Schrappunten wijkverpleegkundigen

Wijkverpleegkundigen kwamen in januari, februari en maart 2018 bijeen om de belangrijkste schrappunten vast te leggen en deze te koppelen aan een actieagenda. Deze vormden mede de basis van het Actieplan (Ont)Regel de Zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.



Schraprapport wijkverpleegkundigen (pdf)

of scroll door de interactieve module

Zij overhandigden deze schrappunten dinsdag 27 maart 2018 aan minister Bruins van Medische Zorg. In hun strijd tegen bureaucratie doen zij een dringende oproep aan alle stakeholders in de zorg om de toenemende regeldruk een halt toe te roepen.

cartoon wijkverpleegkundigen
Grotere versie? Klik op de cartoon

Zorg door wijkverpleegkundige wijkt voor administratie

Te weinig tijd door te veel administratie

De werkdruk van wijkverpleegkundigen is zo hoog dat zij op 20 november 2017 actie voerden. Er is teveel werk voor te weinig wijkverpleegkundigen. Volgens recent onderzoek van de beroepsvereniging is het terugdringen van de administratieve last de oplossing die op korte termijn het meeste effect heeft. Geen gekke gedachte, want wijkverpleegkundigen besteden hier de helft van hun werktijd aan. Dat blijkt uit onderzoek van de denktank (Ont)Regel de Zorg.

De vraag naar wijkverpleging neemt toe. Ouderen blijven langer thuis wonen en opnames in het ziekenhuis duren korter. Wijkverpleegkundigen zorgen ervoor dat deze mensen zich thuis kunnen redden. Een wijkverpleegkundige beschrijft de essentie van haar werk als volgt:

“Wij zorgen voor een ander zoals je zelf ook verzorgd zou willen worden. Als iemand in zijn bed heeft geplast, verschoon je dit en draai je nog snel even een wasje, ook al heb je daar eigenlijk geen tijd voor. Je laat iemand niet in dat bed liggen totdat iemand anders komt, maar dan moet daar wel tijd voor zijn.”

Dit voorbeeld illustreert dat het belangrijk is om de schaarse tijd van de wijkverpleegkundige goed te besteden. De helft van die tijd besteden aan administratie is teveel.

Administratie slokt te veel tijd op

In de huidige situatie ervaren wijkverpleegkundigen vaak onvoldoende tijd om al hun werkzaamheden goed te kunnen doen. Bedenk dat het werk van wijkverpleegkundigen niet ophoudt bij verlenen van directe cliëntenzorg. Als spil in de wijk onderhouden zij contact met andere zorgverleners en familieleden. Daarbij is de wijkverpleegkundige sinds 2015 de enige zorgverlener die mag indiceren hoeveel en wat voor zorg iemand nodig heeft. Dit zijn veel werkzaamheden en zonder uitzondering zijn hier ook nog administratieve handelingen aan verbonden.

Opgeteld is een wijkverpleegkundige met een 35-urige werkweek zeventien uur bezig met administratie. In die tijd voeren zij dertien verschillende soorten administratieve handelingen uit. Wijkverpleegkundigen beseffen dat administratie onvermijdelijk is. Hbo-opgeleide jonge wijkverpleegkundigen hebben vaak meer begrip voor de gedetailleerde verslaglegging dan hun oudere collega’s. Maar ze zijn allemaal overtuigd dat het uitvoeren van de administratieve handelingen te veel tijd kost of zelfs overbodig is.

Een voorbeeld hiervan is het aanvragen van hulpmiddelen. Wijkverpleegkundigen vullen formulieren in voor hun cliënten zodat die hun hulpmiddelen, zoals verbandmateriaal of luiers vergoed krijgen van de zorgverzekeraar. Het invullen van deze aanvragen kost wijkverpleegkundigen gemiddeld ongeveer anderhalf uur per week. Zij zouden die tijd liever aan hun cliënt besteden.

Administratieve handelingen die veel tijd opeisen of overbodig zijn, leiden bovendien tot onnodige maatschappelijke kosten. In Nederland werken ongeveer 9300 wijkverpleegkundigen. Als het lukt om hen een jaar lang iedere week een uur minder te administreren dan levert dit naar schatting bijna 15 miljoen euro aan uitgespaarde loonkosten op (gebaseerd op uurtarief van de cao Zorg en Welzijn).

