébalans en de cultuur in het ziekenhuis. De werk-privébalans speelt vooral een rol bij studenten en jonge dokters die interesse hebben in een specialisme met een zware dienstenbelasting, zoals gynaecoloog of cardioloog.

Basisartsen die niet werkzaam zijn als arts zijn volgens het capaciteitsorgaan vooral te vinden binnen de management-, beleids- en staffuncties. Echter, hierin zijn alle leeftijdsgroepen meegenomen, dus er zijn in deze groep ook veel respondenten die jarenlang wel als praktiserend arts hebben gewerkt, maar later een managementfunctie zijn gaan bekleden. Pas afgestudeerden die buiten de zorg werken doen dat vaak in de consultancy, het onderwijs of als beleidsmedewerker. Opvallend is dat in deze groep vrijwel iedereen werkt bij bedrijven en instanties gerelateerd aan de gezondheidszorg.

Een tweede master

Als je nog niet weet wat je voor werk wilt doen en je je graag wilt verdiepen in onderwerpen buiten de geneeskunde, kan een tweede master volgen een goede optie zijn. De zorg vanuit een ander perspectief bekijken en nieuwe vaardigheden ontwikkelen kan ook zorgen voor nieuwe inzichten in je loopbaanwensen. Daarnaast kan het een ingang zijn voor een baan in de consultancy of als beleidsmedewerker. Er zijn tegenwoordig een hoop masters gerelateerd aan de gezondheidszorg die te volgen zijn zonder een premaster. De populairste tweede masters zijn biomedische wetenschappen, clinical research, health sciences, zorgmanagement en neuroscience.


Ken jij alle specialisaties?

Van de 38 (!) vervolgopleidingen die er bestaat binnen de geneeskunde, ziet de gemiddelde geneeskundestudent er maar zo’n 15. Als student breng je tijdens je coschappen de meeste tijd door tussen de muren van het ziekenhuis. Dat kan onterecht het idee geven dat er naast de bekende ziekenhuisspecialismen en huisartsgeneeskunde weinig opties zijn als arts. Uit een onderzoeksrapport van De Geneeskundestudent blijkt dat studenten vinden dat er in het curriculum te weinig aandacht is voor beroepen binnen de sociale geneeskunde. De laatste jaren is er al meer aandacht gekomen voor de bedrijfsgeneeskunde en de verzekeringsgeneeskunde, maar er is nog veel meer mogelijk binnen de sociale geneeskunde zoals bijvoorbeeld jeugdgezondheidszorg, forensische geneeskunde en medische milieukunde. Ook buiten de sociale geneeskunde zijn er veel onderbelichte vervolgopleidingen zoals arts verstandelijk gehandicapten, tropengeneeskunde, en luchtvaartgeneeskunde. Het zou dus heel goed kunnen dat er wel degelijk een vervolgopleiding is die bij jou past, maar dat je door de opzet van de studie hier geen ervaring mee hebt.

 

Consultant

Susanne Horn (27) is junior consultant bij Key Groep. Ze heeft nog tijdens haar studie geneeskunde in Utrecht, de master Health Economics, Policy and Law in Rotterdam gedaan. “Al heel vroeg
wist ik dat ik geneeskunde wilde studeren. Op de vraag ‘wat wil je
later worden?’ antwoordde ik als kind ook steevast dat ik dokter wilde worden. De bachelorfase van geneeskunde vond ik ontzettend leuk
en interessant. Pas tijdens mijn coschappen begon de twijfel te
komen. Om me heen zag ik dat mijn werkgroepgenoten enorm enthousiast werden van bepaalde specialismen, maar ik had dat eigenlijk bij geen enkel coschap. Toen ik hoorde over de master Health Economics was ik meteen enthousiast.

Gaandeweg merkte ik dat ik me liever bezighoud met de gezondheidszorg als systeem, dan met de gezondheidszorg op individueel patiëntniveau. Het werken in een team en het nadenken over hoe processen beter en sneller kunnen worden ingericht vind ik leuk. Dat puzzelen miste ik wel eens tijdens de opleiding geneeskunde; veel van het dagelijkse werk in de kliniek is geprotocolleerd. Dat is goed voor de kwaliteit van de zorg, maar het is niet een manier waarop ik graag werk.

Nog steeds hetzelfde doel

Mijn baan als junior consultant bevalt heel goed. Ik houd me bezig met het oplossen van (management)vraagstukken die spelen binnen bijvoorbeeld ziekenhuizen, verpleeghuizen of gemeenten. Die inhoud van die vraagstukken is heel divers. Eigenlijk stel ik ook nog steeds diagnoses, doe ik onderzoek en maak ik een ‘behandelplan’, alleen nu voor een organisatie binnen de gezondheidszorg in plaats van voor een individuele patiënt. Het doel is hetzelfde: het bevorderen van gezondheid.

