Inloggen

Aansprakelijkheid en aan­sprake­lijk­heids­verzekering van de huisartsenpost

22 november 2019 -  In dit artikel leest u hoe de aansprakelijkheid en de aan­sprake­lijk­heids­verzekering voor huisartsenposten (HAP) is geregeld. Ook vindt u antwoorden op een aantal veelgestelde vragen. Verder leest u over de toe­komstige ont­wikkelingen van de HAP-aan­sprakelijk­heids­verzekering.


Aansprakelijkheid volgens de wet

De grote lijnen: wie is wanneer aansprakelijk?

De wet is eenvoudig. Als X een verwijtbare fout maakt waardoor Y schade lijdt, dan moet X aan Y de schade vergoeden die aan de fout is toe te rekenen. Als X die fout heeft gemaakt omdat hij als werknemer, dus in een gezagsverhouding, zijn werk deed, dan moet de werkgever de schade betalen. Als X een zelfstandige is, dan moet X de schade vergoeden.

Op een verzekering kan in principe iedereen worden meeverzekerd. Soms bieden meerdere verzekeringen dekking voor één en dezelfde gebeurtenis. De instelling (de HAP) kan bij­voorbeeld óók de zelf­standige meeverzekeren (de dienstdoende huisarts), terwijl de zelfstandige ook een eigen beroeps­aan­sprake­lijk­heids­verzekering heeft (want dat is verplicht voor zelfstandigen). Als de zelfstandige een verwijtbare fout maakt en dus vanwege de wet de schade moet vergoeden, dan zijn er twee verzekeringen die dat afdekken. Dat heet samenloop. Bij samenloop zal de eerst aangesproken verzekering/verzekeraar de claim oppakken en de volledige schade vergoeden (als er dekking is), en daarna de andere verzekeraar verzoeken om zijn aandeel in de schade aan de eerste verzekeraar te voldoen.

Bescherming van de patiënt

In beginsel staat de wet aan de kant van het slachtoffer; het is belangrijk dat u zich dat realiseert. Dus in het grijze gebied staat het belang van het slachtoffer voorop. Stel bijvoorbeeld dat de dienstdoende huisarts op de HAP evident de fout heeft gemaakt en dus de aansprakelijke partij is, maar dat deze arts géén verzekering heeft of onvoldoende verzekerd is om de patiënt schadeloos te stellen (de bekende ‘kale kip’). Dan zal de rechter welllicht oordelen dat dan (ook) de HAP aansprakelijk is. De patiënt mocht er immers op vertrouwen dat de HAP hem de nodige zorg ging leveren of er minimaal voor moest zorgen dat er geen onverzekerde artsen bij de HAP werken. Om dat risico te voorkomen, heeft een aantal HAP’s de dienstdoende huisarts volledig meeverzekerd op hun polis.

We zien de bescherming van de patiënt ook bij de Wkkgz-claims. Voor de geschillencommissie maakt het geen verschil of de claim tegen de HAP-medewerker of tegen de dienstdoende huisarts is gericht. De HAP wordt altijd verantwoordelijk gehouden; dat is wel zo overzichtelijk voor de patiënt. Daarna mogen de verzekeraars bepalen hoe de kosten en schade onderling moeten worden verdeeld. De VvAA-dekking houdt daar rekening mee. 

Zoals eerder gezegd; het moet gaan om een verwijtbare fout. ‘Fout gegaan’ is immers nog niet hetzelfde als ‘fout gedaan’. En het feit dat X aanspreekbaar wil zijn voor het slachtoffer (heel belangrijk) maakt X nog niet aansprakelijk. Wij zoeken dat goed uit. Verder moet de schade toerekenbaar zijn aan de fout. De patiënt kwam immers al ziek binnen, dus er moet worden uitgezocht in hoeverre de verwijtbare fout tot extra schade heeft geleid.

Wettelijke aansprakelijkheid van de HAP

Uit het voorgaande wordt duidelijk dat de HAP aansprakelijk is voor de schade van een patiënt als die schade het gevolg is van een verwijtbare fout door een HAP-medewerker die onder de gezagsverhouding van de HAP werkt (in de praktijk zijn dat de medewerkers in loondienst). Dit zal met name de triagist betreffen, maar het kan ook de huisarts in loondienst zijn of een andere medewerker. De HAP heeft zich tegen dit risico verzekerd.

Wettelijke aansprakelijkheid van de zelfstandige huisarts die dienst doet op de HAP

De dienstdoende arts is aansprakelijk voor de schade van een patiënt als gevolg van een verwijtbare fout door de arts. De arts is verplicht een verzekering af te sluiten, zodat deze schade aan de patiënt wordt vergoed.