handelingen wijkverpleegkundige

Administratie maakt het beroep van wijkverpleegkundige minder aantrekkelijk

Administratieve handelingen houden niet alleen de nu werkzame wijkverpleegkundigen weg van cliënten. Het leidt er ook toe dat het vak minder aantrekkelijk wordt. Wijkverpleegkundige word je immers omdat je cliënten wilt helpen. Bovendien staat de ontwikkeling van wijkverpleegkundigen onder druk omdat de hoogst opgeleide wijkverpleegkundigen de meeste administratie voor hun kiezen krijgen. Dit schrikt wijkverpleegkundigen met een mbo-opleiding af door te leren voor een hbo-diploma, zo blijkt uit het televisieprogramma De Monitor van KRO-NCRV (uitzending 29-10-2017).
.
Sinds 2015 indiceren wijkverpleegkundigen hoeveel en wat voor zorg cliënten krijgen. Alleen hbo-opgeleide wijkverpleegkundigen mogen dit doen. Om het tekort hieraan op te vangen, stimuleren zorginstellingen wijkverpleegkundigen met een mbo opleiding om zich aanvullend te scholen, zodat ook zij kunnen indiceren. Voor zorginstellingen is het belangrijk om over voldoende wijkverpleegkundigen te beschikken die mogen indiceren, omdat zij alleen na de indicatiestelling zorg mogen leveren aan een cliënt. Veel mbo-opgeleide wijkverpleegkundigen zien toch af van een vervolgopleiding omdat ze van nabij meemaken hoeveel administratieve taken hun collega’s moeten uitvoeren.


 Te gedetailleerd verantwoorden en moeizame communicatie

Hoe komt het dat wijkverpleegkundigen meer administreren dan zij zelf willen? De twee voornaamste redenen die zij zelf noemen zijn ten eerste de te gedetailleerde verantwoordingseisen van zorgverzekeraars, en ten tweede de moeizame communicatie met andere zorgverleners.

Zorgverzekeraars vragen om te veel verantwoording

Zorgverzekeraars vragen aan wijkverpleegkundigen het aantal gewerkte uren per cliënt nauwgezet bijhouden. Onze onderzoeksresultaten laten zien dat dit ongeveer anderhalf uur per week kost. Als je de hele dag rent en vliegt om al je werk af te maken, is het moeilijk begrip op te brengen voor een zorgverzekeraar die constant lijkt te vragen of je wel echt aan het werk bent geweest. Het is logisch dat de partij die de zorg moet betalen wil weten of de hoeveelheid gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk geleverd is. Een van de wijkverpleegkundigen die we spraken vindt dat de huidige vorm van registratie het harde werk en de inzet van de beroepsgroep miskent: 

Wijkverpleegkundige

“In de zorg werken doeners. Maar je komt niet weg met zeggen dat je je werk gedaan hebt. Je moet elke minuut verantwoorden.”

Het meest frustrerende aspect van de urenregistratie is dat de wijkverpleegkundige de gewerkte tijd soms tot driemaal toe moet administreren. Allereerst gebeurt dit bij de indicatiestelling. Vervolgens zet een wijkverpleegkundige een cliënt met de geïndiceerde hoeveelheid tijd in de planning. Voor de meeste wijkverpleegkundigen geldt dat zij na het cliëntbezoek de daadwerkelijk bestede tijd ook nog moeten vastleggen. Als die gedurende een langere periode meer dan tien procent afwijkt van de geïndiceerde tijd dan leidt dit tot extra administratie. De wijkverpleegkundige moet in dit geval de indicatiestelling aanpassen. 

Wijkverpleegkundigen ervaren de nauwgezette urenregistratie als een blijk van wantrouwen waarmee hun professionele autonomie in het geding komt. De zorgprofessional kan in onvoorziene situaties niet zelf bepalen dat het soms noodzakelijk is van de geïndiceerde hoeveelheid zorg af te wijken. Het roept het gevoel op dat het draaien van productie belangrijker is dan het leveren van goede zorg. 

De cliënt is niet de zorgbehoevende, maar voornamelijk “het product dat de kassa moet laten rinkelen”, zegt een wijkverpleegkundige. Een gedeelde frustratie onder wijkverpleegkundigen is dan ook de administratie die niet in dienst staat van de kwaliteit van de zorg, maar vooral dient ter verantwoording van de tijd zodat er geld in het laatje komt. Het besef dat administreren tijd - dus geld – kost lijkt er nauwelijks te zijn. 

Een andere eis van de zorgverzekeraar die volgens de wijkverpleegkundigen tot frustratie en tijdverspilling leidt, is de verplichte ondertekening van een bijgewerkt zorgplan. In het zorgplan staat welke zorg een cliënt krijgt. Als blijk van instemming moet de cliënt het zorgplan ondertekenen, óók nadat er slechts minimale wijzigingen hebben plaatsgevonden. Dit is noodzakelijk om zorg vergoed te krijgen. 

