Inloggen

Van hoofdbehandelaar naar regiebehandelaar

Hoe werkt dat in de praktijk? Nieuwe taken, verantwoordelijkheden en praktische tips

31 mei 2021 - Via jurisprudentie is het hoofdbehandelaarschap veranderd in regiebehandelaarschap. Het begrip hoofdbehandelaar werd verschillend geïnterpreteerd en door de zorgverzekeraars en de IGJ vooral gezien als inhoudelijke eindverantwoordelijkheid. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) sprak sinds 2007 over de ‘hoofdbehandelaar’ met als taak inhoudelijk de regie tijdens het behandeltraject te bewaken. In een recente uitspraak op 29 januari 2021 heeft het CTG dit veranderd:

Voorbeeld uit de praktijk

Het betreft een ziekenhuissituatie met 24-uurszorg en teambehandeling. De aangeklaagde gynaecoloog was hoofdbehandelaar. De voorwacht voerde het beleid om het beloop van de baring gecontroleerd af te wachten. Het Centraal Tuchtcollege beoordeelde dat de CTG-registratie die daarna (’s nachts) volgde ongeschikt was om de foetale conditie te beoordelen. Desondanks werd het beleid van gecontroleerd afwachten door de voorwacht gecontinueerd. Bij die ochtendoverdracht was de gynaecoloog aanwezig die zich een zelfstandig beeld kon vormen van het beleid. De gynaecoloog had daarom als hoofdbehandelaar naar voren moeten stappen.

Lees hier de volledige casus

Het CTG spreekt nu van ‘de regiebehandelaar’ vanwege ‘de toegenomen complexiteit van zorg, soms verleend door zorgverleners van verschillende instellingen’. Omdat het CTG benoemt dat zij aanleiding ziet de taken en verantwoordelijkheden te herformuleren, mag worden aangenomen dat de term ‘regiebehandelaar’ de nieuwe standaard is geworden. De uitspraak van het CTG van 29 januari 2021 laat zien dat het CTG de verantwoordelijkheid voor sturing en coördinatie door de regiebehandelaar benadrukt. Voor zorgverleners is het nuttig om van uitspraken zoals deze kennis te nemen en te bekijken hoe de organisatie van de zorg hierop aangepast kan worden.

Herformulering door het CTG
De herformulering van de taken en de verantwoordelijkheden van de regiebehandelaar door het CTG luidt als volgt:

> In gevallen waarin twee of meer zorgverleners betrokken zijn bij de behandeling van één patiënt, moet als uitgangspunt worden genomen dat elke bij die behandeling betrokken zorgverlener een eigen professionele verantwoordelijkheid heeft en houdt jegens die patiënt. In gevallen waarin de aard en/of complexiteit van de behandeling dat nodig maakt, dragen deze (individuele) zorgverleners er steeds zorg voor dat één van hen als regiebehandelaar wordt aangewezen.

Nieuwe taken en verantwoordelijkheden op een rij
Om verantwoordelijkheid te kunnen dragen is het belangrijk om te weten waarvóór je verantwoordelijk bent. Het CTG vindt vanaf nu, en dat is nieuw, dat de regiebehandelaar er op toe dient te zien dat:

  • de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de patiënt wordt bewaakt en dat waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
  • er een adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen de bij de behandeling van de patiënt betrokken zorgverleners;
  • er één aanspreekpunt is voor de patiënt en diens naaste betrekking(en) voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling. De regiebehandelaar hoeft niet zelf dat aanspreekpunt te zijn.
  • Het aanspreekpunt hoeft niet zèlf alle vragen van de patiënt en naasten te kunnen beantwoorden, maar moet wel de weg naar de antwoorden weten te vinden.
Wat betekent dit in de praktijk?
Ons voorbeeld uit de praktijk laat zien dat de regiebehandelaar kritisch moet zijn op het beleid dat een collega uitzet. Zodra de regiebehandelaar ziet dat het niet klopt (in casus op de medische inhoud, maar het zou ook iets anders kunnen zijn), dan moet hij of zij in actie komen. Kortom, de regiebehandelaar moet betrokken, geïnteresseerd en constructief handelen in de praktijk.

