Inloggen

Artsen en ziekenhuizen aansprakelijk voor schade door gebruik hulpmiddelen?

Twee recente uitspraken door de Hoge Raad

21 juli 2020 - Op 19 juni 2020 verschafte de Hoge Raad in twee zaken duidelijkheid over de vraag of een arts en een ziekenhuis aansprakelijk zijn voor schade die patiënten lijden als gevolg van hulpmiddelen die worden gebruikt bij de uitvoering van de behandelovereenkomst. 

Zaak 1: Oogoperatie met micragelplombe

In deze zaak staat een oogoperatie in 1992 centraal. Hier gaat het om een patiënt die tijdens een oogoperatie een kussentje (een ‘micragelplombe’) in het oog krijgt ingebracht. Hiermee wordt het netvlies aangedrukt.

Tien jaar na de operatie klachten

Ruim tien jaar na de operatie krijgt de patiënt klachten. Later blijken die klachten een gevolg van de micragelplombe. De patiënt stelt het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade.

Rechtbank, Hof en Hoge Raad oordelen verschillend

De rechtbank oordeelt dat de micragelplombe ongeschikt blijkt voor het beoogde doel. Volgens de rechtbank voerde het ziekenhuis de behandelovereenkomst niet goed uit: het ziekenhuis schoot tekort in de nakoming van de behandelovereenkomst met de patiënt. De tekortkoming wordt niet aan het ziekenhuis toegerekend. Het ziekenhuis kon in 1992 niet weten van het gebrek van de micragelplombe die destijds ‘state of the art’ was. De rechtbank wijst de vordering van de patiënt dus af.

In hoger beroep denkt het Hof daar anders over. Het Hof concludeert dat de miragelplombe ongeschikt is omdat het gebruik van dit hulpmiddel complicaties kan geven. Daaraan doet volgens het Hof niet af dat de plombe ten tijde van de operatie ‘state of the art’ was en dat de artsen van het ziekenhuis toentertijd niet wisten van de mogelijke complicaties. De ongeschiktheid van de plombe ligt volgens het Hof in de risicosfeer van het ziekenhuis. Dit omdat de oogartsen voor dit hulpmiddel kozen, zonder dat de patiënt op de keuze daarvan invloed had. Ook weegt het Hof mee dat de patiënt schade opliep die hij niet kan verhalen op de producent. Dat kan wel op het ziekenhuis, die is daarvoor verzekerd.    

De Hoge Raad is het daar niet mee eens en oordeelt anders. Zij trekt de vergelijking met een behandeling die op enig moment naar gangbare inzichten de meest juiste kan zijn, maar op een later moment als gevolg van nieuwe medische inzichten niet langer als ‘state of the art’ wordt beoordeeld. De Hoge Raad oordeelt dat als bij een geneeskundige behandeling een hulpmiddel in het lichaam van de patiënt wordt aangebracht dat op dat moment ‘state of the art’ is, en jaren later niet langer geschikt wordt bevonden voor de behandeling, dit niet betekent dat het gebruik daarvan jaren eerder als tekortkoming moet worden aangemerkt. De Hoge Raad verwijst de zaak naar een ander hof. Dat zal de zaak opnieuw moeten beoordelen.

Zaak 2: Borstimplantaten PIP

De andere zaak draait om borstimplantaten van het merk PIP, die in de periode 2000 tot 2010 wereldwijd veel werden gebruikt. Zo ook bij een patiënt die jaren eerder al twee operaties aan haar borst had ondergaan. In het jaar 2000 werd één van de implantaten zonder overleg met de patiënt vervangen door een PIP-implantaat. 

Jaren na operatie: klacht gebrekkig implantaat 

Jaren later krijgt deze patiënt klachten en blijkt sprake van een gebrekkig implantaat, omdat het een verhoogde kans op lekken en scheuren had. Ook deze patiënt stelt het ziekenhuis aansprakelijk. De rechtbank wijst de vordering af omdat het ziekenhuis ten tijde van de ingreep niet bekend was, en ook niet kon zijn, met de gebreken die aan het implantaat kleefde. 

