Tips over lenen bij DUO en bijverdienen

Per 1 september 2015 is het nieuwe stelsel van studiefinanciering ingegaan. Een van de maatregelen is het afschaffen van de basisbeurs. In plaats hiervan kunnen studenten per maand maximaal € 867,88 lenen. Dit heeft veel gevolgen, vooral voor (para)medisch studenten die vaak langer studeren. Zij moeten gedurende langere tijd hun studie bekostigen en tijdens hun studie hebben zij vaak minder tijd voor een bijbaan om in de kosten van hun studie en levensonderhoud te voorzien. Zo’n lening heeft gevolgen voor nu en voor de toekomst. En hoe zit het met onbeperkt bijverdienen?


Is een studieschuld bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) geregistreerd?

Een studieschuld staat niet geregistreerd bij BKR. Een geldverstrekker kan daardoor niet zien hoeveel schuld je hebt. Toch ben je wel verplicht dit te melden. Een hypotheekadviseur of bank kan er dan in je maandlasten rekening mee houden. Als je dat niet doet, kunnen je lasten te hoog zijn voor je situatie en kun je in de problemen komen.


Wat betekent een hogere studieschuld voor het aanvragen van een hypotheek?

De studieschuld is van invloed op de maximale hoogte van de hypotheek. Deze is weliswaar niet geregistreerd bij het BKR, maar je bent verplicht hem op te geven. Banken nemen deze schuld mee om te kunnen bepalen wat de maandlast is die je kunt dragen. Dat betekent dat je minder kunt lenen dan kopers zonder studieschuld. Banken gaan uit van de oorspronkelijke hoofdsom van de studieschuld. Wettelijk is bepaald dat studenten die voor 2015 leenden over hun studieschuld uit het oude leenstelsel 0,75 procent moet rekenen als maandlast. Dat is 9 procent op jaarbasis.

Pieter Gijsbertse, persoonlijk financieel adviseur bij VvAA: ‘Als je 20.000 euro studieschuld hebt en rekent met het percentage van 9 procent, dan wordt gerekend met een jaarlast van 1.800 euro, dus 150 euro per maand. De bank ziet dit als je maandelijkse lasten die vervolgens van invloed zijn op hoeveel je kunt lenen.” Sinds 1 september 2015 is het nieuwe leenstelsel van kracht. Daarin wordt gerekend met 0,45 procent als maandlast. Dat is 5,4 procent op jaarbasis. Er wordt met een lager percentage gerekend omdat de studieschuld niet meer in 15 jaar maar in 35 jaar wordt afgelost. De aflossing wordt dan over een langere periode uitgesmeerd, waardoor er een lagere maandlast ontstaat. Daardoor is dan een hoger hypotheekbedrag mogelijk. Gijsbertse: “In de praktijk zal dit vooralsnog niet veel voorkomen omdat het alleen geldt voor studenten die vallen onder het nieuwe leenstelsel. Zij studeren en hebben nog geen inkomen om een woning te kopen”.

Voorlopig rekenen banken nog met 9 procent, dus volgens de voorwaarden van het oude leenstelsel. Er is echter één uitzondering. Op het moment dat je tussentijds (los van de reguliere aflossing) extra aflost, rekenen sommige hypotheekverstrekkers met de feitelijke (restant)studieschuld. Gijsbertse: “Stel dat je 20.000 euro studieschuld hebt en je lost tussentijds ineens een bedrag van 5.000 euro af. Dan bedraagt de feitelijke restschuld nog 15.000 euro. In dat geval geldt de feitelijke schuld en níet de oorspronkelijke hoofdsom bij het berekenen van je maximale leencapaciteit.”


Hoe kun je voordelig lenen van je ouders of derden (niet-banken) en hoe regel je dit?

Ferdy de Wijs, belastingadviseur bij VvAA: “Lenen van je ouders voor de bekostiging van je studie is uiteraard mogelijk. Daarbij is het belangrijk om de afspraken goed op papier te zetten en een overeenkomst van de geldlening te maken. Denk daarbij onder andere aan de rente, looptijd en de aflossing van de lening.” Ouders kunnen ook besluiten de verschuldigde rente jaarlijks te schenken. Tot een bedrag van € 5.320,- per jaar (in 2017) mogen zij belastingvrij aan hun kinderen schenken. De vordering op het kind, het geld dat zij geleend hebben en nog te goed hebben, is voor ouders een deel van hun vermogen dat in box 3 belast wordt. Naast een lening kunnen ouders ook een schenking doen, waarmee je je studie kunt betalen. De Wijs: “De normale bekostiging van de studie en het levensonderhoud wordt zelden als een belaste schenking gezien. Mocht de belastingdienst toch van mening zijn dat sprake is van een schenking, dan kan gebruik worden gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling van € 5.320,-. Er bestaat daarnaast ook een eenmalig extra verhoogde vrijstelling van € 53.176,- voor het bekostigen van een dure studie. Dit is een opleiding waarvan de kosten meer dan € 20.000 bedragen. Een reguliere studie geneeskunde of tandheelkunde zal daartoe dus niet gerekend worden.”


Wat is het maximale belastingvrije bedrag wat je bij mag verdienen?

Alleen als je nog onder het oude stelsel van studiefinanciering valt, is er een bijverdiengrens. Tot een bedrag van € 6.200,- (in 2017) mag je belastingvrij bijverdienen. Daarbij wordt naar je verzamelinkomen gekeken als je aangifte doet bij de Belastingdienst en naar je belastbaar inkomen als je dat niet doet. Als je je inkomsten bij de Belastingdienst aangeeft, is het verstandig om tussendoor een schatting van je verzamelinkomen te maken. Dit kun je doen door een aangifteprogramma te downloaden van de Belastingdienst en je recente inkomensgegevens regelmatig opnieuw in te vullen. Als je geen aangifte doet, is het belastbaar loon van belang. Dit vind je op je loon- of uitkeringsstrookje. Daar wordt vaak een cumulatief belastbaar loon op genoemd. Soms staat er in plaats van belastbaar loon fiscaal loon, loon (voor de) loonheffing of loon. Belangrijk is in ieder geval dat je niet moet uitgaan van het brutoloon of nettoloon. Onder het nieuwe stelsel, dat vanaf 1 september 2015 geldt, kun je onbeperkt bijverdienen en is dit niet van toepassing.

 

Contact

Hebt u vragen of wilt u meer informatie?
Neem dan gerust contact met ons op.