Prinsjesdag 2016


Maatregelen in de privésfeer

De afschaffing van de aftrek scholingskosten en de aftrek onderhouds­kosten monumenten­panden zijn de belangrijkste fiscale wijzigingen die op deze derde dinsdag in september zijn gepresenteerd. Mr. Ferdy de Wijs heeft als fiscalist bij VvAA alle belangrijke voorgenomen veranderingen voor uw privésituatie op een rij gezet.


Veranderingen in de inkomstenbelasting

Aanpassing tarieven box 1

De tarieven in box 1 van de inkomsten­belasting/volks­verzekeringen worden voor het jaar 2017 als volgt aangepast:

Tarieven inkomsten­belasting/volks­verzekeringen 2017
Geboren na 1 januari 1946
Inkomen van Tarief
Tot € 19.982 8,90%
Van € 19.982 tot € 33.791 13,15%
Van € 33.791 tot € 67.072 40,80%
Vanaf € 67.072 52,00%

Verhoging schijven

De 3e schijf wordt iets verhoogd: van 40,40% in 2016 tot 40,80% in 2017.

Ook voor AOW-gerechtigden gaat het tarief in de tweede en derde schijf omhoog met 0,40%.

Over de auteur

Mr. Ferdy de Wijs
Fiscalist bij VvAA

Wijzigingen heffingskortingen

Een aantal heffingskortingen wordt gewijzigd. Let op: we vermelden alleen die kortingen die anders worden.
Heffingskortingen 2016 2017
Max. algemene heffingskorting (onder de AOW-leeftijd) € 2.242 € 2.254
Maximale arbeidskorting € 3.103 € 3.223
Maximale ouderenkorting € 1.187 € 1.292

Wijziging belastingheffing box 3

Vanaf 2017 wordt de belasting in box 3 niet meer berekend aan de hand van het vaste forfaitaire rendement van 4%. Er komen in box 3 drie schijven, waarbij iedere schijf een eigen forfaitair rendement kent. Afhankelijk van de omvang van het vermogen wordt met een hoger forfaitair rendement gerekend. Op basis van de voorlopig vastgestelde rendementen bedraagt het forfaitair rendement voor 2017 (de definitieve vaststelling volgt nog):
Vermogen Forfaitair rendement Effectieve belastingdruk
Tot € 100.000 2,91% 0,87%
Van € 100.000 tot € 1 mln. 4,69% 1,41%
Vanaf € 1 mln. 5,50% 1,65%

heffingsvrij vermogen

Er zal een heffingsvrij vermogen van € 25.000 gaan gelden; voor fiscale partners is dat het dubbele: € 50.000.

Veranderingen voor de eigen woning

Verkorting termijnen kapitaal­verzekering eigen woning

Om gebruik te kunnen maken van de vrijstellingen voor de kapitaal­verzekering eigen woning, de spaarrekening eigen woning, de beleggings­rekening eigen woning of het beleggingsrecht eigen woning moet u minstens 15 of 20 jaar jaarlijks premie hebben betaald. Wilt u eerder gebruik kunnen maken van deze vrijstellingen, ondanks het feit dat niet aan de gestelde termijn is voldaan. Vanaf 2017 wordt in de wet opgenomen dat u in de volgende situaties tóch gebruik kunt maken van de hoge vrijstelling in geval van eerdere afkoop:

  • Bij beëindiging fiscaal partner­schap (echtscheiding)
  • Bij schuldhulp­verlening
  • Bij verkoop van de woning als u op dat moment nog steeds of opnieuw een eigen woning hebt
  • In het geval dat u als belasting­plichtige de lasten van de eigen woning binnen afzienbare tijd niet meer kan voldoen

Rentemiddeling

Per 1 januari 2017 wijzigt de wet waardoor banken zonder fiscale belemmeringen rente­middeling actief kunnen aanbieden. Rente­middeling is een methode om de hypotheek­rente gedurende de looptijd te verlagen. Uw huidige rentetarief wordt gemiddeld met de actuele hypotheekrente van de geld­verstrekker in de markt. Er verandert dus niets aan uw hypotheek, anders dan een lagere hypotheek­rente voor een nieuwe rentevast­periode.

Afschaffing aftrek onderhoud rijks­monumenten

Per 1 januari 2017 komt de aftrek van onderhouds­uitgaven voor rijks­monumenten te vervallen. Particuliere eigenaren konden 80% van de onderhouds­uitgaven aftrekken voor de inkomsten­belasting. Eigenaren van rijks­monumenten die onomkeerbare financiële verplichtingen zijn aangegaan, worden tegemoet­gekomen met een niet-fiscale overgangs­regeling voor 2017 en 2018 ter waarde van € 32 miljoen per jaar. Vanaf 2019 zal hetzelfde jaarlijkse bedrag structureel worden ingezet binnen een herijkt financierings­stelsel voor monumenten­zorg.
Tip: Voor groot­schalige ingrepen zijn ook andere faciliteiten beschikbaar, zoals het provinciale restauratie­budget van jaarlijks € 20 miljoen en laag­rentende leningen via het Nationaal Restauratie­fonds. Verder is het verstandig om voor zover mogelijk zoveel mogelijk onder­houd in 2016 te plegen.

