Resultaten Levenslooponderzoek

Voor het VvAA Levenslooponderzoek deelden ruim 9.000 leden en andere zorgprofessionals hun ervaringen. Dit geeft ons inzicht in hun behoeften op specifieke momenten. Hier vindt u de belangrijkste uitkomsten.
Onderzoek 2014

Resultaten Levenslooponderzoek 2014

Waar ligt de zorgprofessional wakker van?

Vooral op deze open vraag werd uitgebreid gereageerd. Dat de zorgprofessional, over alle beroepsgroepen heen, wakker ligt van de invloed en macht van de zorgverzekeraar, de regeldruk van de overheid en de toenemende administratieve lasten wisten we natuurlijk al vanuit het persoonlijk contact met velen van hen. Niettemin maakte de intensiteit van de antwoorden diepe indruk.
Van alle antwoorden maakten we ‘word clouds’: wolken van woorden die in reacties vaak gebruikt werden. Bekijk de beroepsgroep om meer te lezen over wat de betreffende zorgprofessional bezighoudt.

Belangrijke momenten en issues

We legden de deelnemende zorgprofessionals mogelijke levensloopmomenten voor naar levensfase en beroepsgroep. Een greep uit de conclusies:

  • Studenten moeten het vak en het werkveld nog leren kennen. Zij hebben zodoende meer behoefte aan kennis en aan toegang tot het grote VvAA-netwerk dan zorgprofessionals in andere levensfasen.
  • Jongvolwassen zorgprofessionals staan aan het begin van hun carrière. Zij voelen meer dan anderen de druk om te presteren. Zij voelen vaker dan gemiddeld dat zij iedere werkdag een topprestatie moeten leveren. Meer dan anderen vrezen zij een keer last te krijgen van een burn out of stress.
  • Binnen de beroepsgroepen doen zich ook verschillen voor. De baanzekerheid verandert niet in positieve zin; dit is vooral te merken in de geestelijke gezondheidszorg, onder medisch specialisten, fysiotherapeuten, tandtechnici en dierenartsen.
  • Medisch specialisten verwachtten dat een deel van hen in de toekomst mogelijk in loondienst komt te werken; een managementrol wordt dan relatief relevanter.
  • Huisartsen denken vaker na over het starten van een praktijk, zelfs als ze in loondienst functioneren. Voor tandheelkundigen speelt dit bijvoorbeeld al in de studiefase. Bij fysiotherapeuten speelt dit bovengemiddeld sterk onder de jongvolwassenen.
  • Zelfstandigen ervaren een grotere werkdruk, hebben minder tijd voor belangrijke levensloopmomenten in de privésfeer (onder andere een eigen huis), maar verwachten daarentegen beter in de hand te hebben, wanneer ze met pensioen gaan.
    Financiële planning en pensioen is net als financieel management een onderwerp dat leeft over de hele linie.
  • Het beëindigen van het werkzame leven, vlak voor de pensionering. Het ontbinden van de maatschap of de praktijk is een onderwerp dat dan speelt. Het is een vraagstuk waar onder andere tandheelkundigen en fysiotherapeuten meer dan gemiddeld mee bezig zijn.
  • Gepensioneerden hebben het werkzame leven de rug toegekeerd, en zijn hier niet rouwig om, gezien de veranderingen in het zorglandschap. Belangrijke momenten spelen zich vooral in de privésfeer af en hebben betrekking op de kleinkinderen, de gezondheid, reizen en de vermogensoverdracht.

Wat vindt de zorgprofessional van VvAA?

Gemiddeld krijgen we van zorgprofessionals een 7,2 als rapportcijfer. Zij zien ons ongeveer evenzeer als adviseur als leverancier van producten en diensten. Maar hoe onderscheidend en bekend zijn onze producten en diensten?

  • De producten, diensten en het advies van VvAA worden beperkt onderscheidend gevonden; scores komen nauwelijks boven de 45%. Het meest onderscheidend vindt men: de AVB, de aanvullende EHBO-dekking binnen de AVP, juridisch advies (met name rondom de medische fout) en de workshop ‘Witte Jas aan de Wilgen’.
  • De bekendheid met de dienstverlening van VvAA rondom de levensloopmomenten in de privésfeer liggen lager dan die in de zakelijke context; denk aan events als samenwonen en het krijgen van kinderen. Een uitzondering moet gemaakt worden voor ‘de aankoop van een huis’.
  • De ondersteuning die VvAA op managementgebied kan verlenen (werven en selecteren personeel, personeelsverzuim, financieel management, omgaan met conflicten), is minder bekend dan andere producten en diensten. Zij wordt ook minder dan gemiddeld als onderscheidend gezien. Zorgprofessionals geven daarentegen wel aan behoefte te hebben aan dit soort diensten, met name in de context van het veranderend zorglandschap.

