Resultaten: 3de Trendonderzoek onder zorgaanbieders - Medische fouten

07-12-2011 VvAA redactie

Derde editie (oktober 2011) - Medische fouten

Belangrijkste conclusies

Impact van fouten is groot

Zowel zorgverleners in de eerste als de tweede lijn trekken zich gemaakte fouten zeer aan. Het medisch handelen ligt zowel via de media als via de beoordelingssites onder de loep. Aannemelijk is dat de angst om fouten te maken daardoor toeneemt. Hoewel een gering aantal zorgverleners ooit een maatregel is opgelegd door een medisch tuchtcollege, zijn de gevolgen groot: zorgverleners die een maatregel opgelegd hebben gekregen, melden dat dat zowel op hun werk als in hun persoonlijke leven consequenties had. Dat geldt voor tweedelijnszorgverleners sterker dan voor eerstelijnszorgverleners.

Inzicht in fouten leidt tot verbeteringen

Hoewel ondervraagden aangeven dat de angst voor het maken van fouten de kwaliteit van de zorgverlening negatief kan beïnvloeden, leiden medische fouten in negen van de tien gevallen tot aanpassingen en verbeteringen van de werkwijze. Een meerderheid van de zorgverleners vindt dat zij in alle openheid kan praten over medische fouten. Zij deelt deze vaak met collega’s en ook blijkt uit de praktijk dat zorgverleners zich steeds meer toetsbaar opstellen. Toch worden medische fouten soms verzwegen. Opvallend is dat zorgverleners de angst voor gevolgen voor de patiënt aanzienlijk vaker als reden voor het niet melden noemen, dan de angst voor gevolgen voor henzelf. Ook komt het voor dat een medische fout van een collega niet aan de orde gesteld. Ook daar gebeurde dat vooral omdat de gevolgen van de fout klein waren en omdat men vreest voor de gevolgen die dat kan hebben voor de samenwerking.

Opleidingen schieten tekort

De medische opleidingen zouden meer aandacht moeten besteden aan medische fouten, vindt ruim tweederde van de ondervraagden. Voor opleidingen en beroepsorganisaties is in de ogen van respondenten een taak weggelegd om te bereiken dat zorgverleners het omgaan met fouten en de communicatie hierover gaan zien als een onderdeel van hun professionele handelen. De KNMG, de beroepsorganisatie van artsen, heeft daar gedragsregels en praktische adviezen voor opgesteld. VvAA geeft adviezen en verzorgt voorlichting en workshops over het omgaan met medische fouten en het voorkomen van klachten.

Kwaliteit en toegankelijkheid van zorg nu nog voldoende

Tot slot gaven de ondervraagden hun mening over de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg. Dit zijn vaste vragen in de trendonderzoeken ‘Wat geld(t) in de zorg?’. Op dit moment krijgen de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg een ruime voldoende van de zorgverleners. Tweedelijnszorgverleners lijken zowel over de kwaliteit als de toegankelijkheid iets positiever dan eerstelijnszorgverleners. Slechts één op de vijf verwacht dat de kwaliteit van de zorg de komende periode zal verslechteren. Dat is overigens een verbetering ten opzichte van juni van dit jaar, toen nog de helft van de zorgverleners de toekomstige kwaliteit van de zorg somber inzag. De verwachtingen over de kwaliteit zijn gestegen, maar als het gaat over de toegang tot de zorg zijn de zorgverleners nog altijd minder positief. De helft (49%) van de eerstelijnszorgverleners en een meerderheid (57%) van de tweedelijnszorgverleners verwacht de komende periode een verslechtering van de toegankelijkheid. Deze percentages zijn vergelijkbaar met eerdere metingen.

Over het onderzoek

Het VvAA trendonderzoek onder de noemer ‘wat geld(t) in de zorg’ brengt drie keer per jaar de brede ontwikkelingen in de zorg in kaart. Naast de kwaliteit en de toegankelijkheid van de gezondheidszorg in Nederland staat in deze editie het onderwerp ‘medische fouten’ centraal. Daarbij gaat het voornamelijk om de vraag hoe zorgverleners uit de eerste en tweede lijn tegen fouten aankijken: zijn ze bang om fouten te maken, kunnen fouten worden aangekaart bij collega’s en instellingen en hoe reageren ze als een fout wordt ontdekt?

In dit onderzoek wordt onder ‘medische fout’ verstaan: het door een zorgverlener overtreden van een bestaande norm of regel, opgesteld door artsen vanuit hun competentie als zorgverlener, met schadelijke gevolgen voor de patiënt als resultaat.

Wie deden er mee?

Aan het onderzoek hebben zowel eerste- als tweedelijns zorgverleners deelgenomen; alle respondenten zijn lid van VvAA. In totaal hebben 901 zorgverleners de vragenlijst volledig ingevuld, waarvan 547 eerstelijnszorgverleners, bestaand uit 168 huisartsen, 172 fysiotherapeuten, 132 tandartsen, 25 apothekers en 50 verloskundigen, en 354 tweedelijnszorgverleners (medisch specialisten).

Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.