Salarisflits januari 2017

Vanaf 2017 nog maar een WGA-risico

Vanaf 1 januari 2017 zijn de premies voor Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) voor vast en flexibel personeel gecombineerd tot één premie WGA. De samenvoeging van de WGA-risico’s houdt in dat u als werkgever óf het gehele risico via het UWV verzekert óf dit onderbrengt bij een verzekeraar waar u als eigen risicodrager het risico onderbrengt.

Halfjaarlijkse keuzemomenten

U kon tot nu toe alleen eigenrisicodrager zijn voor WGA-vast. In aansluiting op de wijziging is het eigenrisicodragerschap met ingang van 2017 uitgebreid met WGA-flex. U kunt alleen nog voor de totale WGA-lasten (dus -vast en -flex samen) eigenrisicodrager zijn. U had de mogelijkheid om vóór 1 januari 2017 opnieuw een keuze te maken of u het WGA-risico vanaf 2017 bij UWV wilde voortzetten, het daar opnieuw wilde onderbrengen, of dat u  eigenrisicodrager wilde worden. Wanneer u niet (tijdig) uw besluit hebt kunnen nemen, bestaat ook vanaf 2017 de mogelijkheid om jaarlijks per 1 januari of per 1 juli alsnog een keuze te maken.

Eigenrisicodrager per 1 januari 2017? Stuur ons uw documenten toe!

Bent u met ingang van 1 januari 2017 eigenrisicodrager geworden voor de Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)? Dan ontvangt u een beschikking van de Belastingdienst en de polisbescheiden van de verzekeraar waar u het risico verzekerde. Voor een juiste verwerking in uw salarisadministratie is het van belang dat u ons zo spoedig mogelijk (kopieën van) beide documenten toestuurt, voor zover u dat al niet hebt gedaan.

Hebt u nog vragen over uw specifieke situatie, dan kunt u contact opnemen met onze adviseurs via wgaadvies@vvaa.nl of via 030 247 49 10. Meer informatie over de WGA kunt u ook vinden op www.vvaa.nl/wga

Uniforme Pensioenaangifte volautomatische uitwisseling van pensioengegevens

Met de invoering van de Uniforme Pensioenaangifte (UPA) is de aanlevering van de loon- en dienstverbandgegevens van uw werknemers aan het pensioenfonds voortaan gestandaardiseerd en gekoppeld aan de salarisadministratie.Dit betekent dat een aanpassing alleen nog in de bron (de salarisadministratie) gedaan kan wordenen daarmee ontvangt PFZW automatisch dezelfde gegevens. Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) introduceerde als eerste de UPA al vanaf 1 januari 2017.

Als aangesloten werkgever ziet u de wijzigingen die achteraf over januari zijn ingediend, terug op de factuur over de maand maart. Deze factuur ontvangt u eind februari van PFZW. Wijzigingen die later dan de uiterste aanleverdatum worden ingediend, vindt u terug op de factuur over de maand april, die u eind maart van PFZW ontvangt.

VvAA nam als samenwerkingspartner van PGGM deel aan de succesvolle pilot voor PFZW en is daardoor goed voorbereid op de UPA.

Bijtelling voordeel privegebruik auto

In 2017 veranderen de CO₂-uitstootgrenzen en de bijbehorende bijtellingspercentages voor het privégebruik van personen- en bestelauto’s van de zaak (zie onderstaande tabel). Het maakt niet uit op wat voor brandstof de auto rijdt: de uitstootgrenzen en bijbehorende bijtellingspercentages zijn in alle gevallen hetzelfde.
De bijtelling voor auto’s met een datum van eerste toelating op de weg van 1 januari 2017 of later is 22% van de cataloguswaarde. Alleen voor nieuwe auto’s zonder CO₂-uitstoot geldt een bijtelling van 4%. Het 4%-percentage geldt voor 60 maanden. De termijn van 60 maanden start op de eerste dag van de maand, na de datum van eerste toelating van de auto.
CO₂-uitstoot in gram per kilometer Bijtellingscategorie alle brandstoffen
0 4%
meer dan 0 gram 22%

Handhaving Wet DBA uitgesteld tot januari 2018

Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) is het de bedoeling dat opdrachtgevers en opdrachtnemers onderling een contract afsluiten, waarin staat wat hun werkrelatie is. Hiermee moet het eenvoudiger worden om te controleren of iemand echt als zelfstandig ondernemer werkt. De handhaving van de wet DBA is echter uitgesteld, omdat er nog te veel haken en ogen aan zitten. Dit betekent dat zzp’ers en opdrachtgevers tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing van de Belastingdienst krijgen. In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of de wetgeving herzien moet worden, om beter aan te sluiten op de praktijk. Met deze maatregelen wil het kabinet de overgang naar de Wet DBA voor zzp’ers en opdrachtgevers makkelijker maken. 

