Is een concurrentiebeding in een maatschapscontract nog geldig?


16-10-2012 Arie Kreule

Ondanks het concurrentiebeding dat een orthopeed tekende toen hij in 2011 tot een maatschap toetrad, werkt hij nu in een naburig ziekenhuis. En won hij de zaak die zijn voormalige maten tegen hem aanspanden. Hoe kan dat?

Vrijwel iedere maatschapsovereenkomst kent een concurrentiebeding. Hierin is bepaald dat een maat na vertrek uit het ziekenhuis en overdracht van zijn praktijkaandeel (aan een opvolger of aan de voorzettende maten) gedurende een bepaalde periode niet meer in het adherentiegebied van het ziekenhuis mag werken. Is zo’n beding nog wel geldig? Eerder dit jaar is dit beding voorgelegd aan een kortgedingrechter.

De zaak: toetreder gaat voor een naburig ziekenhuis werken


Een orthopeed trad in 2011 toe tot een maatschap. Het eerste jaar betrof een kennismakingsperiode: beide partijen konden op korte termijn en zonder opgaaf van reden ‘van elkaar af’. De toetreder zou na vertrek gebonden zijn aan een concurrentiebeding. Hierin stond dat hij vijf jaar geen praktijk mocht uitoefenen binnen een cirkel van 20 kilometer rond het ziekenhuis. De ‘nieuwe’ orthopeed heeft de maatschap binnen de kennismakingsperiode opgezegd en ging bij een orthopedisch centrum werken dat zorg levert in een naburig ziekenhuis. De maatschap vordert nu in een kort geding naleving van het concurrentiebeding.

Juridische argumenten

Er worden over en weer diverse juridische stellingen betrokken. Van bepaalde beweringen zegt de rechter dat nader onderzoek vereist is, waarvoor een kort geding zich niet leent.

Wel concludeert de rechter uit de jurisprudentie dat een termijn van vijf jaar ‘doorgaans’ wordt geaccepteerd. Voor de geografische omvang geldt vaak het gebied dat relevant is (het adherentiegebied van het ziekenhuis). Ook wordt ingebracht dat medisch specialisten hoogopgeleid zijn. Daarnaast zijn de betrokkenen bij de afspraken bijgestaan door adviseurs. Hierdoor mag er van worden uitgegaan dat ook de nieuwe orthopeed de reikwijdte van het beding heeft overzien. Dus moest hij er redelijkerwijze rekening mee houden dat de maatschap er een beroep op kon doen.

Echter: de maatschap had de verwachting gewekt dat de toetreder zich zou kunnen specialiseren in de wervelkolomchirurgie. Dit bleek in de praktijk (en dat geldt voor de hele maatschap) niet haalbaar. De orthopeed zou zich in het orthopedisch centrum / het naburige ziekenhuis wel voor een aanzienlijk deel richten op de wervelkolomchirurgie. En daarmee dus niet concurreren met de maatschap.

Het vonnis

De rechter concludeert dat waar de maatschap de nieuwe orthopeed niet de mogelijkheden heeft kunnen bieden waar hij op mocht rekenen, het hem niet kwalijk kan worden genomen dat hij zijn heil elders (en dichtbij) heeft gezocht.

Kortom, de rechter had met het concurrentiebeding an sich geen moeite maar bepaalde dat het onder de specifieke omstandigheden niet redelijk was om er een beroep op doen. Het hele vonnis is na te lezen op rechtspraak.nl.

Arie KreuleArie Kreule werkt bij VvAA Rechtsbijstand.





Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.