Claims in het kader van de Wkkgz

Bij wet is geregeld dat de patiënt laagdrempelig kan klagen of claimen bij de geschillencommissie. De geschillencommissie mag beslissen over claims tot een maximale vergoeding van € 25.000,-.

Beroepsaansprakelijkheidsverzekering | VvAA




De auteurs


Tom Groot | VvAA
Tom Groot

senior jurist medische aansprakelijkheid


Bert Hesp

manager verzekeringstechniek


Aansprakelijkheidsverzekeringen van de HAP door VvAA

Conform verzekeringsvoorwaarden

HAP’s zijn bij VvAA verzekerd conform de verzekeringsvoorwaarden tegen schade die voortvloeit uit fouten door de (in loondienst zijnde) medewerkers. Dat geldt óók voor de Wkkgz-claims die voortkomen uit fouten door de HAP-medewerkers.

Twee varianten: secundaire en primaire dekking

Verreweg de meeste HAP’s hebben ervoor gekozen om de dienstdoende huisarts mee te verzekeren op de eigen polis. Daarin zijn twee varianten: ‘secundaire’ en ‘primaire’ dekking. Deze benamingen zorgen soms voor verwarring, dus daar gaan we in de toekomst mee stoppen. Maar in dit artikel gebruiken we ze nog even.

Aansprakelijkheid en aan­sprake­lijk­heids­verzekering van de huisartsenpost | VvAA
 
‘Secundaire dekking’


Sommige HAP’s verzekeren alleen de eigen medewerkers, met daarboven een zeer beperkte dekking voor de dienstdoende huisartsen. De beperkte dekking bestaat eruit dat de dienstdoende huisarts is meeverzekerd voor zover de eigen individuele polis van de dienstdoende huisarts tekortschiet qua verzekerde som of voorwaarden. Het dekkingsverschil tussen de polis van de HAP en de individuele polis is dan verzekerd. Die individuele polis moet er dan wel zijn, anders is er geen dekking. Dit heet een ‘secundaire dekking’ voor de dienstdoende huisarts. In de loop van de tijd is dat de ‘secundaire HAP-dekking’ gaan heten. Dat wekt de indruk alsof de HAP niet volledig is verzekerd. Maar dat is niet het geval (zie paragraaf 2.1). We gaan dit aanpassen. Inmiddels zien we nauwelijks nog huisartsen die zich onvoldoende hebben verzekerd tegen medische aansprakelijkheid. Circa 80% is bij VvAA verzekerd, dus er is steeds minder risico op een verschil in dekking tussen de verzekering van de HAP en die van de individuele arts.
 
 
‘Primaire dekking’ of ‘Paraplu-dekking’


De meest uitgebreide HAP-verzekering is dat de dienstdoende huisartsen volledig zijn meeverzekerd op de polis van de HAP, tegen dezelfde voorwaarden als voor de HAP gelden. Zowel de HAP als de dienstdoende huisarts hebben dan dezelfde dekking. En om het onderscheid aan te geven ten opzichte van de ‘secundaire’ dekking van de huisarts, werd gesproken over een ‘primaire’ dekking van de dienstdoende huisarts. In de loop van de tijd is deze uitgebreide variant van de HAP-dekking de ‘primaire HAP-dekking’ gaan heten. Dat wekt de indruk alsof HAP’s in andere gevallen niet volledig zijn verzekerd. Maar dat is niet het geval (zie paragraaf 2.1). Soms werd ook gesproken over een ‘paraplu-dekking’ om duidelijk te maken dat de polis van de HAP dekking biedt voor alles wat er op de HAP gebeurt, vergelijkbaar met de paraplu-dekking die voor ziekenhuizen geldt op basis van de centrale aansprakelijkheid (WGBO).

Toekomstige ontwikkelingen

VvAA gaat de benamingen van de HAP-verzekeringen wijzigen in ‘HAP-standaard’ en ‘HAP-plus’. Ook gaan wij een andere methodiek van premieberekening toepassen. Naar verwachting zullen wij dit per 1-1-2021 introduceren. Natuurlijk zullen wij u dan tijdig informeren over eventuele consequenties voor uw verzekering.

 
‘HAP-standaard’


Op de ‘HAP-standaard’-verzekering is de HAP straks verzekerd tegen claims die door fouten van het eigen personeel zijn veroorzaakt, inclusief de Wkkgz-claims vanwege fouten door het eigen personeel. De dienstdoende huisarts is niet meeverzekerd op de HAP-standaard. Daarmee zou er echter ook geen dekking zijn voor Wkkgz-claims tegen de dienstdoende arts waarvoor de HAP verantwoordelijk wordt gehouden. Wij bieden daarom straks op de HAP-standaard een beperkte Wkkgz-dekking voor claims gericht tegen de dienstdoende arts, vergelijkbaar met de huidige secundaire dekking.
 
