Nieuwsbericht

Belasting­dienst neemt herzienings­verzoek van VvAA over stand­punt ww-premie in behandeling

  • 12 mei 2021
  • Leestijd 2 min

De Belastingdienst heeft op 3 mei 2021 een herzieningsverzoek van VvAA in behandeling genomen. Het verzoek betreft herziening van het door de dienst ingenomen standpunt over de verschuldigde ww-premie bij variabele beloning. Dit standpunt kwam in december 2020 na langdurig aandringen van VvAA tot stand, in het kader van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (Wab). De Belastingdienst ging destijds verrassenderwijs niet uit van de lage ww-premie. VvAA achtte de argumentatie moeilijk te volgen en gebaseerd op onterechte aannames. Op basis hiervan en het (financiële) belang van eerstelijnspraktijken die medewerkers variabel belonen, diende VvAA op 16 april 2021 het inmiddels in behandeling genomen herzieningsverzoek in.

Vaste contracten: lage ww-premie

Hoe zat het ook alweer? Sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) op 1 januari 2020 betalen werkgevers een lagere WW-premie voor werknemers met een vast contract en een vijf procentpunt hogere premie voor oproepkrachten. Het doel hiervan is om vaste contracten (voorwaarden: onbepaalde tijd en vaste omvang in uren) te stimuleren. Een vaste beloning voor die vaste uren is géén voorwaarde om te kwalificeren als vast contract. Uitgangspunt was dus logischerwijs een lage premie voor alle vaste contracten die voldoen aan de wel in de Wab genoemde voorwaarden. Eerder werd dit ook informeel door de Belastingdienst bevestigd.

Behoefte aan zekerheid bij variabele beloning

Veel werkgevers in de eerstelijnszorg belonen hun werknemers variabel. Vooral in fysiotherapiepraktijken is dit een gebruik met lange historie. Het belang voor deze werkgevers om zeker te zijn over de hoogte van de te hanteren ww-premie is groot. VvAA wil onaangename verrassingen voorkomen, zeker in deze tijden. We vroegen de Belastingdienst daarom eind 2019, voor inwerkingtreding van de Wab, ons uitgangspunt dat de lage premie van toepassing is te bevestigen door hierover een formeel standpunt in te nemen.

Geen helderheid in standpunt Belastingdienst

Na ruim een jaar nam de Belastingdienst een standpunt in. De uitkomst daarvan was echter verrassend en lastig te volgen. Ondanks diverse signalen vooraf die de andere kant op wezen, werd ons uitgangspunt toch niet gevolgd. Een deel van onze vragen werd bovendien niet beantwoord.

De uitgangspunten en de argumentatie die aan het standpunt van de Belastingdienst ten grondslag liggen, zijn niet alleen erg summier, maar in de ogen van VvAA voor een groot deel niet juist vanuit arbeidsrechtelijk perspectief. De uitvoering van het standpunt zou leiden tot een onbedoelde uitwerking van de Wab en forse kostenverzwaring voor de eerstelijnszorg. Al met al een standpunt waarmee VvAA in de praktijk niet uit de voeten kan.

Verzoek om standpunt te herzien

Daarom ging VvAA eind 2020 opnieuw in gesprek met de Belastingdienst. Deze gesprekken bevestigden eerder onze overtuiging dat het standpunt niet werkbaar is in de praktijk, dan dat we er begrip voor kregen. Reden om een expliciet herzieningsverzoek voor dit standpunt op te stellen. Een brief met een uitgebreid beargumenteerde stelling dat wel degelijk de lage premie van toepassing zou moeten zijn. Deze is op 16 april 2021  naar de fiscus verzonden.

Mogelijk voor de zomervakantie alsnog helderheid

Hoe verder?

Gezien de belangen van de praktijkhouders in de eerste lijn hopen we voor de zomervakantie uitsluitsel van de Belastingdienst te krijgen. Uiteraard houden wij zowel praktijkhouders als andere betrokken partijen in het veld op de hoogte van de vorderingen.

Vragen?

Neem voor meer informatie over salarisadministratie contact met ons op. Wij helpen u graag.
E-mail
swa_fo@vvaa.nl
Verstuur e-mail

Meer lezen?

Zorgverlener in praktijk die met zijn salarisadministratie bezig is.Wet- en regelgeving
Wet- en regelgeving
11 november 2022
  • 11 november 2022
  • Leestijd 1 min

Minister is voornemens jaarverantwoordingsplicht 2023 uit te stellen

Zorgaanbieders die over het boekjaar 2022 voor het eerst een openbare jaarverantwoording Wmg moeten aanleveren, krijgen uitstel tot uiterlijk 31-12-2023.