22-08-2014 Arie Kreule, senior specialist ondernemingsrecht

In bijna elk algemeen ziekenhuis bereiden de huidige collectieven van vrijgevestigd medisch specialisten, meestal een stafmaatschap, nu een Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB) voor. Bij elke MSB horen afspraken over de omgang met geschillen. Met een geschillenregeling zorgt u dat ruziënde partijen het over de afhandeling van een conflict wél eens zijn.

Eerder dit jaar kwam een geschil tussen een maatschap KNO en het bestuur van de stafmaatschap voor het Scheidsgerecht Gezondheidszorg terecht. Wat was de uitkomst?

Het geschil

De maatschap KNO gaf aan uit 3 fte te bestaan. Bij de controle van dit aantal stelde het bestuur van de stafmaatschap dit aantal bij naar 2,7, op basis van een leidraad van de OMS. Maten legden in een vergadering vervolgens de winstdeling vast. De maatschap KNO kreeg een winstaandeel dat op 2,7 fte was gebaseerd. Dit leidde tot discussies over een nieuw uit te voeren benchmark, waar ze niet uitkwamen. In de lijn van de geschillenregeling kwam de kwestie voor het Scheidsgerecht Gezondheidszorg terecht.
Arbiters: leden niet altijd gebonden aan besluiten van de stafmaatschap

Als leden van de stafmaatschap zijn medisch specialisten in beginsel gebonden aan besluiten van de stafmaatschap. Het bindt de leden niet wanneer een besluit:
  • essentiële formele gebreken heeft;
  • naar inhoud strijdig is met de wet;
  • of de stafmaatschapsovereenkomst niet redelijk en billijk blijkt te zijn en daardoor onaanvaardbaar.
In deze gevallen kan een maatschap een (scheids)rechter betrekken om de rechtsgeldigheid van besluiten te betwisten. Gaat het om ‘niet redelijk en billijk’, dan houdt het Scheidsgerecht een zeer terughoudende toetsing. Immers, gaat de KNO-maatschap meer verdienen, dan voelen de andere maatschappen in het ziekenhuis dat direct in hun portemonnee: zij ontvangen dan een kleiner aandeel.

Uitspraak: wél gebonden aan dit besluit

Het Scheidsgerecht concludeerde dat de stafmaatschap de OMS-leidraad goed had uitgelegd. Het geschil was niet dat de ‘vaste’ inroostering van de leden van de maatschap voor patiëntgebonden werk voor elk van hen op vier dagen (acht dagdelen) is geconcentreerd. De OMS-leidraad laat geen andere uitleg toe dan die van de stafmaatstap.

De (onweersproken) hoge productie van de maatschap is in algemene, en met de leidraad niet onverenigbare, zin verdisconteerd in de benchmark met andere KNO-artsen in Nederland. Dit geldt ook voor het gegeven dat zij op de dagen waarop één van hen niet ‘vast’ is ingeroosterd, zo nodig beschikbaar zijn voor multidisciplinaire werkzaamheden, patiëntgebonden aard of niet.

Zij hebben niet, bijvoorbeeld aan de hand van agenda’s of op andere wijze, aangetoond dat die beschikbaarheid in de praktijk structureel en onmiskenbaar zeer intensief is, of op zijn minst zo intensief dat zij eigenlijk als ‘fulltimer’ geregistreerd zouden moeten staan.

De vordering van de maatschap wordt daarom afgewezen.

Het volledige arbitrale vonnis leest u hier.

Meer informatie
Hebt u vragen over de besluitvorming en/of geschillen daarover binnen de stafmaatschap of een andere organisatie van zorgprofessionals? Neemt u dan contact op met VvAA juridische dienstverlening of belt u met de juridische helpdesk.


Arie Kreule Arie Kreule werkt bij VvAA consultants in de gezondheidszorg als senior specialist ondernemingsrecht.








Geschillenregeling voor maatschappen

Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.