Inloggen

Hoofdbehandelaar: wie is het en wat houdt het in?

16 april 2020 - Kortgeleden nam een regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg (RTG) weer een beslissing rondom het 'hoofdbehandelaarschap'.1 In deze zaak staat een chirurg genoemd als hoofbehandelaar in het medisch dossier van een patiënt, terwijl het zeker is dat de chirurg op geen enkele manier betrokken was bij de behandeling en ingreep van de patiënt. De vraag is dan ook of deze arts ‘hoofdbehandelaar’ genoemd mag worden.

Wat is een hoofdbehandelaar?

Vanaf 2007 spreekt het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) over de term ‘hoofdbehandelaar’, terwijl deze term niet in de wet voorkomt.Sinds die tijd is het vaste tuchtrechtelijke jurisprudentie dat het de taak is van de hoofdbehandelaar om de regie tijdens het behandeltraject te bewaken. Dat wil zeggen dat de hoofdbehandelaar ervoor zorgt dat de acties van alle hulpverleners op elkaar zijn afgestemd. Ook is de hoofdbehandelaar het aanspreekpunt voor de patiënt en zijn familie.3
  
Het CTG heeft dit in de beslissing van 1 april 2008 als volgt omschreven:

“De regie houdt in het algemeen in dat de hoofdbehandelaar:

  1. Ervoor zorg draagt dat de verrichtingen van allen die in een of meer van de genoemde fasen beroepshalve bij de behandeling van de patiënt betrokken zijn – en dus ook zijn eigen verrichtingen –, op elkaar zijn afgestemd en zijn gecoördineerd, in zoverre als een en ander vereist is voor een vakkundige en zorgvuldige behandeling van de patiënt, en tijdens het gehele behandelingstraject voor hen allen het centrale aanspreekpunt is;

  2. Voor de patiënt en diens naaste betrekkingen ten aanzien van informatie over (het verloop van) de behandeling het centrale aanspreekpunt vormt.
Meer in het bijzonder zal de regievoering door de hoofdbehandelaar ten minste moeten inhouden dat hij:

  1. Door adequate communicatie en organisatie de voorwaarden en omstandigheden heeft geschapen waaronder een operatie [de behandeling] verantwoord kan worden uitgevoerd met vermijding van complicaties;

  2. De betrokken specialisten in staat heeft gesteld op hun vakgebied een deskundige bijdrage te leveren aan een verantwoorde behandeling van de patiënt;

  3. In de mate die van hem als arts [beroepsmatig] mag worden verwacht alert is geweest op aspecten van de behandeling die mede liggen op andere vakgebieden dan het zijne en zich over die aspecten heeft laten informeren door de specialisten op die andere vakgebieden, zo tijdig en voldoende als voor een verantwoorde behandeling van de patiënt vereist is;

  4. Toetst of de door de betrokken specialist(en) [zorgverleners] geleverde bijdragen aan de behandeling van de patiënt met elkaar in verhouding zijn en passen binnen zijn eigen behandelplan en in overeenstemming hiermee ervoor heeft zorg gedragen dat de bij de verschillende specialisten [zorgverleners] ingewonnen adviezen zijn opgevolgd;

  5. In overleg met de desbetreffende bij de behandeling betrokken specialisten en andere zorgverleners erop toeziet dat in alle fasen van het behandelingstraject dossiervoering plaatsvindt die voldoet aan de daaraan te stellen eisen;

  6. De hoofdbehandelaar de patiënt en diens naaste betrekkingen voldoende op de hoogte heeft gehouden van het beloop van de behandeling van de patiënt en hun vragen tijdig en adequaat beantwoordt."

Het CTG merkt wel op dat de hoofdbehandelaar tijdens het behandelingstraject niet verantwoordelijk is voor de uitgevoerde verrichtingen van specialisten die buiten het terrein liggen waar de hoofdbehandelaar als specialist werkt. Voor die verrichtingen blijven de andere specialisten zelf volledig verantwoordelijk.4

In 2010 publiceerde een aantal veldpartijen de handreiking ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg'.5 In deze handreiking zijn de eisen rondom het hoofdbehandelaarschap weergegeven. 

Het CTG heeft in latere jurisprudentie benadrukt hoe belangrijk het is dat de hoofdbehandelaar toeziet op goede dossiervoering.6 Ook is in latere jurisprudentie door het CTG geoordeeld dat de hoofdbehandelaar zijn taken meestal niet kan uitvoeren zonder rechtstreeks contact met de patiënt. Hierbij moet het voor de patiënt op z’n minst duidelijk zijn op welke manier hij met de hoofdbehandelaar in contact kan komen.7 Ook moet de hoofdbehandelaar naar het oordeel van het CTG kunnen uitleggen wat het hoofdbehandelaarschap inhoudt, wanneer daar naar gevraagd wordt.8 Het CTG is bovendien van oordeel dat een hoofdbehandelaar zijn taken niet te beperkt mag inkleuren.9

Uit de jurisprudentie van het CTG blijkt ook dat er tijdens een behandeling steeds maar één hoofdbehandelaar is. Gedurende het behandeltraject kan er wel een wisseling van het hoofdbehandelaarschap optreden.10

Het RTG oordeelt in de zaak van de chirurg – gezien de eisen die volgen uit de jurisprudentie rondom het hoofdbehandelaarschap – terecht dat de chirurg niet kan worden beschouwd als de hoofdbehandelaar. De chirurg was weliswaar aanspreekpunt en supervisor voor artsen in opleiding tot chirurgie, maar was niet belast met de regievoering of het optreden als aanspreekpunt voor de patiënt en zijn naasten.

Uit het voorgaande blijkt dat een hoofdbehandelaar aan redelijk wat eisen moet voldoen. Het is dan ook belangrijk om je als zorgverlener te realiseren wat er van je wordt verwacht als je de hoofdbehandelaar bent. Ook is het van belang dat voor de betrokken zorgverleners duidelijk is wie de hoofdbehandelaar is. Instellingen doen er goed aan om intern te zorgen voor een richtlijn of protocol rondom het hoofdbehandelaarschap. Niet zelden blijkt dat daar onduidelijk over bestaat bij zorgverleners, met alle gevolgen van dien. 

1. Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag, 10 maart 2020, ECLI:NL:TGZRSGR:2020:47.
2. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 25 januari 2007, 2006/008, GJ 2007/44.
3. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 1 april 2008, 2007/037, GJ 2008/83.
4. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 1 april 2008, 2007/037, GJ 2008/83, r.o. 5.3.2 en 5.3.3.
5. Handreiking “Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de Zorg”, KNMG et al, 26 januari 2010.
6. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 11 december 2014, ECLI:NL:TGZCTG:2014:384.
7. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 20 november 2018, ECLI:NL:TGZCTG:2018:303.
8. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 2 februari 2017, ECLI:NL:TGZCTG:2017:53.
9. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 21 juni 2016, ECLI:NL:TGZCTG:2016:232.
10. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 21 juni 2016, ECLI:NL:TGZCTG:2016:232.

Over de auteur

Advocaat Caroline van der Kolk-Heinsbroek | VvAA

Caroline van der Kolk-Heinsbroek

Advocaat


Mijn expertises:

Gezondheidsrecht

Aansprakelijkheidsrecht


Als je blijft doen wat je deed, blijf je krijgen wat je kreeg (Albert Einstein)


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  06 - 20 81 89 44

contactformulier  Stuur uw bericht

Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email