Inloggen

Bericht uit de frontlinie - Eva Koekenbier

ANIOS Interne Geneeskunde

5 juni 2020 - De lichte paniek over wat er ging komen, de hectiek waarin het hele ziekenhuis werd verbouwd en elke dag weer nieuwe protocollen waarmee we te maken kregen. Het was een turbulente tijd. 

Gelukkig resulteerde het in een goed geoliede machine en lijkt de rust nu terug te keren; het aantal patiënten dat wordt opgenomen met coronavirus neemt aanzienlijk af. Als ik nu terugkijk op die eerste weken vraag ik mijzelf af: wat neem ik mee uit deze periode?

Spoedeisende hulp in coronatijd

In de normale situatie op de spoedeisende hulp (SEH) zien we iedereen binnenkomen. Hier triëren we de patiënten, staan we bij de opvang en overdracht en kunnen altijd even om de hoek kijken, om te zien hoe het met de patiënten gaat. 

In de coronatijd was dit anders. We brachten patiënten binnen via een speciale gang, om zo het gevaar dat anderen besmet werden te voorkomen. Als de verpleegkundige klaar was met de controles en onderzoeken, lag de patiënt alleen op een kamer. Achter twee sluisdeuren, met alleen een bel naast hun bed. Op dat moment was het enige toezicht dat we hadden een monitor met daarop de hartfrequentie, zuurstofsaturatie en het aantal ademhalingen per minuut. 

Onbestemd gevoel

Soms voelde ik me wat ongemakkelijk bij deze situatie. Zodra er een nieuwe naam op het SEH-bord verscheen, kreeg ik een onbestemd gevoel. Het gevoel dat ik snel naar de patiënt toe moest, omdat het anders misschien wel eens kon misgaan. Doordat onze patiënten achter gesloten deuren lagen en ik minder goed een vinger aan de pols kon houden, werd dit gevoel alleen maar versterkt.

Varen op de klinische blik van een ander was in het begin onmogelijk: niemand wist iets van het ziektebeeld af. Om toch een eerste indruk te krijgen van de patiënten, vroeg ik de verpleegkundige mij te bellen zodra de patiënt binnenkwam. Zo stond ik omgekleed direct klaar voor de opvang. Kon ik niet weg, dan belde ik naar de kamer om telefonisch de overdacht en controles te horen.  

Alles in één keer

Dat patiënten in isolatie lagen, had ook een ander effect. Vanwege schaarste van middelen, zoals mondkapjes en jassen, was het niet de bedoeling dat we steeds maar weer in en uit een kamer liepen. In principe ging je één keer naar binnen en deed je alles wat je moest doen. Anamnese en lichamelijk onderzoek, maar ook het controleren van de medicatie, het meest waarschijnlijke beleid (wel of niet opnemen) en behandelbeperkingen bespreken. Waren er nog vragen? Dan probeerde ik die meteen zo goed mogelijk te beantwoorden, daarna verliet ik pas de kamer.

Ook het opstellen van een mogelijke differentiaaldiagnose en het bedenken van een passend beleid gebeurde direct. Nog vóór de aanvullende onderzoeken bekend waren. Idealiter gaat het altijd zo, maar in de praktijk vindt dit toch vaak plaats nadat alle onderzoeken bekend zijn, je nog even hebt nagedacht over de hoofdklacht en mogelijk online nog iets hebt opgezocht. 

Zorgvuldigheid vasthouden

Het gevolg van al deze protocollen was dat ik nog zorgvuldiger te werk ging, om een zo volledig mogelijk beeld van de patiënt te krijgen. Die zorgvuldigheid is voor mij een belangrijke les geweest in deze periode en dit wil ik vasthouden. Het maakt mij een betere dokter. 

Inmiddels gaan we terug naar de oude situatie. Iets wat ik niet meer als vanzelfsprekend zie, maar waar ik wel ontzettend blij mee ben.

Wilt u meer verhalen lezen of bent u op zoek naar tips of hulp? Bekijk hier alles rondom het thema 'Zorg voor mentale veerkracht'.

Over de auteur

Eva Koekenbier

Eva Koekenbier is net klaar met haar studie geneeskunde en werkt als ANIOS Interne Geneeskunde bij Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede.

Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email