Zijn zorgprofessionals nét even anders?

Zorgprofessionals zijn net even anders. Dat blijkt uit een vergelijking met de gemiddelde Nederlander op basis van spiegelonderzoek onder mensen in Nederland ouder dan 18 jaar (aselecte trekking).

  • Zorgprofessionals voelen vaker een morele verplichting (m.n. hoofdkostwinners en zij met kinderen) ten opzichte van hun werk (96% tegen 86%);
  • Ze melden zich minder vaak ziek (93% tegen 69% meldt zich niet meer dan 2/3 dagen per jaar ziek);
  • Ook voelen zij zich moeilijker vervangbaar (vooral de zelfstandige medisch specialisten en overige medici) (75 tegen 48%);
  • Zorgprofessionals moeten vaker hun leven rondom werk of studierooster organiseren (95% tegen 79%);
  • Zij ervaren meer werkdruk en stress (met name alleenstaanden) (70% tegen 55%);
  • En de zorgprofessionals stellen dat fouten in hun vak zwaarder aangerekend worden (88% tegen 60%).
  • Studerende zorgprofessionals (71% van de student-respondenten studeert geneeskunde) zeggen, vaker dan de gemiddelde Nederlander, nooit te weten of hun cv voldoende is om zich te onderscheiden van de rest (83% om 67%);
  • Vooral studenten (67%) en jongvolwassenen (64%) verwachten, meer dan de gemiddelde Nederlander (45%), nog eens last te krijgen van burn-out;
  • Nederlandse vrouwen zijn gemiddeld 29,4 als zij een kind krijgen. Bij zorgprofessionals is 71% ouder dan 30 jaar.
  • Met name jongvolwassenen (84%) voelen, meer dan de gemiddelde Nederlander (69%), de druk iedere dag een topprestatie te moeten leveren.
  • Bij volwassen zorgprofessionals staat (63%), meer dan bij de gemiddelde Nederlander (30%), de relatie/het gezin onder druk vanwege de werkdruk.
  • Gepensioneerde zorgprofessionals (76%) denken, vaker dan de gemiddelde Nederlander, fitter te zijn dan de gemiddelde Nederlander (58%) van hun leeftijd.

Wat doet VvAA met de resultaten?

VvAA is in 1924 opgericht door drie dokters om producten en diensten te ontwikkelen, specifiek gericht op die nét even andere behoeften van zorgprofessionals. Die nét even andere behoeften vormden 90 jaar geleden al, én vandaag nog onze belangrijkste drijfveer. 

Om onze dienstverlening continu af te stemmen op de wensen van onze leden, houden we graag een vinger aan de pols. Op die manier vergroten wij ons inzicht in uw behoeften op specifieke momenten. Daar dienen de resultaten van dit Levenslooponderzoek ook voor. 

Met resultaten als deze, net als met hetgeen we van zorgprofessionals leren in de praktijk, stemmen we onze dienstverlening steeds weer beter af op hub wensen. Passen we bestaande dienstverlening aan, ontwikkelen we nieuwe producten en diensten. Maken we waar nodig en relevant beroepsgroepoverstijgende thema’s landelijk bespreekbaar. En werken we waar het onze dagelijkse praktijk betreft, meer en meer in teams van specialisten binnen uw beroepsgroep. 

Tenslotte zijn wij in dienst van de zorgprofessional, onze leden in het hart van de gezondheidszorg.

Responscijfers

Van de 114.000 leden schreven we er 90.000 aan. Daar kwam 10% respons op: 9.108 reacties.

Respons verdeeld over de beroepsgroepen:
  • Medisch specialisten: 2900 
  • Huisartsen: 1700 
  • Fysiotherapeuten: 1100 
  • Tandheelkundigen: 1000 
  • Dierenartsen: 500 
  • Apothekers: 300 
  • Verloskundigen: 200 
  • Andere (para)medici dan fysiotherapeuten: 1400