 
‘HAP-plus’


Op de ‘HAP-plus’-verzekering zijn straks de eigen personeelsleden plus de dienstdoende huisartsen volledig verzekerd, vergelijkbaar met de huidige primaire dekking. De HAP-plus biedt dus een volledige dekking voor de HAP én de dienstdoende huisarts, inclusief de Wkkgz-claims gericht tegen de HAP-medewerkers en/of de dienstdoende arts.

Premieberekening

Op dit moment zijn de premies afhankelijk van de volgende factoren: omzet, personeelsleden en aangesloten huisartsen. Met name op de parameter ‘aangesloten huisartsen’ was soms kritiek, omdat dit aantal niet altijd representatief was voor het aantal daadwerkelijk werkzame huisartsen op de HAP. Omzet zou een goede parameter zijn. Maar het nadeel daarbij is dat u méér premie gaat betalen als u betere budgetafspraken kunt maken met de zorgverzekeraars. Daarom denken wij dat een premie die gebaseerd is op het aantal verrichtingen een objectieve en nauwkeuriger parameter is om de kans op een claim te voorspellen. Voor de HAP-standaard zal de premie per verrichting lager zijn dan voor de HAP-plus.

Zorgvuldigheid

We willen de nieuwe namen en premieberekening per 1-1-2021 invoeren. Dat geeft ons allen de tijd om in 2020 per HAP de eventuele gevolgen van de nieuwe methodiek te becijferen. Onze doelstelling is om u in 2020 ruimschoots vóór uw budgetafspraken met de zorgverzekeraars te informeren. En waar mogelijk ondersteunen we u graag bij uw overleg met de zorgverzekeraars.

Veelgestelde vragen over de HAP-aansprakelijkheid

 
Tips voor tandartsen | VvAA

1. Is de dienstdoende huisarts altijd verantwoordelijk voor de fouten die door de tragist worden gemaakt?

Nee, de triagist is verantwoordelijk voor zijn eigen fouten. Omdat hij zijn taken in opdracht van de HAP uitvoert, is uiteindelijk de HAP schadeplichtig.

2. Maar de dienstdoende huisarts tekent toch het verslag van de triagist af en neemt daarmee toch de verantwoordelijkheid?

Nee, als het verslag fouten of onvolledigheden bevat, dan is dat de fout van de triagist en kan dat de dienstdoende huisarts niet worden aangerekend.

3. Wij hebben contractueel vastgelegd dat de huisarts verantwoordelijk is voor het handelen van de triagist en dat de triagist (of HAP) door de huisarts wordt gevrijwaard van aansprakelijkheid.

Het is bij wet verboden onderling afspraken te maken die het recht op aansprakelijkstelling door een derde (de patiënt) beperken. Dus ook al spreekt u onderling zaken af om de triagist of HAP te vrijwaren van aansprakelijkheid, de wet heeft daar niets mee te maken en houdt degene die de fout maakte verantwoordelijk. Iets anders is dat een triagist die ruggespraak heeft gevoerd met de huisarts zich kan verweren met een beroep op dat gevoerde overleg.

4. Is de dienstdoende huisarts verplicht een verzekering af te sluiten?

  • Op grond van de KNMG-richtlijn.
  • De verzekering volgt als vereiste vanuit de modelovereenkomst tussen HAP’s en dienstdoende huisartsen.
  • De fiscus ziet een aansprakelijkheidsverzekering als bewijs van zelfstandig ondernemerschap.
Bovendien zou de arts erg onverstandig zijn als hij de verzekering niet zou afsluiten. Niet alleen hijzelf, maar ook zijn patiënt kan levenslang failliet gaan als er geen verzekering is om de claim van de patiënt tegen de huisarts te dekken.

5. Is de dienstdoende huisarts altijd en volledig meeverzekerd op de HAP-polis?

Nee. Dat hangt er vanaf welke dekking de HAP heeft gesloten. Maar zelfs al heeft de HAP de dienstdoende huisarts meeverzekerd, dan nóg loopt de huisarts een risico. Weliswaar zal de HAP-verzekeraar de schade aan de patiënt vergoeden op grond van het feit dat de HAP de arts heeft meeverzekerd. Maar vervolgens zal de HAP-verzekeraar de schade verhalen op de daadwerkelijke veroorzaker. Als dat de dienstdoende huisarts is, dan zal de HAP-verzekeraar de huisarts-verzekeraar daarop aanspreken. Als de huisarts geen verzekering heeft afgesloten, dan kan de HAP-verzekeraar de arts privé aanspreken.

