BNR-zorgdebat over medische fouten druk bezocht

15-12-2011 Redactie VvAA

Driekwart van de medici begaat wel eens een misser. Dat blijkt uit VvAA's trendonderzoek over medische fouten onder bijna 1.000 eerste- en tweedelijns zorgprofessionals. Na een weekend vol media-aandacht voor de onderzoeksresultaten barstte op maandagavond 31 oktober het BNR-debat over dit onderwerp los op het VvAA hoofdkantoor in Utrecht. Presentatrice Harmke Pijpers leidde het gesprek.

Aan de volle zaal is merkbaar dat het onderwerp ‘Medische fouten’ leeft. Niet onlogisch, gezien de verstrekkende gevolgen die een misser in de medische sector kan hebben. Jaarlijks worden 1,3 miljoen mensen in het ziekenhuis opgenomen, waarvan 5,7 procent te maken krijgt met schade tijdens de behandeling. Schade die in zo’n 40 procent van de gevallen voorkomen had kunnen worden. Een patiënt die hiervan de dupe is, voelt zich dubbel getroffen als de dienstdoende arts ontkent dat er een fout is gemaakt. Waarom zijn artsen niet altijd open over wat er misgaat, en wat zou hen uitnodigen meer naar buiten te treden?

Aangeschoven om hierover mee te praten, zijn:
  • Matthijs Buikema, auteur van ‘Onder zeil, constructie van een medische fout’ en ‘Dit nooit meer’ waarin artsen over hun fouten vertellen.
  • Agatha Hielkema, juriste bij de sectie tuchtrecht bij VvAA rechtsbijstand.
  • Klaas Mollema, plaatsvervangend voorzitter van het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
  • Ivo Sindram, advocaat bij De Mul Zegger, die zowel zorgprofessionals als patiënten bij medische fouten bijstaat.

Openheid

Pijpers opent het gesprek. “Kan een arts claims voorkomen door zo open mogelijk te zijn?”, is haar eerste vraag. Het panel is het erover eens: ja. Sindram hoort vaak van patiënten dat een zaak niet zo hoog was opgelopen als er excuses waren aangeboden. Hielkema raadt medici altijd aan open te zijn en aan de hand van het medisch dossier te achterhalen waar het is misgegaan: de overdracht, de samenwerking, het tempo van vervolgonderzoek. Het moment dat het misging is niet altijd makkelijk te bepalen. “Opvallend genoeg verhaalt de arts vaak in lijdende vorm over de procedure: de patiënt ‘werd gestuurd’, de patiënt ‘werd voorzien van…’ Daarmee blijft onduidelijk wie, wat, wanneer precies heeft gedaan of nagelaten.”

Volgens Buikema is het niet alleen voor de patiënt helend als er openlijk wordt gepraat over procedures. “Falen heeft ook op de zorgverlener een grote impact. Het heelt om erover te praten. Toen in 2008 bekend werd dat patiënten waren geïnfecteerd door een vervuild narcosemiddel, heeft het Havenziekenhuis in Rotterdam op unieke wijze openheid vanuit de top betracht. Heel sterk was dat ze al snel hulp van buiten naar binnen brachten. Dat is ongebruikelijk in een cultuur waar zaken vaak eerst intern worden opgelost."

Het is trouwens niet altijd de arts die ervoor kiest zaken achter te houden. Sindram: “Ik ken zaken waarbij de arts open wilde zijn, maar de ziekenhuisdirectie de medicus terugfloot vanwege eventuele imagoschending." Ook de verzekeraar heeft hierin de schijn tegen, vanwege de perceptie dat hij de arts liever geen excuses hoort maken vanwege hieruit voortkomende schadeclaims. Overigens kan directeur Marjoleine van der Zwan van MediRisk, medisch aansprakelijkheidsverzekeraar, dit weerleggen. "De polisvoorwaarde waarin de verzekerde wordt verboden zich uit te laten over zijn eventuele schuld of aansprakelijkheid - omdat dit voor de verzekeraar tot een uitkeringsplicht kan leiden - is niet meer van deze tijd. Het is een hardnekkig misverstand dat artsen geen sorry mogen zeggen."

Cultuuromslag

Niettemin is nog nooit zo ruiterlijk door de beroepsgroep erkend dat er fouten worden gemaakt. Wellicht mag je zelfs spreken van een cultuuromslag, want een dergelijke zelfreflectie die uit het VvAA trendonderzoek naar voren kwam, was een aantal jaren geleden nog ondenkbaar. Mede ingegeven door het grote aantal vrouwen in de beroepsgroepen? Hoe dan ook: zoals gynaecoloog Fedde Scheele het tijdens de avond zo treffend verwoordt: “Vroeger werd je ingetraind als eenling, nu als teamlid. Dat dwingt tot een andere opstelling en intervisie.”

Twee kanten

Voor een patiënt die overtuigd is dat er een fout is gemaakt in zijn behandeling, is het niet altijd makkelijk zijn recht te behalen. Buikema: “Je moet de waarheid achterhalen en iemand een fout laten erkennen.” Mollema: “Medische fouten bestaan vaak in één-op-één-contact en dan is het in een tuchtzaak vaak het ene woord tegen het andere. Hielkema: “Medische behandelingen zijn vaak teamwerk. Dat maakt het tegelijk moeilijk om de exacte persoonlijke fout vast te stellen en dan ook nog eens het causaal verband met de gevolgen.”

