Inloggen

Tien aandachts­punten Regeling Continuïteits­bijdrage

18 mei 2020 - Eind vorige week verscheen de langverwachte regeling Continuïteitsbijdrage van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). De regeling voor zorgaanbieders die niet van het begin af aan in de frontlinie van de coronazorg stonden, maar die te maken kregen met stevige omzetdaling omdat hun praktijk sloot voor reguliere zorg. Denk bijvoorbeeld aan fysiotherapeuten, andere paramedici en mondzorgverleners. Zij kunnen deze ondersteuning vanaf 15 mei aanvragen, gefaseerd per beroepsgroep. Overweegt u te kiezen voor deze regeling? Neem dan heel goed kennis van de voorwaarden. VvAA helpt u op weg met tien aandachtspunten die voor veel zorgaanbieders van belang kunnen zijn in hun afweging om al dan niet voor de regeling te kiezen.
 
De regeling maakt duidelijk hoe ZN de zorgpremies aanwendt om de continuïteit van zorg te borgen. Het is goed dat deze langverwachte regeling nu bekend is. Echter, helaas maakt de uitwerking dat deze regeling niet de zekerheid oplevert waar zorgaanbieders naar uitkijken. De afweging om al dan niet gebruik te maken van de regeling, wordt er dan ook niet eenvoudiger op. Dit terwijl de gevolgen voor de zorgaanbieder groot zijn. 

De voorwaarden voor de regeling zijn vastgelegd in een addendum bij de bestaande zorgovereenkomst voor gecontracteerde zorgverleners en een nog te sluiten betaalovereenkomst voor niet-gecontracteerde zorgverleners. Ook de geschillenregeling voor de continuïteitsbijdrage is gepubliceerd. Alle documenten vindt u terug op de ZN-website. VvAA adviseerde eerder al heel goed kennis te nemen van de voorwaarden en te beoordelen wat de uitwerking daarvan voor uw praktijksituatie is. Dat is in de meeste gevallen niet eenvoudig: van sommige voorwaarden is de uitwerking nog niet geheel duidelijk. Met onderstaande aandachtspunten kunt u rekening houden bij uw persoonlijke afweging. Wij realiseren ons dat ieders situatie anders is en dat wij hiermee niet álle voor u relevante punten kunnen benoemen. 

De in de aandachtspunten aangehaalde artikelen verwijzen naar het ‘Addendum bij een Zorgovereenkomst (uitsluitend voor gecontracteerde zorgaanbieders)’ van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Voor niet gecontracteerde zorgverleners gelden deze aandachtspunten grotendeels ook. Zij moeten daarnaast nog rekening houden met een aantal specifieke voorwaarden en gevolgen. 

Voor de exacte formulering van genoemde voorwaarden en alle andere voorwaarden verwijzen wij u naar de betreffende documenten van ZN. Tot slot raden wij u aan de berichtgeving van uw beroepsorganisatie over de continuïteitsbijdrage goed te volgen. 

1. Ontslagverbod met terugwerkende kracht

Een belangrijke voorwaarde voor deelname aan de regeling is dat de zorgaanbieder geen ontslag voor het personeel op bedrijfseconomische gronden mag aanvragen gedurende de periode dat hij de continuïteitsbijdrage ontvangt. Deze voorwaarde geldt met terugwerkende kracht, vanaf 1 maart (art. 1.1.m). Beroepsorganisaties hebben ZN gevraagd af te zien van het hanteren hiervan met terugwerkende kracht.

Naast het feit dat een praktijk mogelijk al afscheid van personeel heeft moeten nemen voordat deze voorwaarde bekend was, kan deze voorwaarde lastig uitpakken op het moment dat het erg slecht gaat met de praktijk, al helemaal omdat de zorgverzekeraar de overeenkomst voor de continuïteitsbijdrage ook kan ontbinden bij dreiging van surseance van betaling of faillissement (art. 5.4 (b)).

2. Samenloop met overheidsondersteuning

De zorgaanbieder kan alleen aanspraak maken op overheidsmaatregelen, zoals de loonkostensubsidie NOW, voor het resterende omzetverlies ná de te ontvangen continuïteitsbijdrage vanuit de ZN-regeling (art. 1.1.g). In de vijfde overweging van het addendum is over dit zelfde onderwerp een andere formulering opgenomen, die veel vragen oproept. Het is onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Ook hier hebben beroepsorganisaties  ZN om duidelijkheid gevraagd. 

3. Ruime uitsluitings­gronden, wijzigings­mogelijkheden en verrekenings­bevoegd­heid verzekeraars

De regeling is behoorlijk eenzijdig geformuleerd. De mogelijkheden voor de zorgverzekeraar om zorgaanbieders uit te sluiten van de regeling (art. 1.2) en of de overeenkomt te ontbinden (art. 5.4) zijn ruim.  Uit de regeling volgt dat de zorgverzekeraar de zorgaanbieder kan uitsluiten als sprake is van een (tucht)rechtelijke veroordeling in de afgelopen 8 jaar of indien sprake is van een afwijkende materiële controle.  Bovendien volgt uit de regeling dat uitsluiting ook mogelijk is op basis van een andere reden, dit alles ter beoordeling van de zorgverzekeraar. De gevolgen zijn aanzienlijk, bijvoorbeeld een direct opeisbare ongedaanmakingsverplichting bij ontbinding.  De zorgverzekeraar heeft recht op volledige terugbetaling van de (voorlopige) continuïteitsbijdrage indien de zorgaanbieder op enig moment niet (meer) voldoet aan een of meer voorwaarden.  Daarbij mag een zorgverzekeraar verrekenen met ingediende declaraties bij de zorgverzekeraar en wanneer de zorgverzekeraar behoort tot een groep mag een vordering worden verrekend met een vordering van een van de andere verzekeraars van dezelfde groep.

4. Overdragen rechten en aanpassen juridische structuur beide onmogelijk

Zorgaanbieders kunnen hun vorderingsrechten inzake de continuïteitsbijdrage niet overdragen aan een andere rechtspersoon (art. 6.1). Daarnaast mag de zorgaanbieder geen wijziging aanbrengen in de juridische structuur van de praktijk. Ook dit geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 maart (art. 1.1.n).

5. Alle declaraties via verzekeraar

Zorgaanbieders moeten alle declaraties voor verzekerde zorg direct indienen bij de zorgverzekeraar (art. 3.2).  Dit geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 maart, voor zover de verzekerde zelf nog niet gefactureerd is, én gedurende de rest van het kalenderjaar. De zorgaanbieder stuurt in deze periode dus alleen declaraties naar verzekerden voor niet-verzekerde zorg. Om te voldoen aan deze voorwaarden is het belangrijk hiermee rekening te houden. 

6. Niet-passende normomzet

Zowel de continuïteitsbijdrage als de vergoeding van ‘inhaalzorg’ wordt mede gebaseerd op de door Vektis berekende normomzet voor de praktijk. Er lijkt geen ruimte te zijn voor situaties waarin de normomzet niet aansluit bij de (huidige) praktijk. Denk aan situaties waarin de zorgaanbieder recentelijk heeft geïnvesteerd en daardoor een groter capaciteit heeft dan de normomzet. Of de situatie waarin in 2020 hogere tarieven gedeclareerd kunnen worden. Meer ingrijpende situaties zoals een praktijkstart of fusie kunnen wel in de aanvraag worden aangegeven. Het is de vraag hoe zorgverzekeraars hiermee in de praktijk omgaan. 

7. Inspanningsverplichting inhaalzorg

De zorgaanbieder heeft een inspanningsverplichting om zorg te dragen voor het leveren van ‘inhaalzorg’ (art.1.1.k). Daarvan is sprake bij een gerealiseerde omzet die boven de door Vektis vastgestelde normomzet voor de praktijk ligt. Als u hiermee te maken krijgt, dan is het van belang er rekening mee te houden dat u voor deze ‘inhaalzorg’ een aanzienlijk lager tarief ontvangt (art. 2.6.3) en tegelijkertijd waarschijnlijk extra kosten maakt (bijvoorbeeld voor personeel of inhuur). Hoe de regeling voor het afdragen van de meeromzet vanwege de inhaalzorg er precies uitziet, is nog niet duidelijk. Het lijkt dat wanneer er bij de ene verzekeraar wat meer omzet is gerealiseerd dan bij de andere verzekeraars, en onder de streep geen sprake is van een omzet boven normomzet, er tóch sprake is van inhaalzorg en daarmee van een lager vergoedingspercentage.

8. Betaling onderaannemers, zoals zzp’ers

Zorgaanbieders moeten met de continuïteitsbijdrage ook onderaannemers uitbetalen (nb: dat is iets anders dan doorbetalen) waarvan zij structureel gebruik maken voor de zorgverlening. Denk aan zzp’ers. Wat als structureel wordt gezien en hoe dit zich volgens ZN verhoudt met wat partijen onderling hebben afgesproken (bijvoorbeeld in hun overeenkomst van opdracht) is niet duidelijk. De specifieke omstandigheden van het geval zijn mede bepalend. Waar onderaannemers precies recht op hebben, wordt niet aangegeven. Vermoedelijk gaat het om een redelijke vergoeding gelet op het aandeel in de omzet dat de onderaannemer vertegenwoordigt.  De zorgaanbieder moet uitbetalen tenzij hij aantoont dat dit niet van hem gevergd kan worden in verband met het waarborgen van de eigen continuïteit. De zorgverzekeraar lijkt hier streng op toe te gaan zien. Ook hier valt op dat de voorwaarde met terugwerkende kracht vanaf 1 maart geldt (art. 1.1.o).

9. Aantasting liquiditeitspositie door naverrekeningen

In algemene zin geldt dat naverrekeningen, waarvan de hoogte per definitie lastig is te voorspellen, de liquiditeitspositie van de zorgaanbieder nadelig kunnen beïnvloeden. Dat geldt bij de continuïteitsbijdrage, waarbij deze direct opeisbaar zijn, maar ook voor de ondersteuningsregelingen van de overheid. Het is verstandig hiervoor waar mogelijk te reserveren.

10. Specifiek voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders

In de regeling is opgenomen dat wordt gerekend met het gemiddeld gecontracteerd tarief van desbetreffende zorgverzekeraar. Voor niet gecontracteerde zorgaanbieders geldt in de meeste gevallen, dat als verzekerden voor deze zorgaanbieder kiezen, de vergoeding lager is. De omzet waarmee voor de continuïteitsbijdrage (en inhaalzorg) wordt gerekend, zal dan dus meestal ook lager uitvallen. 

Er moet rekening mee worden gehouden dat het bij het bepalen van de omzet niet gaat om hetgeen dat wordt vergoed, maar om datgene wat een verzekeraar uiteindelijk voor de verzekerde zorg zal uitbetalen. Dit kan onduidelijkheid geven. Zeker wanneer er sprake is van meerdere verzekeraars, met eigen polisvoorwaarden voor verzekerden. Voor niet gecontracteerde zorgaanbieders is het dus van belang extra alert te zijn.
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email