Spijt dat ik geneeskunde heb gestudeerd heb ik absoluut niet. Ik denk dat het een voordeel is dat ik als consultant in de zorg ook weet hoe het er ‘op de werkvloer’ aan toegaat. Ik wil nu eerst in Nederland ervaring opdoen met het optimaliseren van zorgprocessen. Die kennis en ervaring wil ik later inzetten om de gezondheidszorg te verbeteren in landen waar goede zorg minder vanzelfsprekend is. Als consultant help ik niet die ene patiënt in de spreekkamer, maar hoop ik een grote groep patiënten te kunnen helpen door het zorgsysteem met elk project een beetje beter te maken.”

Beleidsmedewerker onderwijs

Nicole de Ruijter (25 jaar) is beleidsmedewerker onderwijs bij de opleiding Geneeskunde in Utrecht. “Ik heb altijd een brede belangstelling gehad en verschillende studies overwogen. Vanwege mijn interesse voor de mens en de combinatie van praktische en theoretische elementen in de studie, koos ik voor geneeskunde. De coschappen vond ik leerzaam en ook best leuk. Ik was benieuwd
of ik mijn toekomstige specialisme tegen zou komen, maar ook in het laatste jaar van de master had ik ‘de match’ nog niet gevonden. Gedurende de masterfase bleek verder dat mijn ideaalplaatje van de dokter niet helemaal overeen leek te komen met de werkelijkheid. Ik hoopte altijd dat alle dokters veel aandacht hebben voor de mens achter de patiënt. Helaas voelde het voor mij alsof in de patiëntenzorg, mede door tijds- en administratiedruk, de focus van de arts toch vaak vooral ligt op de ziekte van de patiënt en de genezing hiervan.
 

Belangrijke aspecten van een baan

In mijn laatste jaar ben ik serieuzer  gaan nadenken over wat ik nu echt zoek in een baan. Ik kwam erachter dat ik mijn werk-privébalans, een zekere autonomie in mijn werk en een goede sfeer binnen het team belangrijk vind. In mijn huidige baan komen deze dingen mooi samen. Ook zie ik hier het menselijke aspect dat ik zo belangrijk vind op verschillende manieren terug: in contact met directe collega’s, overleg met allerlei verschillende medewerkers binnen en buiten het UMC Utrecht en in het lesgeven aan studenten. Door mijn werk bij het onderwijs kan ik alsnog bijdragen aan de geneeskunde, maar dan op een indirecte manier.”


Mogelijkheden te over

Kortom, buiten de zorg is er ontzettend veel mogelijk voor artsen: een tweede master, aan de slag in het onderwijs, in de consultancy of als beleidsmedewerker. Ook binnen de geneeskunde valt er misschien meer te kiezen dan je denkt. Bewust bezig zijn met wat je zoekt in een baan kan je helpen een goede keuze te maken. Kom je er zelf niet uit en ben je op zoek naar iemand die je kan helpen bij het maken van je keuze? Praat dan eens met een van de VvAA-coaches. Zij weten exact wat er speelt in jouw zorgwereld en helpen jou richting te geven aan je toekomst. Of neem contact op met loopbaanadviseur Amarens Kerkhof. Haar e-mailadres is: amarens.kerkhof@vvaa.nl.



Bronnen


1. Van der Velde F, Wierenga M. Loopbaanwensen van basisartsen. KIWA, 2016.  https://capaciteitsorgaan.nl/app/uploads/2016/10/2016_09_28-2.0-Loopbanen-en-loopbaanwensen-van-basisartsen-meting-2016.pdf

2. Thierens S. Steeds meer geneeskundestudenten doen een tweede studie. Medisch Contact, 2018.
https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/steeds-meer-geneeskundestudenten-doen-tweede-studie-.htm

3. Acem I. Onderbelichte vervolgopleidingen. De Geneeskundestudent, 2018
https://degeneeskundestudent.nl/f/files/download/onderzoeksrapporten/onderzoeksrapport-arbeidsmarkt-en-beroepskeuze-2018.pdf



Evangeline Warmerdam

Evangeline Warmerdam (1991) rondde in 2017 haar master geneeskunde af en werkt sindsdien als arts-onderzoeker in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Haar onderzoek richt zich op het beter begrijpen van de bloedstroming bij patiënten met een aangeboren hartafwijking door middel van nieuwe imagingtechnieken. Al sinds de middelbare school heeft Evangeline een passie voor taal en journalistiek. Daarnaast kookt ze graag en probeert ze fit te blijven door regelmatig op de racefiets te stappen.