'Tijd voor ziel in de zorg' tijdens jubileumsymposium VvAA

Hoe verhouden toenemende regeldruk, bureaucratie en inmenging van overheid, toezichthouders en verzekeraars zich tegenover werken met (com)passie, betrokkenheid en volledige aandacht voor de patiënt? Zijn deze zaken te combineren in het huidige systeem? Wat betekent dat voor de onderlinge samenwerking tussen verschillende stakeholders? En wat is de rol van de zorgprofessional zelf? 

Jubileumevent 'Ziel in de Zorg'

In de ruimte van de Van Nelle Ontwerpfabriek waar vroeger koffiebonen en tabak gemaakt werden, kwamen bovenstaande vragen uitgebreid aan de orde op vrijdag 28 november 2014. Ruim 1.200 leden en relaties van VvAA sloten op impactvolle wijze het 90ste jubileumjaar van VvAA gezamenlijk af. De locatie in Rotterdam was treffend: de organisatie voor zorgprofessionals stamt uit 1924, de fabriek werd rond dezelfde periode gebouwd. Ontworpen in de stijl van ‘Het nieuwe bouwen’ dat zich kenmerkt door licht, lucht en ruimte. Een passende metafoor voor het toekomstperspectief dat op deze viering centraal stond: ‘Tijd voor Ziel in de Zorg’.

Op het programma onder meer Alexander Rinnooy Kan, Robin Youngson – anesthesioloog uit Nieuw Zeeland en pleiter voor ‘werken met passie’ - en de voorzitters van de beroepsorganisaties voor dierenartsen, fysiotherapeuten, tandartsen, medisch specialisten, (huis)artsen en GZ-psychologen. Die voorzitters kwamen eerder dit jaar voor het eerst samen tijdens een etentje. Een unicum. VvAA nodigde hen uit in lijn met het doel van de ledenorganisatie, al 90 jaar: zorgprofessionals bij elkaar brengen - juist óók beroepsgroepsoverstijgend -, faciliteren en dienstbaar zijn aan alle professionals in de Nederlandse gezondheidszorg.

Conclusies

Tijdens het congres schetsten deskundige betrokkenen samen met de aanwezigen een wenkend toekomstperspectief. Vanuit het zorgsysteem en de samenwerking daarbinnen werd bekeken welke veranderingen nodig zijn. Anderzijds werd een beroep gedaan op de individuele beïnvloedingsmogelijkheden van de zorgprofessional zelf. Dagvoorzitter Rens de Jong vatte het in vier conclusies samen:

De zorg heeft behoefte aan een nieuw perspectief en een gezamenlijke aanpak hierin. Drie V’s staan hierbij centraal:

  • Veerkracht: biedt ruimte voor improvisatie en kunnen experimenteren
  • Vertrouwen: wat doe je, wat wil je en wat kun je
  • Verantwoordelijkheid: volgt logischerwijs op veerkracht en vertrouwen
Deze drie factoren vormen de setting voor betere en nieuwe regels. Beroepsorganisaties moeten één stem laten horen voor een betere (onderhandelings-)positie en samen de verantwoordelijkheid nemen hierin.

Een goed onderhandelingsmodel werkt alleen als er sprake is van een machtsbalans, oftewel een gelijkwaardigheid van de verschillende actoren. Die gelijkwaardigheid ‘dwing’ je ook zelf af: een bezield systeem begint bij een bezielde zorgprofessional die zelf vormgeeft aan de verandering.

Bemoeien

Nederland eindigt hoog in de ranglijst van ‘Beste zorg in de wereld’. De zorg is voor iedereen en ván iedereen. Het viel Rens de Jong als eerste op toen hij zich inlas: “Jeetje, wat bemoeien veel mensen zich met je als je in de zorg werkt! Brancheorganisaties, patiëntorganisaties, zorgverzekeraars, media, toezichthouders.”

Bezielde professionals aan het woord

Wie in het vak zit, weet het al lang: als zorgprofessional heb je meer te doen dan patiënten te helpen bij het voorkomen en overwinnen van ziektes of het leren leven met beperkingen. Verantwoording voor handelingen en kosten hoort erbij. Iedereen begrijpt dat, maar soms gaat het ten koste van de tijd en aandacht voor de patiënt en de bevlogenheid van de zorgprofessional. Een kinderarts in het publiek geeft aan dat ze meer dan 30% van haar tijd kwijt is aan regeldruk. “Brieven, overleg, administratie, lijstjes bijhouden. Ik zie het nut van een DBC, maar soms vraag ik me af: moet ik dit allemaal invullen? Het kost zoveel tijd.” De nieuwe richtlijn in haar vakgebied heeft ze waarschijnlijk ook nog niet uit. Die telt 358 pagina’s.

Apotheker Elien Peterse: “Je wilt het goed doen, maar niet alles is in een protocol te gieten. Daarvoor zijn er te veel uitzonderingen.” Huisarts Bart Timmers: “Het mooie van het vak vind ik om kennis en wetenschap te vertalen naar het individu dat tegenover je zit. Als dokter wil je samen met je patiënt het beste beleid afstemmen.” En tot slot psychiater Remke van Staveren: “De klik, het vertrouwen, maakt iemand beter.”

‘Afschaffen is niet de oplossing’

Hoogleraar Alexander Rinnooy Kan (Economie en Bedrijfskunde) wil iets doen aan dat overschot aan protocollen. Hij is voorzitter van ‘De agenda voor de zorg’ waarbij uiteenlopende organisaties in de gezondheidszorg de handschoen oppakken en gezamenlijk verbeteringen doorvoeren. Het aantal richtlijnen en protocollen verminderen en verbeteren, is één onderdeel. De agenda stelt daarom onder meer basisprincipes op, waarmee mensen de regels zelf verder kunnen invullen. “En we vinden het belangrijk dat er meer aandacht komt voor wat de zorgprofessional kan en wil. Nu ligt vaak de nadruk op wat hij doét.”

Kwaliteitsindicatoren de afgelopen 5 jaar vertienvoudigd

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) constateerde dat er maar liefst 1400 richtlijnen zijn. Elk jaar komen er nieuwe bij. Het aantal kwaliteitsindicatoren is in 5 jaar vertienvoudigd: van 340 naar 3400. Dan heeft ook nog elke financieringsstroom een eigen logica, portal en specifieke eisen over kwalificatie en registratie. En er zijn toezichthouders, veel. Waar zorgprofessionals zich storen aan de macht van de zorgverzekeraar, hebben zorgverzekeraars zelf 8 toezichthouders. Dat mag ook wel eens gezegd, zei Rinnooy Kan. André Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, luisterde en lichtte later zijn kant van het verhaal toe.

“Regeldruk is een oude vijand”, zei Alexander Rinnooy Kan, “ontstaan toen we beleid en uitvoering uit elkaar trokken. Het beleid delegeerde de taken, de zorgprofessionals moesten verantwoording afleggen. Omdat het beleid zeker wilde weten dat het goed gebeurde, kwamen er extra regels voor toelichting, verantwoording en uitleg. Aan beide kanten van de medaille ligt nog een probleem.” Samen de verantwoordelijkheid nemen, is een van de oplossingen.

Hij pleitte voor gezamenlijke verantwoordelijkheid voor verbetering. “Dat houdt meer in dan integer en zorgvuldig met de eigen achterban acteren. Regel en bedenk het zelf en sta toe dat de overheid naar jou kijkt en zegt: ‘Regel het maar’’. Je kunt permanent ruziemaken of het samen eens worden.”

Dat was ook een mooie opmaat naar de discussie met de voorzitters van de verschillende beroepsorganisaties. Frank de Grave, van de Orde van Medisch Specialisten, Marleen Barth van de KNMP, Guusje ter Horst van de KNGF, Ella Kalsbeek van de Landelijke HuisartsenVereniging, Rob Barnasconi van de KNMT en Dirk Willink van de KNMvD.

De gemeenschappelijke conclusie: je kunt het alleen eens worden bij een machtsbalans tussen de betrokken partijen. Juist daarom is zo belangrijk dat beroepsorganisaties één stem laten horen voor een betere (onderhandelings-)positie.

Feiten en semantiek

Pauline Meurs voorzitter van de Raad voor de Gezondheidszorg en Zorg, ontving uit handen van Edwin Brugman, directeur Kennismanagement en Netwerken, en Maaike de Vries, chef Zorg van de Argumentenfabriek, het eerste exemplaar van het unieke boekwerk ‘Zo werkt de zorg in Nederland’. Een overzichtelijk en feitelijk naslagwerk waarin alles staat over systeem, financiering en wetgeving van, voor en in de Zorg. Zij waarschuwt later in de discussie dat ‘regeldruk’ geen excuus moet worden. “Ik noem de term regeldruk een semantisch sleepnet. Alles wat je niet ziet, kan eronder vallen.” Bovendien nemen regels niet alleen vrijheid af, maar creëren ze ook ruimte.

“Compassievol zorg verlenen”

Als tegenhanger voor de soms knellende regeldruk die zorgprofessionals ervaren, pleit Robin Youngson voor werken vanuit passie. Volgens de voormalig anesthesioloog in Nieuw Zeeland krijg je plezier in je werk door uit te gaan van het welzijn van de gehele mens (emotioneel, psychologisch, fysiek en spiritueel). Youngson: “We zien onszelf gescheiden van de patiënt en zijn meer robots dan genezers geworden.” Hijzelf werd dokter om het leed van patiënten te stoppen. Totdat hij hier achter kwam: niet de ziekte schept het leed; het leed schept de ziekte. “De verhalen die we onszelf vertellen, bepalen onze genen. De genen die je ‘aan’ zet als je jezelf vertelt moe of gestrest te zijn, hebben een nadelige uitwerking op anderen. Wil je dat anderen gezond zijn, wees dan zelf compassievol. Er is slechts één persoon die je kunt veranderen. Daarom werken leefstijladviezen vaak ook niet. Wees zelf de verandering die je in je patiënten wilt zien.” Empathie bij de dokter heeft volgens Youngson meer effect op de patiënt dan dure medicijnen. En dat is wetenschappelijk bewezen, benadrukt hij: “This is not tree hugging stuff”.

En met deze tips wordt u een compassievol persoon:
 “Empathische mensen hebben elke dag de intentie een kleine goede daad te verrichten. Ze nemen bijvoorbeeld een patiënt aan de arm mee om naar de auto te brengen. En ze zijn dankbaar en mindful: ze kiezen ervoor hun werk heerlijk te vinden. “Heb je het geluk in de stad te wonen, dan kun je dagelijks in de file je gedachten voor die dag bepalen. Het is jouw keuze: Will you be a victim of the system or powerful to change the world by attitude and believes?”

Het rondetafelgesprek dat hierop volgde, ging in op dit thema. Jacobine Geel (voorzitter GGZ Nederland), Salmaan Sana (Compassion for Care), Jaap Maljers (Zorgondernemer), Pauline Meurs en Bart Meijman (huisarts en mede initiatiefnemer van Dapper Dokters) gingen met elkaar in gesprek over de vraag: eerst het systeem en dan de zorg of andersom? Eigen invloed en initiatief, de rol van technologie in het bieden van compassie hebben, en de verhouding ‘evidenced-based medicine en compassie'.

Kostenbeheersing als gezamenlijke opgave

Daarna bewoog André Rouvoet zich in het ‘hol van de leeuw’ zoals hij zelf aangaf. De voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland schetste de ontwikkelingen vanuit het perspectief van de zorgverzekeraars. “Er is veel over ons heen gekomen, onder andere ook door acties van VvAA. Nou kunnen we wel tegen een stootje. Maar af en toe ging het er heftig aan toe. Uiteindelijk gaat het om respect, vertrouwen en compassie. Waarden die wij onderschrijven. En omdat iedereen in de zaal ook een verzekerde is, bent u ook mijn achterban. In dat opzicht voelt het goed en veilig hier te zijn.”

In het kwartier dat hij mag spreken, is er alweer 2 miljoen euro in de zorg uitgegeven, gaf Rouvoet aan. “Er moet bezuinigd worden. Kostenbeheersing is een gezamenlijke opgave en gezamenlijk belang.” Artikel 13, selectieve kwaliteitsinkoop en administratievraagstukken laat hij de revue passeren: “We zijn ons ervan bewust dat de noodzakelijke bezuinigingen ergens worden gevoeld. Bij Zorgverzekeraars Nederland horen we de kritiek. Daarom dagen we ook onszelf uit en bespreken we intern de volgende vraagstukken:

  • Vragen we niet te veel en te verschillend uit?
  • Zorgverzekeraars concurreren, kunnen we ergens toch eenduidiger optreden?
  • Waar liggen mogelijkheden voor meerjarige contracten?
  • Informeren zorgverzekeraars de verzekerden goed genoeg over polissen, premies, vergoedingen en verhogingen?
  • Zijn zorgverzekeraars bereikbaar genoeg?
  • Hoe kunnen we de administratieve lastendruk verlichten?
  • Hoe belonen we kwaliteit, innovatie en ketenwinst?
Rouvoet: “Kwaliteitsbeleid en kostenbeheersing zijn gedeelde uitgangspunten. Laten we elkaar scherp houden. Vertrouwen, respect en gedeelde verantwoordelijkheid zijn onontbeerlijk in het zorgdebat.”

Gelijkwaardig op de dansvloer

Na het inhoudelijke deel van het congres en het daaropvolgende ‘walking dinner’ verzorgden De Vrienden van VvAA live een spetterende afsluiting van het jubileumjaar: op Xander de Buisonjé, Glennis Grace en Candy Dulfer gingen alle voeten van de vloer. Wellicht een mooie voorbode van hoe organisaties in de toekomst nog meer gezamenlijk en op een gelijkwaardige manier hun verantwoordelijkheid nemen voor een goede, toegankelijk en betaalbare gezondheidszorg.