Een arts hoeft niet op de stoel van de verzekeraar te gaan zitten 

21 maart 2018 – Een patiënte die tijdens een enkeloperatie een ernstige brandwond oploopt klaagt haar chirurgen tuchtrechtelijk aan. In deze zaak staat de vraag centraal: hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van artsen in een aan­sprakelijk­heids­procedure? Daarover hebben het Regionaal Tuchtcollege en in hoger beroep het Centraal Tuchtcollege zich gebogen.

Een enkeloperatie met oscillerende zaag als boosdoener

Het voorval. Tijdens een enkeloperatie laten twee orthopedisch chirurgen een oscillerende zaag vergrendeld op het afgedekte been van een patiënte liggen. De zaag is gehuurd. Door een technisch mankement ontstaat kortsluiting en raakt de zaag oververhit. Dat veroorzaakt een ernstige brandwond op het bovenbeen van de patiënte. In de handleiding staat dat de zaag niet op het lichaam mag worden gelegd.

De chirurgen hebben de zaak direct bij de verzekeraar gemeld. Zij geven daarbij aan gehandeld te hebben volgens de aangeleerde wijze en wat in de beroepsgroep gebruikelijk is. De artsen én hun verzekeraar stellen dat de volledige schade als gevolg van het incident moet worden vergoed. Vervolgens zet de verzekeraar het proces van schadevergoeding in gang, wel zonder erkenning van de aansprakelijkheid. De patiënte is het hier niet mee eens en klaagt beide artsen aan.

Het Regionaal Tuchtcollege hanteert nieuwe norm in uitspraak

Het Tuchtcollege oordeelt dat een zaag leggen op een afgedekt bovenbeen niet zorgvuldig is. De artsen krijgen daarvoor een waarschuwing. In de uitspraak formuleert het College een nieuwe norm: een arts is ook verantwoordelijk voor de financiële gevolgen van zijn handelen. Volgens het College is deze norm geschonden. De artsen hebben nagelaten om de verzekeraar aan te spreken toen bleek dat de schade incorrect werd afgewikkeld. Omdat de norm nieuw is, zijn de artsen hierop niet aangesproken.

Patiënte gaat in hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege

In hoger beroep wordt de artsen verweten onvoldoende nazorg te hebben geboden en hun fout niet te erkennen. Daarvoor toetst het Centraal Tuchtcollege eerst de bestaande gedragsregels bij een schadeafwikkeling (de GOMA) als algemene uitgangspunten bij de beoordeling van het beroep. Het schenden van deze regels kan tot tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen leiden. Hiervan is niets gebleken. Het College oordeelt verder dat het niet tot de nazorg van de arts behoort om zich te begeven in inhoudelijke discussies over civiele aansprakelijkheid, causaliteit en schadebegroting. Van deze, strikt juridische aangelegenheden, wordt van de arts wordt geen kennis verwacht, dus geldt ook geen verplichting.

Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege onjuiste en voorbarige conclusies heeft getrokken over het niet-correct verlopen van de schadeafwikkeling. Het College oordeelt ook dat de artsen in deze zaak niet in staat waren om over de afwikkeling te oordelen.

Kortom, de arts zit niet op de stoel van de verzekeraar 

Op basis van de huidige GOMA-richtlijnen kan een arts op zijn handelen worden aangesproken nadat een incident zich heeft voorgedaan. Als onderdeel van de Wkkgz moet in dat geval de patiënt direct worden verteld wat er is gebeurd. De arts moet er ook op toezien dat een schadeclaim binnen redelijke termijn wordt afgehandeld. Van een arts kan echter niet worden verwacht dat hij op de stoel van zijn verzekeraar gaat zitten. Die kennis heeft de arts niet en hoeft hij ook niet te hebben.
 

Over de auteur

Juriste Sabine Berkhoff-Muntinga | VvAA

Sabine Berkhoff-Muntinga

Deskundig, betrokken en professioneel


Mijn expertises:

Gezondheidsrecht

Klacht- en tuchtrecht

IGZ vraagstukken


linkedin vvaa  Bekijk mijn profiel

Neem contact op met VvAA  06 - 12 74 34 98

contactformulier  Stuur uw bericht