In de praktijk betekent dit dat de wijkverpleegkundige het gewijzigde zorgplan eerst moet printen. Vervolgens moet de cliënt dit thuis ondertekenen. Cliënten tekenen het dossier vaak ongezien omdat de wijkverpleegkundige de aanpassingen al heeft besproken. Het is bovendien een blijk van vertrouwen dat ze de wijzigingen niet nogmaals nalezen en het laat zien hoe overbodig deze handeling is. De wijkverpleegkundige is na het verkrijgen van de handtekening overigens nog niet klaar: op de fiets gaat de handtekening mee naar kantoor en daar scant de wijkverpleegkundige het zorgplan opnieuw in, vaak op de enige traag werkende computer die op kantoor staat.


Communicatie met andere zorgprofessionals verloopt moeizaam

Dat wijkverpleegkundigen veel tijd besteden aan administratie is niet alleen een gevolg van de noodzaak verantwoording af te leggen. Onnodige besteding van tijd aan administratie komt ook doordat de communicatie met andere zorgprofessionals moeizaam en versnipperd verloopt. Daarom zou het bij uitstek voor de wijkverpleegkundigen een verademing zijn als alle zorgverleners in hetzelfde elektronische patiënten-/cliëntsysteem zouden werken.

De wijkverpleegkundige komt bij cliënten thuis en signaleert hierdoor vaak als eerste dat andere zorgverleners in actie moeten komen. Denk aan de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde of een fysiotherapeut. Overigens gaat het soms ook om maatschappelijk werkers, vrijwilligersorganisaties, familie of mantelzorgers. Om deze partijen op de hoogte te brengen bellen, mailen of whatsappen wijkverpleegkundigen tussen hun werkzaamheden door. Het kost veel tijd om alle informatie te ordenen, te verspreiden of te verkrijgen. Wijkverpleegkundigen zijn daarom zeer gebaat bij één gestandaardiseerd communicatiesysteem voor alle zorgverleners.

Minder verantwoording en betere ict-systemen zijn de oplossing

Om de administratieve last van wijkverpleegkundigen terug te dringen zijn er twee dingen nodig: ict-systemen moeten de administratie van de wijkverpleegkundigen vereenvoudigen en de mate waarin wijkverpleegkundigen verantwoording afleggen moet minder.

Digitalisering en ict-systemen kunnen de administratieve last van wijkverpleegkundigen vereenvoudigen. De centrale rol van de wijkverpleegkundige vraagt om een centraal digitaal punt waar gegevens verzameld en uitgewisseld worden. Uiteraard moet daarbij rekening gehouden worden met de privacy van cliënten. Dat is mogelijk. Sommige wijkverpleegkundigen hebben binnen hun organisatie al een ict-systeem waarin cliënten zelf inzicht hebben in wat de wijkverpleegkundige over hen schrijft, en de cliënt kan ook toegang verschaffen aan mantelzorgers. 

Wijkverpleegkundige

“Ik ben tevreden met de digitalisering in de wijkzorg en ik denk dat daar toekomst in zit om de kwaliteit te verbeteren.”

Ook voor tijdregistratie kan digitalisering verlichting bieden. Een oplossing die een aantal thuiszorgorganisaties hiervoor hebben is vergelijkbaar met het inchecksysteem van de OV-chipkaart. De cliënt krijgt een kastje zodat de wijkverpleegkundige kan ‘’in-en-uitchecken’’. Dit systeem registreert vervolgens automatisch de aankomst- en vertrektijd.

Met handige ict-systemen is het probleem echter niet opgelost. Daarvoor moet ook de hoeveelheid administratieve handelingen worden teruggebracht. Wijkverpleegkundigen horen vaak van hun leidinggevende dat de druk om tot in detail verantwoording af te leggen afkomstig is van zorgverzekeraars. Het is daarom hoog tijd dat wijkverpleegkundigen zelf om tafel gaan met zorgverzekeraars om te bespreken wat voor informatie écht noodzakelijk is om inzicht te geven in hun werkzaamheden.

Wij roepen daarom wijkverpleegkundigen op niet te schuwen de strijd aan te gaan. Op twintig november staat de eerste actiedag gepland. Laat dit de kentering zijn. Ga door met actie voeren en gebruik ludieke acties om onnodige administratieve handelingen aan te kaarten. De aanhouder wint.

Auteurs: Lisanne van Eersel, Ruben Korte & Rik Maassen, leden van de denktank (Ont)Regel de Zorg. Zij brachten in opdracht van Het Roer Moet Om en VvAA de administratieve lastendruk van zes verschillende zorgberoepen in kaart. De Argumentenfabriek begeleidde hen daarin. 


LisanneRubenRik