Inschattingsfout

Marjan Enzlin, hoofdredacteur van Arts & Auto en voormalig psychiatrisch verpleegkundige, nam twintig jaar geleden tijdens werktijd een patiënt mee uit wandelen die vrijwillig zat opgesloten in een gesloten inrichting. Het was een inschattingsfout, de suïcidale man ontsnapte al snel aan haar oog en sprong van een gebouw, wat hem een dwarslaesie opleverde. Nog steeds raakt het haar als ze erover vertelt. De familie dreigde met persaandacht, de verzekeraar was in paniek en onderwierp haar aan een verhoor. Door veel met alle partijen te communiceren, kon het uiteindelijk worden afgehandeld. Ook daarna had ze nog contact met de familie. De patiënt is later teruggekeerd in dezelfde inrichting.

Haar persoonlijke betoog krijgt versterking van het verhaal van voormalig huisarts Gert Siemons. Die doet bij een huisbezoek aan een patiënt met pijn op de borst weliswaar keurig zijn werk, maar verwijst hem niet door naar het ziekenhuis, ondanks nadrukkelijke verzoeken van de echtgenote. Ook Siemons onderbuikgevoel zegt: insturen! De patiënt wil er niets van weten en Siemons laat het rusten. Een uur later blijkt de patiënt overleden. Het knaagt nog altijd aan hem. “Niet alles is onder controle te houden”, is wat hem betreft de dure les. Hij krijgt daarin bijval van Sindram: “Onmenselijk, de aanname dat medici foutloos door hun carrière moeten gaan.”

Grotere kans op claims voor hork

Mollema onderschrijft dat er de laatste jaren meer interesse is in tuchtzaken, dat bewijst onder meer de wekelijks besproken zaak in Medisch Contact. “De hork die steengoed opereert maakt meer kans op een claim dan een empathische, wellicht wat minder goed opererende professional.” Buikema: “Sorry zeggen is nog altijd buitengewoon moeilijk voor medici.” Ook wel begrijpelijk, omdat je het als professional gewoon goed wil doen, vindt hij.

Om fouten te voorkomen, wint het versterken van protocollen aan kracht. Aansprakelijkheidsverzekeraar voor instellingen MediRisk heeft in dat kader spectaculaire resultaten geboekt met het terugdringen van fouten bij de spoedeisende hulp (- 42%) en op de OK’s (-36%) van de aangesloten ziekenhuizen, zo stelt directeur Marjoleine van der Zwan. De tijd dat de medisch professional vrij rondfladderde door de instellingen is voorbij. En terecht. In de luchtvaart zijn ook aanzienlijke resultaten geboekt sinds piloten keurig een aantal veiligheidsprotocollen doorlopen voor elke vlucht. Natuurlijk kost dat tijd, maar niemand zal deze werkwijze willen terugdraaien. En ‘geen tijd’ zou geen excuus mogen zijn onder medisch beroepsbeoefenaren. Mollema: “In de luchtvaart zeggen we toch ook niet voor de landing: de checklist slaan we maar even over?”

Publicatie van berispingen

Bij de Tweede Kamer ligt een voorstel om berispingen die het Medisch Tuchtcollege heeft afgegeven, te publiceren. De aanwezige panelleden zijn vrijwel allen tegen. Sindram noemt het schijninformatie, omdat de patiënt er niets mee kan. Mollema: “Voor zwaardere zaken zou het prima zijn. Als medici een ontzegging hebben gekregen op bepaalde handelingen, of zelfs geschrapt zijn, dan hebben patiënten het recht dat te weten. Voor berispingen en waarschuwingen ligt dat anders. De publicatie laat namelijk niet zien om welke reden de berisping is gegeven. Dat kan ook met een slechte administratie te maken hebben en zegt weinig over de kwaliteit van zorg. Medici moeten ontspannen hun werk kunnen doen. Door publicaties creëer je een klimaat dat dat ondermijnt."

Buikema nuanceert dit en stelt dat het toevoegen van een uitleg over de berisping de informatie zinvol maakt. “Een veilige cultuur binnen de instelling is daarvoor wel cruciaal.” Ook Lode Wigersma, directeur beleid van de KNMG, is geen voorstander van het ‘schandpaaleffect’. Zijn organisatie pleit er sterk voor om de reden van berisping toe te voegen. Hoe deze regelgeving er ook uit gaat zien, het is een gegeven dat medici meer bereidheid moeten tonen om over hun fouten te spreken. Hielkema: “Artsen moeten hun vak gaan uitoefenen in het besef dat het een keer misgaat. En dan voorbereid zijn op de vraag: hoe ga ik ermee om?”

Enorme impact

Juridisch aangetoond of niet: de persoonlijke impact van een fout is uiteindelijk enorm. Natuurlijk bij de patiënt, wat ook blijkt uit het vurige pleidooi van Sophie Hankes, voorzitter van SIN-NL, een organisatie die ijvert voor de belangen van gedupeerden van medische fouten. En zoals eerder besproken bij de zorgverlener zelf. Ook al trof oud-huisarts Gert Siemons volgens de aanwezigen geen blaam, zelf blijft hij dat anders zien. “Ik had moeten afgaan op mijn intuïtie en dat heb ik toen niet gedaan. Zelf zie ik dat als nalatigheid, ook al was mijn patiënt waarschijnlijk overleden als ik hem wel had ingestuurd naar een ziekenhuis.” Het is die oprechte betrokkenheid die dit debat kleurde in alle opzichten.

Contact met VvAA

Hebt u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.