Persoonlijk beeld
De regiebehandelaar moet persoonlijk een adequaat beeld hebben van de patiënt, om te kunnen komen tot een probleemanalyse, een diagnose en een behandelplan (op hoofdlijnen).

Uitvoering delen, regie behouden
Hoewel de uitvoering van de behandeling gedeeld mag en kan worden met andere zorgverleners, blijkt uit de beslissing van het Centraal Tuchtcollege dat de regiebehandelaar de regie moet behouden en zo nodig terug moet nemen.

Omstandigheden
Een andere recente beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in de GGZ leert ons dat praktische bezwaren – zoals die zich in iedere drukbezette dagelijkse praktijk kunnen voordoen – geen reden zijn om deze normen lichter te hanteren. 

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021
Het betreft een ziekenhuis situatie met 24-uurszorg en teambehandeling. De aangeklaagde gynaecoloog was hoofdbehandelaar. Toen de bevalling zich aandiende, had de gynaecoloog dienst als achterwacht. De voorwacht voerde het beleid om het beloop van de baring gecontroleerd af te wachten. Het Centraal Tuchtcollege beoordeelde dat de CTG-registratie die daarna (’s nachts) volgde ongeschikt was om de foetale conditie te beoordelen. Desondanks werd het beleid van gecontroleerd afwachten door de voorwacht gecontinueerd. Bij die ochtendoverdracht was de gynaecoloog aanwezig en kon zich een zelfstandig beeld vormen van het beleid. De gynaecoloog had daarom als hoofdbehandelaar naar voren moeten stappen.

In september 2018 dienden een patiënte en haar partner bij het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven een klacht in tegen een gynaecoloog. Patiënte was op 3 oktober 2013 voor het eerst gezien op de polikliniek van het ziekenhuis, na verwijzing van de eerstelijns verloskundige. Deze gynaecoloog werd de hoofdbehandelaar van patiënte en heeft patiënte zo veel mogelijk zelf gezien. In de weken die volgden tot aan de bevalling kwam patiënte voor uiteenlopende controles naar het ziekenhuis.

De bevalling diende zich aan op 28 februari 2014. Vanwege een niet vorderende uitdrijving en indaling besloot de collega gynaecoloog op 1 maart om 12.05 tot een secundaire sectio. De baby, een meisje, werd om 13.14 uur geboren met een slechte start. Zij kwam bleek, slap en niet ademend, zonder hartactie ter wereld. Zij werd kortdurend gereanimeerd door de kinderarts, waarbij zij snel bijkwam. Gezien de bleekheid en een Hb 5,3 bestond de verdenking op foetale verbloeding, waarvoor zij een transfusie kreeg.

De baby werd overgeplaatst naar de couveuse-afdeling. De diagnose luidde ernstige hypoxisch-ischemische encefalopathie met epilepsie door perinataal bloedverlies. De baby werd overgeplaatst naar een tweede ziekenhuis. Daar vond tweemaal een moreel beraad plaats. In overleg met de ouders is besloten af te zien van verdere behandeling van hun dochter. Op 11 maart 2014 is het meisje thuis overleden.

In de beslissing oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat op 1 maart 2014 vanaf 00.03 uur geen sprake meer was van een geruststellend of normaal CTG. De registratie die daarna volgde was ongeschikt om de foetale conditie te beoordelen. De aangeklaagde gynaecoloog was als achterwacht bij de ochtendoverdracht aanwezig en conformeerde hij zich (ten onrechte) aan het beleid van de voorwacht tot voortzetting om het beloop van de baring gecontroleerd af te wachten.

Het Centraal Tuchtcollege oordeelde dat de gynaecoloog als hoofdbehandelaar een grotere rol had dan alleen die een achterwacht toekomt bij het bepalen van het beleid. Hij was aanwezig bij de ochtendoverdracht en kon zich een zelfstandig beeld vormen van het beleid. De gynaecoloog had als hoofdbehandelaar naar voren moeten stappen.

Naar het begin van het artikel

Dit artikel is geschreven door VvAA-deskundigen die zich in het kader van de VvAA-beroepsaansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering in brede zin bezighouden met het omgaan met, en het voorkomen van, klachten en claims in de zorg.

Meer weten?

Hebt u vragen of opmerkingen, dan helpen we u graag verder. Neem contact op met de juridische helpdesk: