Inloggen

Geen aantasting medisch beroepsgeheim

Omstreden wetsvoorstel van de baan

20 mei 2019 - Afgelopen week is naar buiten gekomen dat het wetsvoorstel (33980 wijziging Wet marktordening gezondheidszorg) is ingetrokken. Dit plan werd in 2016 door de Tweede Kamer goedgekeurd, waarna de Eerste Kamer aan zet was. Deze verwees weer terug naar de Tweede Kamer.

VvAA nam uitdrukkelijk stelling en riep op om het voorstel te verwerpen. Dit onder meer omdat het voorstel naar mening van VvAA in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). VvAA is van mening dat het medisch beroepsgeheim een zeer belangrijk fundament vormt in de relatie tussen patiënten en zorgverleners, en dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met het geven van mogelijkheden aan private partijen zoals zorgverzekeraars om medische dossiers in te zien zonder toestemming van patiënten. 

Er wordt nu door de minister aan een nieuw wetsvoorstel tegen zorgfraude gewerkt, waarbij meer oog is voor de privacy van patiënten. Zo zullen patiënten, in principe, vooraf moeten worden geïnformeerd als het noodzakelijk is dat in hun medisch dossier moet worden gekeken. Ook zullen meer waarborgen worden ingebouwd om de onafhankelijkheid en professionaliteit van de medisch adviseur van de zorgverzekeraar die inzage in privacy gevoelige informatie krijgt, te kunnen garanderen en de veiligheid van deze gegevens te bewaken.

Waarom kreeg het wetsvoorstel geen steun?

Het wetsvoorstel maakte mogelijk dat in het kader van fraudebestrijding, het medisch beroepsgeheim volledig kon worden opgeheven. Dit zonder dat patiënten daar over hoefden te worden geïnformeerd. Op dit moment moet in het geval er geen enkele relatie met een zorgverzekeraar bestaat, de zorgverzekeraar zich rechtstreeks tot de patiënt wenden wanneer in het kader van een onderzoek  inzage in privacygevoelige informatie is vereist. Een zorgverlener mag die informatie dan niet zonder gerichte toestemming van de patiënt verstrekken. Zodoende bestaat voor een patiënt de mogelijkheid zijn eigen privacy te bewaken. Dat is overigens anders voor patiënten die via de polisvoorwaarden hebben ingestemd met inzage in het medisch dossier door zorgverzekeraars, iets wat bij veel naturaverzekeringen standaard in de polisvoorwaarden staat. 

Kritiekpunt is dat het wetsvoorstel niet in de mogelijkheid voorzag om te kunnen toetsen of een zorgverzekeraar aan de wettelijke voorwaarden voor inzagebevoegdheid voldeed. En of zodoende bijvoorbeeld een voldoende gerechtvaardigd vermoeden van fraude aanwezig was. Zorgverleners zouden daarmee bij gegevensverstrekking het risico lopen dat zij zich schuldig zouden maken aan schending van hun beroepsgeheim zonder wettelijke grondslag.

Bovendien zouden zij onder druk komen te staan om de zorgverzekeraars inzage te geven, vanwege de afhankelijkheid van de zorgverzekeraar en de vrees voor maatregelen. Verder zou door het wetsvoorstel de vertrouwensrelatie tussen zorgverlener en patiënt in het gedrang komen, waardoor ook het medisch beroepsgeheim verder zou worden ingeperkt.
 
Belangrijkste vaststelling is, dat de noodzaak van een dergelijke grote inbreuk met het betreffende wetsvoorstel niet voldoende was onderbouwd. Als bij uitzondering inbreuk op het medisch beroepsgeheim moet worden gemaakt, dan moet de proportionaliteit en subsidiariteit van die inbreuk aantoonbaar zijn afgewogen.

Het beroepsgeheim prevaleert! Gelukkig heeft de minister dan ook gehoor gegeven aan de oproep van VvAA het wetsvoorstel in te trekken.
 
Wij houden u op de hoogte.


Over de auteurs

VvAA | mr. Katrijn van Berkum en mr. Timo van Oosterhout
mr. Katrijn van Berkum en mr. Timo van Oosterhout zijn werkzaam bij Stichting VvAA rechtsbijstand.

Aanmelden nieuwsbrief | VvAA

Op de hoogte blijven

Vindt u dit artikel interessant? Meld u dan aan voor onze e-mailservice. Daarmee blijft u op de hoogte van meer zaken die u persoonlijk én beroepsmatig raken.