De bezieling in de zorg staat onder druk

Eén op de vijf zorgprofessionals gaat elke dag vol bezieling aan de slag. Dat blijkt uit onderzoek van VvAA en onderzoeksbureau Triple-i Human Capital van professor Wilmar Schaufeli. Dit Nationaal Welzijnsonderzoek Zorg toont aan dat zorgprofessionals meer bevlogen zijn dan gemiddeld werkend Nederland. Maar wees waakzaam: de bezieling in de zorg staat onder druk.

Meteen door naar: Bezielde professionals zijn tevreden en gelukkig, opgebrande professionals hebben last van spanningsklachten en slaapproblemen. Naarmate professionals meer energie hebben, zijn ze meer betrokken bij hun team en organisatie, en willen ze minder snel van baan veranderen of een carrièreswitch maken. Een hoog energieniveau geeft aan dat de professional bezield is, een laag niveau dat hij of zij burnoutklachten heeft.

Aan de basis van het Nationaal Welzijnsonderzoek ligt het zogeheten Job Demands en Resources model. In dit model wordt onderscheid gemaakt tussen stressoren (job demands) en energiebronnen (job resources). Daarnaast zijn er zes actuele, brandende thema’s opgenomen die een rol spelen in de hedendaagse zorg: inkomensstress, regeldruk, imagostress, productiedruk, afstemmingsproblemen en juridisering. 

De energie van zorgprofessionals

Het percentage zorgprofessionals dat vol bezieling aan de slag is, ligt met 20,5% precies 7% hoger dan in de Nederlandse werkende bevolking. Eén op de vijf gaat dus elke dag vol bezieling aan de slag. Maar zorgprofessionals hebben even vaak last van burnoutklachten als de rest van werkend Nederland (15,6% vs. 14,6%). Zorgprofessionals zijn ongeveer even tevreden met hun werk (71% vs. 70%) als gebruikelijk. Kortom, het grootste verschil met de rest van werkend Nederland is dat zorgprofessionals meer bevlogen zijn en dus met meer energie en toewijding hun vak uitoefenen.

Verschillen 

Overigens bestaan er nog wel verschillen: tandartsen (26,2%) en fysiotherapeuten (26,2%) zijn het meest bevlogen en huisartsen en vooral apothekers zijn het minst bevlogen (6,5%).

Ook is er een opvallend verschil gevonden in burnout. Zorgprofessionals die zelfstandig werken hebben veel minder last van burnoutklachten dan collega’ s die in dienstverband werken (11,7% versus 17,1%).

Overzicht bezieling

Energiebronnen   

De mate van bezieling hangt vooral met vier energiebronnen samen. 

Dat zijn, in volgorde van belangrijkheid: 

1) passend werk hebben
2) het leren en zich kunnen ontwikkelen op het werk
3) een positieve balans tussen investeringen en opbrengsten in de relatie met patiënten
4) afwisselend werk hebben. 

Het gaat daarbij om factoren in het werk die typisch zijn voor professionals; werk dat past en zinvol is, eigen ontwikkeling, echt wat betekenen voor patiënten en veelzijdigheid.

Zorgprofessionals in dienstverband en zelfstandig werkende zorgprofessionals verschillen in de factoren waar ze bevlogen van worden. Zelfstandigen worden voornamelijk door leren, ontwikkelen en afwisseling gedreven, waar de professional in dienstverband voornamelijk bevlogen wordt van werk dat past bij wat hij / zij wil en kan.

Stressoren 

Burnoutklachten hangen vooral samen met:
1) emotionele dissonantie (zich anders moeten uiten dan men zich voelt)
2) een verstoorde werk-privé balans
3) hoge werkdruk
4) emotionele belasting.

Ook deze factoren - met name de eerste en de laatste - vloeien voort uit het werk van zorgprofessionals. Apothekers hebben het meest last van burnoutklachten (32,3%) en fysiotherapeuten (13,9) en huisartsen (13,8%) het minst. Het landelijke gemiddelde ligt op 14,4%.

Drivers500

Wat valt op?


  • Tandartsen en fysiotherapeuten geven aan veel waardering van hun patiënten te ontvangen.
  • Tandartsen en fysiotherapeuten hebben veel werk-energiebronnen (hulpmiddelen, regelruimte, inspraak, gebruik van vaardigheden), medisch specialisten en apothekers juist minder.
  • Zorgprofessionals vinden dat ze billijk worden beloond (met name huisartsen en medisch specialisten), bij fysiotherapeuten is dat wat minder. Er is – met uitzondering van fysiotherapeuten en tandartsen – dan ook geen sprake van zorgen over het inkomen (inkomensstress).
  • Fysiotherapeuten ontvangen veel feedback over hun werk.
  • Apothekers zien weinig groei- en ontwikkelingsmogelijkheden en vinden dat ze een slecht loopbaanperspectief hebben.
  • De werkdruk van zorgprofessionals is iets hoger dan onder andere Nederlandse werkenden. Dat is met name het geval bij medisch specialisten en apothekers.
  • Fysiotherapeuten, tandartsen en dierenartsen hebben last van lichamelijke belasting.
  • Vooral fysiotherapeuten en apothekers hebben last van een verstoorde werk-privébalans, iets wat onder zorgprofessionals vaker voorkomt dan bij andere werkenden.
  • Bureaucratie wordt door zorgprofessionals vaker aangegeven dan door andere werkenden, vooral door apothekers. Overigens hebben dierenartsen hier het minst last van. Regeldruk blijkt bij fysiotherapeuten en apothekers het sterkst aanwezig te zijn. Het zijn vooral de zorgverzekeraars die daarvoor verantwoordelijk worden gehouden.
  • Apothekers en tandartsen hebben last van negatieve beeldvorming bij het publiek (imagostress), huisartsen en fysiotherapeuten juist niet.
  • De productiedruk is het hoogst onder apothekers en het laagst onder tandartsen en dierenartsen.
  • Juridisering blijkt geen brandend thema te zijn voor zorgprofessionals.

Betrokkenheid en carrière

Een ruime meerderheid (62%) is van mening dat de verwachtingen over de eigen loopbaan zijn uitgekomen; 18% overweegt een carrièreswitch en 13% is van plan om binnen een jaar van baan te veranderen. Dat laatste ligt overigens 3% onder het landelijke gemiddelde. Zorgprofessionals voelen zich – evenals andere werkenden – meer betrokken bij hun team (81%) dan bij hun organisatie (62%).

Meer over het onderzoek

Zorgprofessionals beslaan ongeveer een vijfde van de Nederlandse beroepsbevolking. Aan het (online) onderzoek deden 1.241 zorgprofessionals mee. 
De groep bestond uit:

  • medisch specialisten (23%)
  • huisartsen (18%)
  • fysiotherapeuten (15%)
  • tandartsen (10%)
  • dierenartsen (8%)
  • apothekers (7%)
Download ook deze pdf over de onderzoeksopzet en -uitslagen van het Nationaal Welzijnsonderzoek Zorg

Professor Wilmar Schaufeli

Wilmar SchaufeliProfessor Wilmar Schaufeli is arbeids- en organisatiepsycholoog, klinisch psycholoog en hoogleraar Arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Met zijn onderzoeksbureau Triple-i brengt hij voor diverse groepen in Nederland het welzijn (werkplezier en energie) in kaart. In samenwerking met VvAA deed hij dat voor Nederlandse zorgprofessionals.




Meer informatie


Longarts 360x200

Collega's aan het woord

Inspirerende verhalen. Waar lopen zorgprofessionals tegen aan, hoe gaan ze daarmee om?