Wettelijke regeling voor vrucht­gebruik eigen woning

In de wet wordt per 1 januari 2017 opgenomen dat een vrucht­gebruiker de rente en kosten die hij betaalt op een schuld die de erflater is aangegaan voor de eigen woning en waarvan de eigendom bij de bloot-eigenaar ligt, in aftrek kan brengen als kosten voor de eigen woning. Voorwaarde is dat de vrucht­gebruiker de kosten en lasten van de schuld draagt. Als het gaat om een bestaande eigenwoning­schuld waarvoor geen aflossings­verplichting gold, dan blijft dit ongewijzigd. Dan moet wel de vrucht­gebruiker fiscaal partner zijn geweest van de erflater op het moment van overlijden.


Veranderingen in beleggingen

Beleggen via ‘flits’-VBI minder aantrekkelijk

In een vrijgestelde beleggings­instelling (VBI) kunt u beleggingen aanhouden met een belasting­vrijstelling. Als belastingplichtige kunt u overtollige beleggingen uit een BV afsplitsen naar een VBI zonder dat in box 2 af te rekenen. Het kan voordelig zijn om box 3-vermogen tijdelijk onder te brengen in een VBI (‘flits’-VBI). Daarmee ontwijkt u box 3-heffing. Om dit ongewenste gebruik tegen te gaan is een aantal maatregelen voorgesteld:

  • U rekent voortaan in box 2 af over de positieve AB-claim als een lichaam waarin u als belasting­plichtige een aanmerkelijk belang (AB) hebt, de VBI-status verkrijgt.
  • Het box 3-vermogen dat u hebt ondergebracht in een vbi en waarin u als belasting­plichtige een AB heeft, wordt belast in box 2 en ook in box 3 als dit vermogen binnen 18 maanden weer terugkomt naar box 3.
  • Het percentage van het forfaitaire rendement uit een vbi wordt automatisch gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3.
Om niet op deze verandering te kunnen anticiperen wordt voorgesteld om de maatregelen met terugwerkende kracht vanaf 20 september 2016 15.15 uur in werking te laten treden.

Veranderingen autobelastingen

Vanaf 2017 gelden er nog maar drie bijtellingspercentages:
  • Elektrische auto 4%
  • Standaard auto 22%
  • Oldtimers (15 jaar of ouder) 35%

De nieuwe bijtellings­percentages gelden niet voor auto's die vóór 1 januari 2017 zijn toegelaten. Gebruikers van auto's waarvoor een CO2-uitstoot­gerelateerde korting geldt, kunnen voorlopig nog profiteren van een lagere bijtelling.

Verlaging motorrijtuigen­belasting

De motorrijtuigen­belasting gaat met 2% omlaag. Elektrische auto’s zijn nog tot en met 2020 vrijgesteld van MRB en plug-in hybrides blijven gedurende die periode onder het half-tarief vallen. De belasting van personenauto’s en motorrij­wielen (BPM) wordt tussen 2017 en 2020 stapsgewijs afgebouwd met 14,7%. De elektrische auto blijft tot en met 2020 BPM-vrij. Voor plug-in hybrides geldt dat een CO2-uitstoot van 30 gram/km of meer leidt tot BPM-heffing.

Lager tarief zelfstandige laadpalen

Voor elektriciteit geleverd aan (openbare) laadpalen met een zelfstandige aansluiting stelt het kabinet voor om over de eerste 10.000 kWh de startschijf over te slaan en direct het lagere tarief van de tweede schijf te rekenen. Daarmee geldt over de eerste 50.000 kWh één tarief. Het tarief in de tweede schijf bedraagt op dit moment 4,996 cent per kWh; dat ligt ongeveer de helft lager dan het reguliere tarief in de eerste schijf van 10,07 cent per kWh. Dit komt neer op een voordeel van 1 à 2 euro per volle accu. Het verlaagde tarief zal vier jaar van toepassing zijn, van 2017 tot en met 2020.

Verandering in scholingsuitgaven

Aftrek scholingsuitgaven verdwijnt

De kostenaftrek voor opleiding of studie gericht op een (toekomstig) beroep zonder recht op studie­financiering, wordt met ingang van 2018 afgeschaft. De afschaffing houdt ook in dat de kosten van een promotie niet meer aftrekbaar zijn. Via de niet-fiscale uitgaven­regeling die hiervoor in de plaats moet komen, wordt van 2018 tot 2022 jaarlijks € 90,8 miljoen en daarna structureel € 112 miljoen ingezet, in de vorm van scholings­vouchers. De doelgroep voor deze regeling zal bestaan uit mensen die minder snel geneigd zijn scholing te volgen en waarbij het maatschappelijk belang van scholings­deelname groot is.

Direct naar de fiscale gevolgen

scroll verder