6. Wat is het risico van de HAP als de arts geen of een beperkte verzekering heeft?

  • Potentieel, bij een samenloop van omstandigheden, draait de HAP volledig op voor de schade. Namelijk als de HAP de dienstdoende huisarts niet heeft meeverzekerd én de huisarts zelf geen verzekering of een ontoereikende verzekering heeft. De rechter kan dan oordelen dat de patiënt mocht verwachten dat hij door de HAP werd geholpen en dat daarom (óók) de HAP aansprakelijk is, ook al is de HAP daar niet voor verzekerd.
  • Potentieel ziet de Belastingdienst de dienstdoende huisarts als werknemer en draait de HAP alsnog op voor de werkgeverslasten. De Belastingdienst ziet een verzekering tegen medische aansprakelijkheid als bewijs dat er risico wordt gelopen en de dienstdoende arts dus een ondernemer is. Het omgekeerde geldt ook: als die verzekering ontbreekt, dan ziet de Belastingdienst dat als bewijs dat de arts eigenlijk als werknemer van de HAP moet worden beschouwd.

7. Kan het voorkomen dat een geschillencommissie Wkkgz een claim toewijst waar, naar oordeel van de verzekeraar, feitelijk geen verwijtbare fout aan ten grondslag ligt (en er dus geen dekking is)?

Ja. Het is dus belangrijk dat de geschillencommissie professioneel is. De kans op een verschillend oordeel is dan beduidend kleiner. Tevens is van belang dat de claim tijdig bij de verzekeraar wordt aangemeld, zodat de verzekeraar kan reageren.

Veelgestelde vragen over de HAP-verzekering

 
Tips voor tandartsen | VvAA

1. Is de HAP (het eigen personeel) altijd volledig verzekerd tegen medische aansprakelijkheid, ongeacht de aanduiding ‘primair’ of ‘secundair’ verzekerde HAP?

Ja, conform de verzekeringsvoorwaarden.

2. Is de ‘primaire’ verzekering duurder dan de ‘secundaire’?

In beginsel wel, want de huisartsen zijn volledig meeverzekerd en dat levert meer claims en schade op dan bij de ‘secundaire’ verzekering. Maar als er veel claims worden veroorzaakt door het HAP-personeel, dan kan door toeslagen de premie voor de ‘secundaire’ verzekering toch hoger zijn dan voor de ‘primaire’.

3. Komt bij een ‘primaire’ verzekering de schade van de dienstdoende huisarts helemaal ten laste van de HAP-polis?

Nee. Als de dienstdoende huisarts de fout heeft gemaakt, dan biedt zowel de HAP-polis als de individuele polis dekking. Als de individuele polis bij een andere verzekeraar loopt, dan neemt VvAA verhaal op die andere verzekeraar. Als de individuele polis óók bij VvAA loopt, dan verdelen we de schade over de HAP en de individuele polis. Schade werkt immers door in de premie, en anders zou de HAP teveel betalen ten gunste van de individuele huisarts.

4. Betalen HAP en Huisarts dus eigenlijk dubbel, als op beide polissen dekking is?

Nee. We boeken de schade op de polissen waarop de schade thuishoort. De schade bepaalt, naast kosten, hoeveel de premie wordt. Door de schade eerlijk te verdelen, verdelen we ook de premie eerlijk.

5. Als de schade wordt veroorzaakt door de dienstdoende huisarts, en de HAP heeft de huisarts ‘secundair’ meeverzekerd, wordt de schade dan toch verdeeld over zowel de HAP-polis als de polis van de individuele huisarts?

Nee; de schadelast drukt dan op de polis en premie van de individuele arts – tenzij in de juridische procedure blijkt dat er toch dekking moet worden verleend op grond van de secundaire verzekering van de individuele huisarts op de HAP-polis.

6. Waarom zouden we een ‘primaire’, dus duurdere dekking houden?

Daar zijn meerdere argumenten voor. HAP’s voorkomen daarmee het risico dat zij toch aansprakelijk worden gehouden voor geleden schade, ook al is de fout door de dienstdoende huisarts gemaakt. Sommige HAP’s zien de ‘primaire’ dekking als service voor de aangesloten artsen. Voorts zijn Wkkgz-claims onder de ‘primaire’ dekking volledig gedekt. Onder de ‘secundaire’ dekking wordt enkel dekking geboden voor de eerste 3 claims.

