Interview Maureen Bisognano – CEO van het Amerikaanse Institute of Health Improvement (IHI)

09-03-2012 Bart Kiers

Maureen Bisognano (59) is al haar hele loopbaan voorvechter van verbetering van de gezondheidszorg. Sinds 2010 is ze CEO van het Amerikaanse Institute of Health Improvement (IHI), in 1989 begonnen als een initiatief van enkele bevlogen Amerikaanse artsen en wetenschappers om de Amerikaanse gezondheidszorg te verbeteren. Inmiddels wordt de IHI door velen gezien als de meest invloedrijke aanjager van vernieuwing en verbetering van de gezondheidszorg. Want zoals het een instituut van de wereldleider betaamt houdt de missie van IHI niet op bij de eigen landgrenzen. In ruim twee decennia is een internationaal netwerk ontstaan met vertakkingen op alle continenten.

Persoonlijke motivatie

In een vraaggesprek tijdens de IHI-conferentie vertelt Bisognano over haar persoonlijke motivatie om de zorg te verbeteren. Ze is de oudste van negen kinderen. Als haar familie samenkomt, zijn er 39 mensen. “Vorig jaar vertelde ik bij zo’n samenkomst dat we eigenlijk met 40 man hadden moeten zijn. Het eerste kind van mijn oudste zus is namelijk als baby overleden. Robbie was het eerste kleinkind van mijn ouders. Een prachtige gezonde baby. Bij zijn tweemaandelijkse controle zei de huisarts dat hij zich prima ontwikkelde. Hij kreeg zijn eerste DTP-prik. Bij thuiskomst zag mijn zus een rode plek waar de injectie in de arm was gegaan. Robbie kreeg koorts en ademhalingsproblemen. Ze ging meteen terug naar de huisarts, die haar direct doorstuurde naar het ziekenhuis. Robbie verbleef een week in kritieke toestand op de intensive care. Maar als door een wonder herstelde hij.”

Bij zijn volgende controle was Robbie, toen 4 maanden oud, volgens de dokter weer in perfecte conditie, vervolgt Bisognano haar verhaal. “De huisarts wilde hem zijn tweede DTP-prik geven, waarop mijn zus hem eraan herinnerde wat er vorige keer was gebeurd. Maar de dokter was dat vergeten.”

Het was dezelfde dokter?

“Inderdaad. En toen mijn zus zei dat haar zoontje na de DTP-prik op de ic was beland, zei hij dat dit er niets mee te maken kon hebben. Toch gaf hij voor de zekerheid een halve dosis. Een etmaal later was Robbie overleden. Ik was destijds verpleegkundige en mijn zus stelde mij na dit drama drie vragen die mijn inzichten over mijn werk totaal veranderden. In de eerste plaats wilde ze weten hoe het kon dat haar huisarts niets wist van wat er met Robbie was gebeurd in het ziekenhuis. Hoe kon het dat de huisarts niet beschikte over zijn patiëntendossier met daarin alle informatie? In die tijd, en helaas komt dit vandaag de dag nog steeds voor, was het niet gebruikelijk dat huisartsen en ziekenhuizen patiënteninformatie met elkaar delen. Hoe kon het gezondheidssysteem zo slecht zijn georganiseerd dat de route van een patiënt niet duidelijk is voor alle betrokken zorgaanbieders, vroeg mijn zus zich af.”

Wat waren haar andere vragen?

“In de tweede plaats wilde ze weten waarom de huisarts niet wist dat dat hij bij de DTP-injectie geen halve dosis mocht geven. Het was wetenschappelijk aangetoond dat dit niet goed was! Ik besefte toen dat jaarlijks duizenden wetenschappelijke studies worden gepubliceerd. Hoe kan een huisarts op de hoogte zijn van de relevante wetenschappelijke resultaten in andere delen van de wereld? We hebben een manier nodig om alle kennis over zorg te beheren en toegankelijk te maken.

Ten slotte vroeg mijn zus zich af waarom de dokter niet naar haar had geluisterd. Dat veranderde mijn instelling fundamenteel. In de talloze gesprekken die ik later met patiënten overal op de wereld heb gevoerd, komt het steeds weer terug: zorgaanbieders luisteren niet echt naar patiënten, terwijl zij hun eigen lichaam het beste kennen en weten wat ermee gebeurt. In Amerika zijn er nu dokters die voordat ze een diagnose stellen, hun patiënten vragen wat ze zelf denken dat er mis is. Vaak komt dan informatie naar voren die anders niet ter sprake was gekomen. Omdat de zorgaanbieders er vanuit gaan dat zij de deskundigen zijn en alles wel weten en omdat de patiënten geloven dat dit zo is.”

