Studenten over hun eerste jaar: wat viel mee, wat kon beter?

07-10-2013 Andrea Linschoten

Zelf de was doen, uitzoeken welke theorie je moet leren, uit de kleren voor de groep; in  het begin is alles vreemd. Maar als je eenmaal de balans tussen studeren en uitgaan hebt gevonden, is het studentenleven super.

Lees hieronder verder, of open de pdf-pagina van Arts en Auto.

Emma Bernsen (20), Opleiding farmacie Universiteit Utrecht

“Over farmacie heb ik goede voorlichting gehad. Het beeld dat ik vooraf had, klopt met hoe de studie werkelijk is. Ik heb veel biologie en scheikunde met practicum, dat vind ik leuk. Bij de toetsen gaat het om inzicht, het is niet alleen stampwerk. Dat is uitdagend, je moet echt zelf nadenken.

Waar ik aan moest wennen, is dat je in het diepe wordt gegooid. Ik wist eerst niet hoe je moet omgaan met Black Board, het systeem waar alles over je opleiding in staat, zoals je cijfers en je vakken. Daar krijg je geen uitleg over. Ook moet je zelf bedenken wat en hoe je moet leren. Je gaat naar hoorcolleges en je bespreekt onderwerpen. Maar dan moet je, aan de hand van je boekenlijst, zelf uitzoeken in welke boeken de theorie staat die je moet leren. Dat is best lastig.

Tot nu toe heb ik alles gehaald, het gaat heel goed. Alleen met de projecten heb ik wel gedoe. De samenwerking met andere studenten is niet altijd makkelijk. Niet iedereen is even gemotiveerd, sommigen stoppen zelfs tijdens een project met hun studie. Dan moet je hun opdracht oppakken. Ik heb niet het idee dat docenten daar echt rekening mee houden.
Ik raad iedereen aan om op kamers te gaan in de stad waar je studeert. Als je een goede grens vindt tussen hard leren en gezelligheid, dan is het studentenleven echt top.”

Charl Kouki (24), Opleiding tandheelkunde ACTA Amsterdam

“Na een jaar werken en reizen moest ik wennen aan het studentenleven. Ik woonde nog thuis en moest op zoek naar een kamer. Daar heb ik wel geluk bij gehad. Na een paar keer hospiteren, had ik een kamer. Hoewel je probeert op te vallen, moet je bij het hospiteren toch ook gewoon jezelf blijven, dat is belangrijk.

De eerste paar maanden moest ik mijn plekje zien te vinden. Maar nu gaat het vanzelf, ik heb hier een sociaal netwerk opgebouwd en ik kan overal terecht. In Amsterdam is ook altijd genoeg te doen. In het weekend ga ik af en toe naar huis, naar mijn ouders en mijn vrienden. Daar heb ik die Brabantse gezelligheid weer. En soms neem ik dan ook een tas met was mee. Dat was nieuw voor mij, afwassen en kleren wassen. Thuis was ik wel een beetje verwend, daar deed mijn moeder alles. Ik heb haar een paar keer gebeld: hoe zit dat met de witte was? Dat kan ik nu in principe ook zelf.

Ik heb het bij het ACTA prima naar mijn zin. In het begin moest er een knop om, het was wel een verschil met werken. Voor mij was het zoeken naar een balans tussen studie en vrije tijd. Maar vanaf het begin heb ik hard mijn best gedaan en ik heb alles gehaald. Ook binnen de opleiding moet je de balans vinden, maar dan tussen theorie en praktijk. Je kunt wel veel oefenen, maar je moet ook aan de theorie werken.”

Sarah Jacobs (20), Opleiding geneeskunde Universiteit Utrecht     

“Heel lang wilde ik geen geneeskunde studeren, ik dacht aan klassieke talen, iets met theater of technische wiskunde. Maar nadat ik op de middelbare school een profielwerkstuk maakte over de vraag of seksuele geaardheid terug te vinden is in het brein, kwam er een omslagpunt. Toen ben ik gaan nadenken over geneeskunde, biologie of biomedische wetenschappen. Maar omdat ik ook met mensen wil werken, heb ik voor geneeskunde gekozen. Hersenonderzoek staat nog steeds boven aan mijn lijst, maar onderzoek naar infectieziekten vind ik ook heel interessant. Grappig is dat ik heel lang heb gezegd dat ik geen arts wil worden, wel onderzoeker. Maar ik merk tijdens colleges en de zorgstage dat ik het arts-zijn toch heel leuk vind, het met mensen bezig zijn, het contact maken.

Ik vind het lastig om een structuur te vinden om alle stof te leren. We moeten heel veel stampen. Daar heb ik met een studieadviseur over gepraat. Ik moet nog beter leren plannen. Het gaat wel goed genoeg, maar het kost me meer moeite dan ik had gedacht.

Ik woon weer thuis, maar ben druk aan het hospiteren. Ik heb een half jaar Engels gestudeerd in Oxford. Ik vind die cultuur en de taal prachtig. En het leek me ook handig omdat zo veel studieboeken in het Engels zijn. In Oxford woonde ik op mezelf en daar ben ik nu ook wel weer aan toe.”

Luciënne van Asperdt (21), Opleiding huidtherapie Hogeschool Utrecht

“In het begin had ik het moeilijk met alle Latijnse benamingen. Dat was flink stampen, omdat het voor mij helemaal nieuw was. Maar nu weet ik het gewoon. Aan hard leren was ik al gewend; hiervoor heb ik onder meer een verkorte opleiding accountancy gedaan, dat was ook pittig. Daarna ben ik de opleiding management, economie en recht gaan doen, maar ik realiseerde me tijdens die opleiding dat ik iets voor mensen wil betekenen en niet alleen commercieel bezig wil zijn.

Vanaf de eerste week gingen we op elkaar oefenen. Dat was even schrikken, dat je direct uit de kleren moest. Gelukkig zit ik met alleen meiden in de klas. Ook bij het oefenen met elektrisch epileren moest ik wennen; je moet iemand dan toch pijn doen.

Als huidtherapeut kun je veel voor mensen doen. Iedereen ziet je huid, mensen zijn blij als je ze kunt helpen bij een probleem. Ik zit nu helemaal op de goede plek; alles wat ik moet doen, vind ik leuk.”
‚Äč

Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.