7. Zijn we verplicht om de ‘primaire’ dekking te nemen?

Nee. Vanuit kostenoogpunt is het verdedigbaar om de ‘secundaire’ dekking te nemen. In de modelovereenkomst met de dienstdoende artsen moet u dan met nog meer stelligheid opnemen dat de individuele arts een eigen aansprakelijkheidsverzekering moet hebben. Anders kan de claim alsnog bij de HAP terecht komen. Voort is het verstandig om te controleren of de aangesloten arts de verzekering ook daadwerkelijk heeft. Uw voornaamste risico blijven de Wkkgz-claims. Die zijn op de ‘secundaire’ verzekering beperkt gedekt.

8. Zijn de WKKG-claims goed gedekt op mijn verzekering?

Als u de ‘primaire’ verzekering heeft, dan is er altijd dekking. U bent dan verzekerd voor de Wkkgz-claims gericht tegen de HAP-medewerkers en óók voor Wkkgz-claims tegen de dienstdoende huisartsen. Op de ‘secundaire’ verzekering is de dienstdoende huisarts niet volledig meeverzekerd. We bieden op de HAP-polis dekking voor de eerste 3 claims.

9. Waarom is de premie zo hard gestegen?

Daar ligt een combinatie van (externe) factoren aan ten grondslag. In grote lijnen kunnen we opmerken dat de verzekering van medische aansprakelijkheid wereldwijd tot de allerhoogste verzekeringsrisico’s wordt gerekend; hierop wordt vaker verlies wordt geleden dan winst gemaakt. Voor VvAA is dat niet anders. Enerzijds zien we een groei van het aantal claims. Anderzijds speelt ook de jaarlijkse stijging van de schadelast per claim een grote rol. Dat wordt vooral op langere termijn zichtbaar. In 2006 bedroeg de hoogst uitgekeerde claim ooit circa € 330.000, in 2019 bedroeg de hoogste uitkering al bijna € 2 mln. Voor een huisarts was de hoogste claim tot dusver circa € 1,2 mln. en voor een triagist circa € 0,6 mln.

Met name wanneer een patiënt als gevolg van een medische fout invalide wordt, kunnen claims sterk oplopen. Dat komt mede doordat de overheid steeds minder voorzieningen kent. Die kosten worden dan bij de verzekeraar geclaimd. Daarnaast zien we steeds verder stijgende kosten voor juridische bijstand van patiënten, die wij vergoeden als er sprake is van aansprakelijkheid. Specifiek voor de huisartsenzorg spelen ook nog de effecten van de lage rekenrente en de fors gestegen premies van de herverzekeraars. De lage rente zorgt ervoor dat een hoger bedrag moet worden gereserveerd om over de volle looptijd van de uitkeringen de schade te kunnen betalen. En omdat ook herverzekeraars al jaren verlies maken op medische aansprakelijkheid, hebben zij per 2020 hun premies fors verhoogd. Deze herverzekering is noodzakelijk om risico’s te spreiden. Al deze effecten werken door in de modellen waarmee we de schade, dus de benodigde premie, voorspellen.

10. Maakt VvAA misbruik van haar positie als monopolist op het gebied van medische aansprakelijkheid om de premies flink te verhogen en daarmee de winst te spekken?

Nee. VvAA heeft géén winstoogmerk. In de praktijk maken wij al jaren verlies op de beroepsaansprakelijkheidsverzekering omdat de werkelijkheid zich steevast ongunstiger heeft ontwikkeld dan wij konden voorzien. Toch wil VvAA deze verzekering blijven aanbieden. Zonder medische aansprakelijkheidsverzekering is er immers geen zorg meer mogelijk. Onze leden (u!) zouden noodgedwongen moeten stoppen met het leveren van zorg omdat zij niet het risico op een claim kunnen lopen. Niet voor henzelf en niet voor hun patiënten.

Graag geven we de vraag terug: als medische aansprakelijkheid een winstgevende onderneming zou zijn, waarom stoppen dan nagenoeg alle verzekeraars ermee om dit risico te verzekeren, of stappen ze eruit zodra de eerste claims binnenkomen? VvAA wil medische aansprakelijkheid duurzaam verzekerbaar houden en daarmee de continuïteit van uw zorgverlening waarborgen. Een terugkerend verlies is daarbij geen houdbaar concept. Ook De Nederlandsche Bank verwacht van verzekeraars dat zij geen verliesgevende producten voeren. Daarom zijn we genoodzaakt in 2020 de premie van de aansprakelijkheidsverzekering te verhogen.

Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email