Verpleegkundigen hebben in Amerika een sterkere positie dan in Nederland. Wat is het belang van ‘nurse leadership’?

“De hiërarchische verhouding tussen artsen en verpleegkundigen belemmert informatieuitwisseling. Verpleegkundigen weten zo veel van patiënten en welke verzorging ze nodig hebben. Zonder het geluid van verpleegkundigen is de zorg niet compleet. En dat geldt ook voor apothekers en welzijnswerkers. Het is dus onvoorstelbaar dat de arts die een symptoom ziet, alleen bepaalt wat er gebeurt.

Ik heb onlangs een halve dag opgetrokken met gezagvoerder Chesley Burnett Sullenberger. Na het opstijgen van luchthaven La Guardia bij New York in 2009 had hij 208 seconden om een geslaagde noodlanding te maken in de Hudson-rivier. Hij redde daarmee het leven van alle passagiers. Ik vroeg Sullenberger of de samenwerking tussen het cockpitpersoneel altijd al zo goed was. Hij vertelde dat vroeger de co-piloot de checklist wel naliep, maar dat de gezagvoerder daar naar eigen inzicht van kon afwijken. De co-plioot was er daardoor vooral op gericht in een goede blaadje te komen bij de gezagvoerder. Dat gebeurt nog steeds in de zorg. Verpleegkundigen hebben bijvoorbeeld een lijst met patiëntenwensen voor artsen. Maar bij de overdracht zijn ze er vooral op gericht om de dokter tevreden te stellen. We hebben ook in de zorg echt teamwerk nodig. Het is een kritische succesfactor voor veiligheid, focus op patiënten en betere medische resultaten.”

Sommige medisch specialisten kunnen heel denigrerend doen tegenover verpleegkundigen of andere medisch specialisten. Is het mogelijk om daar een einde aan te maken?

“Ik heb een foto van een patiënt in een ziekenhuis in Wisconson. Om zijn bed staan een arts, een verpleegkundige en een apotheker. Zij ontvangen als team de patiënt bij zijn opname. De apotheker leidt de bijeenkomst. Hij vertelt de patiënt wat ze van plan zijn en nodigt de patiënt en eventuele naasten uit om het plan aan te passen. Bijvoorbeeld: ‘We geven je nu pijnstillers en verwachten dat de pijn om 4 uur vanmiddag weg is. Dan halen we je uit bed en lopen een paar keer de gang op en neer. Om 5 uur krijg je eten. Om 6 uur sturen we je dan naar radiologie.’ Als de familie of de patiënt het anders wil, passen ze de planning aan. Het blijkt dat patiënten door deze werkwijze eerder naar huis kunnen. Het ziekenhuis heeft de ligduur met 25 procent teruggebracht. Doordat ze allemaal bij de intake aanwezig zijn, worden communicatieproblemen voorkomen. Deze manier van werken als team is dus sneller, goedkoper en geeft betere medische resultaten.

Toen ik de foto in Harvard liet zien waar ik ’s zomers les geef, stond een jonge medisch specialist op en zei dat hij er de kriebels van kreeg. Hij bracht naar voren dat hij langer heeft gestudeerd dan de apotheker en de verpleegkundige. Daarom zou hij geen deel moeten uitmaken van dat team. De uitdaging voor ons is om de cultuur op de opleidingen van artsen te veranderen. Hiërarchie is ziekmakend en belemmert goede zorg.”

Loopbaan Maureen Bisognano

  • Bisognano begon haar loopbaan in 1973 als verpleegkundige in het kinderziekenhuis Quincy Hospital. Van 1981-1982 was ze daar directeur van alle verpleegkundigen, daarna directeur patiëntenzorg en van 1986-1987 als algemeen directeur.
  • IHI-oprichter Donald Berwick heeft Bisognano in 1995 gescout als chief operating officer voor IHI.
  • Daarvoor zat ze in het bestuur van het Juran Institute, waar ze beleidsmakers en bestuurders adviseerde over strategie en kwaliteitsverbetering, en het Massachusetts Respiratory Hospital in Braintree.
  • Sinds 1990 heeft ze deel uitgemaakt van het bestuur van the Massachusetts Hospital Association, the Lean Enterprise Institute, the National Initiative for Children’s Health Care Quality, the Center for Health design, the American Society for Quality, en de National Center for Healthcare Leadership.
  • Bisognano geeft sinds 1997 les aan Harvard School of Public health.
Auteur: Bart Kiers
Eerder verschenen in Zorgvisie Executive.

Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.