De BAFOV

Ledenblog

Door: Evangeline | woensdag 26 juli 2017

Handigheid is nooit een van mijn sterke punten geweest. Waarschijnlijk omdat ik de meeste dagelijkse bezigheden gewoon niet interessant genoeg vind om ze mijn volledige aandacht te geven. Ik loop met regelmaat tegen deuren en muren aan. Al meer dan eens kwam ik er plots achter dat er een mes of kaasschaaf in mijn hand zat, zonder te weten hoe dat precies gebeurd was. Ook de fietspaden en stoepranden van Utrecht en omgeving heb ik al meerdere malen van dichtbij mogen bewonderen.

‘Ojee, de hand naar de schouder: sleutelbeen!’

Zo ook een paar weken geleden. In een ogenblik van onoplettendheid en onhandigheid lig ik plots op de grond naast mijn fiets. Mijn hoofd en schouder hebben de klap opgevangen. Ik ga zitten in de houding die iedereen die ooit een wielerronde op tv heeft gezien kent: ‘Ojee, de hand naar de schouder: sleutelbeen!’ Ik loop verder naar huis en ga naar bed in de hoop dat ik me de volgende ochtend beter zal voelen. Dat is bepaald niet het geval. Ik besluit toch maar langs de huisartsenpost te gaan. Gelukkig laten röntgenfoto’s alleen een AC-luxatie zien. Daarmee denk ik dat de kous af is. Ik ga dan ook gewoon vrolijk aan het werk. Echter, de dagen erop ga ik me steeds beroerder voelen. Met veel moeite probeer ik nog een paar dagen wat te werken, maar dan moet ik het toch echt aan mezelf toegeven: ik heb ook een hersenschudding. 

Mokkend onder een dekentje

Na een week is de hoofdpijn zo erg dat zelfs een (meer dan) maximale dosering van paracetamol en ibuprofen weinig doet. Ik ga langs de huisarts en krijg tramadol voorgeschreven. De dagen erop breng ik zwevend in bed door. Mijn schouder herstelt gelukkig snel. Mijn hoofd schiet alleen niet op. Nu, ruim een maand na mijn val, kan ik nog steeds maar halve dagen werken. Mijn sociale leven is even bruisend als dat van een kluizenaar. Waarschijnlijk ben ik pas over een maand of twee weer de oude. De uren die ik niet werk breng ik regelmatig mokkend onder een dekentje op de bank door. Veel willen, maar niets kunnen, is erg frustrerend. Voor zowel mijn schouder als mijn hoofd geldt: rust houden en dan gaat het vanzelf over. Niets aan te doen verder. Medisch gezien totaal oninteressant. Suf. Saai. Gaap. Volgende patiënt. Door het zelf mee te maken realiseer ik me pas echt wat ik allang wist: medisch oninteressante aandoeningen kunnen een grote impact hebben. Ook als het lichamelijk ongemak meevalt, kan het mentaal best zijn weerslag hebben.

Het ALTIS-BAFOV model

Dat merk ik vooral tijdens mijn wekelijkse bezoeken aan de fysiotherapeut. Daar kom ik voor mijn schouder, maar eigenlijk praten we vooral over mijn hersenschudding. Ik heb behoefte aan iemand die vraagt naar mijn beleving en af en toe een gevoelsreflectie geeft. Opeens moet ik denken aan al die uren communicatieonderwijs die ik gehad heb. De anamnese heb ik geleerd volgens het ALTIS-BAFOV model. De eerste helft gaat over de klacht, het tweede deel over het functioneren en de beleving van de patiënt. Tijdens mijn studie vond ik vaak de ALTIS interessanter. Was ik benieuwd naar wat de klacht en de mogelijke diagnose van de patiënt zou zijn. Naarmate ik meer patiëntencontact had tijdens de coschappen begon ik in te zien hoe waardevol dat tweede deel eigenlijk is. Mijn eigen ervaring bevestigt het: de BAFOV is belangrijk!

Evangeline


Evangeline is recent begonnen met haar eerste baan als arts-onderzoeker. Ze doet onderzoek naar nieuwe beeldvormingstechnieken bij aangeboren hartafwijkingen. In haar vrije tijd mag ze graag een goed glas wijn drinken, mediterraans koken of een stukje rijden op de racefiets. Ze schrijft over haar ervaringen als promovenda en beginnend arts.