Rechtbank en Hof wijzen vordering op ziekenhuis af

In hoger beroep heeft het Hof een prejudiciële1 vraag voorgelegd aan de Hoge Raad. Dit om meer duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of het ziekenhuis aansprakelijk is voor de schade die de patiënten als gevolg van de implantaten hebben geleden en/of lijden. En welke omstandigheden bij het antwoord op die vraag een rol spelen. De Hoge Raad concludeert dat het ziekenhuis een implantaat heeft geplaatst dat gebrekkig is omdat het lekt of scheurt. Volgens de Hoge Raad leidt dat er normaal gesproken toe dat het ziekenhuis de behandelingsovereenkomst niet goed heeft uitgevoerd, omdat een gebrek aan een bij de uitvoering gebruikte zaak – zoals hier het implantaat – voor rekening komt van het ziekenhuis. 

In deze kwestie is het gebrek alleen niet ontstaan door de arts of het ziekenhuis, maar doordat de maker van de implantaten op grote schaal en ernstig heeft gefraudeerd. Daarom is de Hoge Raad van oordeel dat de tekortkoming in dit geval niet aan het ziekenhuis kan worden ‘toegerekend’. Het ziekenhuis is dus niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de door de fraude veroorzaakte ondeugdelijkheid van de PIP-implantaten. De Hoge Raad neemt daarbij in overweging dat het gaat om grootschalige en ernstige fraude en dat aansprakelijkheid van het ziekenhuis zal leiden tot veel, vaak grote, schadeclaims, terwijl in Nederland ziekenhuizen zich maar in beperkte mate kunnen verzekeren tegen dergelijke claims. 

Het faillissement van de producent heeft bovendien tot gevolg dat het ziekenhuis de door haar aan de patiënt vergoede schade niet op de producent kan verhalen. De Hoge Raad heeft de zaak nu verwezen naar een ander Hof voor verdere behandeling.

1: Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechtbank of een gerechtshof aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel. Daaraan kan behoefte zijn als de Hoge Raad daarover niet eerder heeft beslist. Het moet gaan om vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij een rechtbank of een hof in behandeling is en die van belang zijn voor de beslissing in (een groot aantal) andere zaken.

Conclusies en aanbevelingen gebruik hulpmiddelen 

Gebruik van een ongeschikt hulpmiddel kan aan een ziekenhuis worden toegerekend 

De hoofdregel, dat de door het gebruik van een ongeschikte hulpzaak ontstane tekortkoming aan een ziekenhuis kan worden toegerekend, blijft van kracht. Van die hoofdregel wordt in dit geval afgeweken omdat de maker het gebrek in het product heeft veroorzaakt. Het ziekenhuis kan dus geen verwijt worden gemaakt. Daarom hoeft het ziekenhuis niet de schade, die het gebrekkige product heeft veroorzaakt, te betalen. In dat geval moet er naar de producent worden gegaan. 

Patiënt altijd vooraf informeren over het hulpmiddel

De tijd zal nu moeten leren of deze weliswaar belangrijke, maar ook wel casuïstische, overwegingen van de Hoge Raad een einde maken aan een jarenlange discussie over dit onderwerp. In de praktijk doet u er goed aan om de patiënt te informeren over het te gebruiken hulpmiddel en hem of haar daarbij zo mogelijk te betrekken. 

Check hulpmiddel op heersende medische inzichten

Ook doet u er goed aan om na te gaan of het hulpmiddel naar de heersende medische inzichten geschikt is en voldoet aan de op dat moment geldende normen.
 

Over de auteur

Lenore Beij | VvAA
Lenore Beij

Lenore is in 2005 afgestudeerd en is vanaf dat moment werkzaam geweest op het gebied van het gezondheidsrecht. Zij is een betrokken advocaat die gedurende haar loopbaan goed inzicht heeft gekregen in de verschillende posities en belangen binnen de gezondheidszorg. Die ervaring stelt haar in staat zorgverleners met een praktische en menselijke insteek te helpen binnen de daarvoor geldende juridische kaders. Sinds 2019 is zij werkzaam als advocaat in loondienst bij VvAA en staat zij zorgverleners bij in geschillencommissiezaken, tuchtprocedures en civiele procedures.

Wat vindt u van dit artikel?

Laat uw gegevens achter als u interesse hebt om meer interessante artikelen over onze dienstverlening te ontvangen.

Aanmelden servicenieuws
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email