Inloggen

Medicatie voorschrijven en verstrekken via een medische app

Regels, uitzonderingen en praktische tips

20 juni 2021 - Wanneer en hoe mag je medicatie voorschrijven en verstrekken via een medische app? Shirin Slabbers, jurist gezondheidsrecht, zet het uiteen. 

Voorbeeld - de Pilapp

Een arts heeft een ict-ontwikkelaar gevraagd een app te ontwikkelen. Via deze app kunnen vrouwen via een vragenlijst anticonceptiepillen bestellen. De arts beoordeelt aan de hand van de antwoorden of de pillen kunnen worden voorgeschreven als er geen contra-indicatie bestaat. Vervolgens geeft de arts de bestelling door aan de apotheek waarmee hij samenwerkt. De apotheek levert de bestelling thuis af.
Mag dit?
Een arts mag, op grond van de Geneesmiddelenwet, alleen online medicatie voorschrijven als de arts en de patiënt een arts-patiëntrelatie hebben én de arts over een betrouwbaar medisch dossier van de patiënt en diens medicatiehistorie beschikt. Vanwege de Covid-19-situatie zijn deze drie eisen, uitgewerkt in de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’, tot 1 september 2021 niet allemaal van toepassing.

1) De regels op een rij 

Uitzondering COVID-19 situatie op tenminste eenmaal face-to-face-contact
Volgens bovengenoemde KNMG-richtlijn wordt aan de voorwaarde van ‘een bestaande arts-patiëntrelatie’ voldaan als de arts de patiënt kent. Dit wil zeggen dat de arts en de patiënt tenminste eenmaal face-to-face-contact hebben gehad, waarbij zij zich in dezelfde ruimte bevonden en het mogelijk was een lichamelijk onderzoek te verrichten.
 
Vanwege de Covid-19-situatie maakt de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een uitzondering; tot in ieder geval 1 september 2021 is het een arts toegestaan om na een videoconsult online medicatie voor te schrijven voor een patiënt die hij nog niet eerder fysiek zag. Face-to-face-contact hoeft dus niet per se plaats te hebben gevonden in het kader van het online voorschrijven van medicatie. ‘De patIënt kennen’ impliceert wel dat de arts op de hoogte is van de actuele gezondheidsstatus is van de patiënt.

Actuele medicatiegeschiedenis paraat

De voorschrijver moet toegang hebben tot het actuele medicatieoverzicht (inclusief allergieën) van de patiënt. Daarnaast dient de voorschrijver de hoofdbehandelaar en/of de huisarts van de patiënt te informeren (tenzij de patiënt hiertegen bezwaar maakt). De arts moet op het moment van voorschrijven ook beschikken over de actuele medicatiegeschiedenis van de patiënt. Bijvoorbeeld via de huisartswaarneemgegevens of de medicatie-overzichten van de apotheek binnen een digitaal uitwisselingssysteem.

Ook moet er voldoende betrouwbare en relevante informatie zijn om eventuele contra-indicaties voor de beoogde medicatie uit te sluiten. Er mag op basis van de beschikbare informatie, en met oog op de in te zetten medicatie, geen aanleiding zijn om een (aanvullend) lichamelijk of ander onderzoek te verrichten. Vanzelfsprekend moet de arts ook bij online voorschrijven de patiënt voldoende informeren over gebruik en eventuele bijwerkingen van het medicijn.
Hoe zit dit met herhaalrecepten?
Al deze voorwaarden zijn ook van toepassing op herhaalrecepten. In aanvulling daarop stelt de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ de volgende voorwaarden:
  • de arts heeft voldoende relevante informatie om te beoordelen of een herhaling van het recept noodzakelijk en/of wenselijk is
  • voor verstrekking van een herhaalrecept is geen aanvullend lichamelijk onderzoek nodig
  • de patiënt wordt geattendeerd op de mogelijkheid eventuele bijwerkingen of veranderingen in de gezondheidstoestand sinds de laatste uitgifte van het recept te melden bij de arts.

Eisen e-consult in acht nemen
Behalve bovenstaande specifieke voorwaarden moet een arts die online medicatie wil voorschrijven, de eisen in acht nemen die gelden voor alle e-consulten. Dit zijn consulten waarbij een patiënt via een digitaal medium persoonlijk medisch advies krijgt en/of antwoord op een vraag. 

2) Praktische tips

Voor samenwerking met apotheek
Een medische app waarmee medicatie kan worden besteld, moet ook voldoen aan de regelgeving voor apothekers. Het is belangrijk om hier al rekening mee te houden tijdens de ontwikkeling van de app.

  • KNMP-richtlijn ‘Online farmaceutische zorg- en dienstverlening
Als een apotheker online medicatie wil verstrekken, zijn de aanbevelingen in de KNMP-richtlijn ‘Online farmaceutische zorg- en dienstverlening’ leidend. In deze richtlijn staan normen voor apothekers voor online verstrekking van geneesmiddelen. De apotheker moet per patiënt inschatten of de online verstrekking van het voorgeschreven geneesmiddel verantwoord is. Daarvoor is de apotheker persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk.

  • Regels voor aanbieders webwinkel
Online aanbieders van geneesmiddelen moeten zich aanmelden bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG), een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Zij moeten ook (de Nederlandse versie van) een Europees logo op hun site tonen dat linkt naar de officiële website aanbiedersmedicijnen.nl van CIBG. Deze verplichtingen gelden alleen voor aanbieders met een webwinkel en niet voor apotheken die andere online diensten aan patiënten aanbieden, bijvoorbeeld het digitaal inleveren van een recept.

Voor samenwerking met de ict-ontwikkelaar
  • Laat vooraf aan de ontwikkeling een regelgevingscheck doen
Voordat een arts of andere initiatiefnemer een ict-ontwikkelaar vraagt een app te ontwerpen en samenwerkingsovereenkomsten te sluiten (bijvoorbeeld met een apotheek), is het raadzaam zijn idee voor te leggen aan een juridische expert die beoordeelt of aan de regelgeving wordt voldaan, of wat nog nodig is om dit te realiseren.

Dit artikel is geschreven door VvAA-deskundigen die zich in het kader van de VvAA-beroepsaansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering in brede zin bezighouden met het omgaan met, en het voorkomen van, klachten en claims in de zorg.

Meer weten?

Hebt u vragen of opmerkingen, dan helpen we u graag verder. Neem contact op met de juridische helpdesk: