Digitalisering in de zorg

Geplaatst: 15-03-2018


eHealth gaat over wat de digitale revolutie doet met gezondheid, met de gezondheidszorg en met bio-medisch onderzoek. Het gaat dus over heel veel. Over zoveel dat het vaag wordt. Maar als je bedenkt welke eindgebruiker het betreft, in welke zorgcontext en over welke informatie- en communicatie technologie het gaat – dan wordt het gauw duidelijker; bij voorbeeld een oudere meneer met een reumatische aandoening en depressieve klachten, die thuis woont en via een tablet met arts, praktijkassistent, apotheker, fysiotherapeut, thuiszorg of mantelzorgers communiceert. En dat de betrokken zorgverleners van elkaar op hoogte zijn.

Revolutie

Terwijl de wereld gonst van de digitalisering kom je er in de verschillende medische opleidingen en curricula nog niet veel over tegen. Dat is eigenlijk merkwaardig want de digitale revolutie is, ook zonder overdrijving, echt wel een revolutie te noemen. Digitalisering beïnvloedt alle domeinen van je/het leven: geld, werk, relaties, kunst, onderwijs, politiek, journalistiek, vrije tijd, reizen enz. Wereldbeeld en mensbeeld veranderen daardoor. En naast impact en bereik, is de snelheid van de veranderingen groot. Denk aan tien jaar geleden en denk aan nu, qua mobile applicaties. Dat moet terug te zien zijn in je studie, zou je denken. 

Achterblijvende investeringen

Voor het omgaan met medische technologie is natuurlijk wèl aandacht in de opleidingspraktijk, maar voor het gebruik van informatie- en communicatietechnologie nauwelijks. Dat heeft allerlei oorzaken. Terwijl sommige artsen en specialismen sterk techniek-gericht zijn, is het overgrote deel van de zorg tamelijk techniek-arm. Van oudsher bestaat in het vak een zekere behoedzaamheid tegenover nieuwigheden die het echte menselijke contact zouden kunnen aantasten. In de 18e eeuw maakten artsen zich zorgen over dat nieuwe instrument, de stethoscoop, dat de zorg “depersonaliseerde” omdat je niet meer je oor op de borstwand hoefde te leggen maar van afstand, indirect, het hart kon beluisteren. Toen rond 1900 de bloeddrukmeter werd geïntroduceerd in de V.S. vreesde men dat deze tussen patiënt en dokter in kwam te staan en “dehumanize the practice of medicine” (sic). Begrijpelijke reserve, maar inmiddels ingehaald door inzichten over hoe design, gebruik en implementatie van de techniek, en niet de techniek ‘zelf’, uiteindelijk bepalen hoe de zorg ervaren wordt. Door artsen en door patiënten. Daarbij hebben koerscorrecties in de geneeskunde tijd nodig, weten we uit de medische geschiedschrijving. Ook omdat we evidence willen zien, en die neemt slechts langzaam toe. Helemaal in eHealth, een jong, transdisciplinair veld waar RCTs slechts een van de vele methoden voor kennisverwerving zijn, en waaruit lange tijd slechts matige studies en dito uitkomsten voortkwamen. En verder bleven in ons land, en elders ook, investeringen in zorg-ICT lange tijd achter, vergeleken met andere economische sectoren, en werkten het gebrek aan standaardisatie en interoperabiliteit ook niet echt mee. Door politieke toestanden met het EPD, onbekendheid en de uitdaging renderende business cases te formuleren vorderde adoptie van eHealth in de praktijk maar langzaam. Dat reflecteert zich in de opleidingspraktijk. Is althans mijn snelle analyse. 

Innovatie

Hoe verklaarbaar ook, een versnelling is toch wel nodig. Niet alleen omdat medische technologie - ook al zo’n weidse term - steeds meer convergeert met andere tech in het edge computing, connected, ‘internet-of-things’ universum van vandaag, maar ook en vooral vanwege de grote uitdaging van morgen: hoe gaan we straks met minder professionals, meer en andere zorg leveren, die tenminste evengoed is als nu? En even toegankelijk. Liefst tegen lagere kosten. En duurzaam. En aantrekkelijk bovendien. Health care is going home. Van nazorg naar voorzorg. Zorginnovatie dus. Digitale zorgtechnologie speelt daarin een belangrijke rol. Dat snapt de overheid: “Om de schaarse capaciteit aan zorgpersoneel optimaal te benutten voor zorg en aandacht voor cliënten en patiënten, is het wenselijk digitaal ondersteunde zorg gericht in te zetten en de verspreiding van innovatieve werkwijzen (e-health) te bevorderen zowel thuis als in het verpleeghuis” (Regeerakkoord 2017-2021). Ook Zorginstituut Nederland adviseerde in deze richting over de innovatie van zorgberoepen en opleidingen. 

Nieuw is niet altijd beter

En verder begrijpt iedereen dat professionals nu & straks vaardigheden en kennis nodig hebben op het gebied van nieuwe digitale technologie en zorginnovatie. Dat vertaalt zich hoe dan ook in medische opleidingen en curricula, maar zoals gezegd hebben koerscorrecties tijd nodig. Nieuw is bovendien niet altijd beter. Nieuw is alleen beter als het zinnige zorg oplevert. Ook dat heeft tijd nodig om uit te zoeken. Ongeveer zoals het bespelen van een nieuw muziekinstrument tijd vraagt. Oefening baart kunst.

Hans Ossenbaard
Hans Ossebaard

Dr. Hans Ossebaard werkt bij de VvAA aan de bevordering van effectieve zorginnovaties en eHealth. Via presentaties, trainingen en publicaties probeert hij kennis en inspiratie over te dragen om daardoor de zorg toekomstbestendig te maken. Hij werkt daarnaast bij Zorginstituut Nederland aan de bijdrage van eHealth aan zinnige zorg en aan www.ZorgvoorInnoveren.nl. Verder gaf hij onderwijs, en deed onderzoek, aan de vakgroep Psychologie, Gezondheid en Technologie van de Universiteit Twente.