Inloggen

Geen arbeid, toch loon?

12 maart 2020 - Tot voor kort was een bekende hoofdregel in het arbeidsrecht: ‘geen arbeid, geen loon’. Op 1 januari 2020 nam de wetgever afscheid van deze regel.

Oude recht: in beginsel geen recht op salaris

Onder het oude recht betekende ‘geen arbeid, geen loon’ dat een werknemer die zijn werkzaamheden niet deed, geen recht had op salaris. Bijvoorbeeld een werknemer die in hechtenis zat, of niet of te laat kwam opdagen. 

Natuurlijk waren er uitzonderingen op deze hoofdregel. Zo bestond er wel recht op salaris als het niet werken in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoorde te komen. Denkt u aan ziekte, verlof of wanneer er niet genoeg werk was. Maar in principe had een werknemer dus geen recht op salaris, tenzij…

Nieuw recht: in beginsel recht op salaris

Bij ziekte, verlof of onvoldoende werk moet ook onder het nieuwe recht de werkgever gewoon salaris betalen. Er lijkt dus weinig veranderd, maar in de verdeling van de bewijslast zien we toch een belangrijke wijziging. 

Eerder was het de werknemer die moest bewijzen dat hij, ondanks het niet werken, wel recht had op salaris. Bijvoorbeeld bij een meningsverschil over of het om een oorzaak ging die voor rekening van de werkgever moest komen (zoals een verlofdag).

Na de wetswijziging van 1 januari 2020 is de werkgever verplicht het salaris te betalen als de werknemer niet of gedeeltelijk niet werkt. Kan de werkgever aantonen dat de redenen waarom de werknemer niet werkt in redelijkheid voor rekening van de werknemer moeten komen, dan hoeft de werkgever geen salaris te betalen. Bijvoorbeeld wanneer een werknemer langer op vakantie blijft dan afgesproken. 

Kortom, in beginsel is het salaris wel verschuldigd, tenzij… 

Met deze nieuwe hoofdregel is de bewijslast dus verschoven van de werknemer naar de werkgever.

Belangrijk bij verstoorde arbeidsrelatie

Vooral bij een verstoorde arbeidsrelatie kan deze omkering van bewijslast nog wel eens belangrijk zijn. Want als een werknemer niet kan werken vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en de werknemer en werkgever elkaar ervan beschuldigen de oorzaak te zijn van die verstoring, ligt de bewijslast vanaf nu bij de werkgever. Hij moet aantonen dat het niet verrichten van de arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer moet komen. 

Dat zal geen makkelijke kwestie zijn. Ik vermoed dat werkgevers daardoor in dit soort situaties eerder bereid zijn het salaris door te betalen, ondanks dat er niet gewerkt wordt.
 

Over de auteur

Jurist Miriam Ruijters | VvAA

Miriam Ruijters

Ik ben pas tevreden als u dat bent!


Mijn expertises: 

Arbeidsrecht

Ambtenarenrecht


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  030 247 49 99

contactformulier  Stuur uw bericht

Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email