Voor meer informatie over de Wet DBA en over modelovereenkomsten kunt u contact opnemen met de fiscale afdeling van VvAA via fiscaal@vvaa.nl.

Lage-inkomensvoordeel jaarlijkse tegemoetkoming in loonkosten

Sinds 1 januari 2017 is het lage-inkomensvoordeel (LIV), een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming in de loonkosten voor medewerkers met een laag loon, in werking getreden. Met deze maatregel stimuleert  de overheid werkgevers om deze medewerkers in dienst te houden of te nemen.

Voorwaarden
Het LIV geldt voor een medewerker die op basis van de gegevens uit uw loonaangiften in een kalenderjaar:
  • een gemiddeld uurloon verdient van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk 
       minimumloon (zie kader);
  • ten minste 1248 verloonde uren heeft (ongeacht of het gehele jaar of een gedeelte daarvan is 
       gewerkt);
  • de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
Dit is het wettelijk minimumloon zoals dat geldt voor een medewerker van 23 jaar of ouder. 
Het gemiddeld uurloon van een medewerker berekent u door het jaarloon te delen door het aantal
verloonde uren. Het aantal verloonde uren zijn de uren die u met de medewerker bent 
overeengekomen (contracturen), waaronder ook vallen:
  • de niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde (verlof- of ziekte-)uren;  
  • de uitbetaalde extra uren (overuren) die een medewerker werkt;   
  • de niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Er is geen maximum aan de duur van het LIV. Zolang de medewerker per kalenderjaar aan de voorwaarden voldoet, hebt u recht op de tegemoetkoming voor die medewerker.

Hoogte van het LIV
Voor 2017 gelden de volgende bedragen:
  • Voor medewerkers met een gemiddeld uurloon van ten minste € 9,54 en niet meer dan € 10,49 ontvangt u € 1,01 per uur met een maximum van € 2.000,- per medewerker per jaar.
  • Voor medewerkers met een gemiddeld uurloon van ten minste € 10,50 en niet meer dan € 11,92 ontvangt u € 0,51 per uur met een maximum van € 1.000,- per medewerker per jaar.

Automatische uitbetaling
De Belastingdienst keert de vergoeding jaarlijks achteraf automatisch uit op basis van de gegevens die worden aangeleverd bij de periodieke aangifte loonheffingen over een kalenderjaar. U hoeft zelf geen aanvraag in te dienen. De uitbetaling gaat als volgt:
  • U krijgt jaarlijks vóór 15 maart van UWV een voorlopige berekening van uw LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over het voorafgaande kalenderjaar.
  • Wanneer u het niet eens met de berekening, kunt u tot en met 1 mei van dat jaar correcties indienen.
  • De Belastingdienst stuurt u vóór 1 augustus van dat jaar een definitieve vaststelling van uw LIV. Dat doen zij, op basis van de gegevens die ze van UWV krijgen.
  • De Belastingdienst  betaalt u binnen 6 weken na de datum van de definitieve vaststelling uw LIV uit.
Correcties over het voorafgaande kalenderjaar die na 1 mei 2018 worden ingediend blijven buiten de berekening van het LIV.

Geen proeftijd in arbeidscontract van maximaal 6 maanden

Wij merken dat werkgevers zich er vaak niet bewust van zijn dat zij geen proeftijd mogen afspreken in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (6 maanden of korter). Voor de volledigheid vindt u hieronder een overzicht van de situaties waarbij u nog wel een proeftijd mag hanteren.

Proeftijd arbeidscontracten tussen de 6 maanden en twee jaar
Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die langer zijn dan zes maanden, maar korter dan twee jaar of arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waarvan het einde niet op een kalenderdatum is gesteld, geldt dat er een proeftijd van maximaal één maand mag worden overeengekomen. In die situaties mag bij cao de termijn verlengd worden tot maximaal twee maanden.

Proeftijd andere arbeidscontracten ongewijzigd
De duur van de proeftijd in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van twee jaar en langer en arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd is niet veranderd. Voor deze overeenkomsten geldt dat op grond van de wet een proeftijd van maximaal twee maanden mag worden overeengekomen en dat deze termijn niet kan worden verlengd bij cao.

Verhoging maximale transitievergoeding

De transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop werknemers volgens de wet recht op hebben als zij worden ontslagen na een dienstverband van twee jaar of langer. Het maximum voor de transitievergoeding is per 1 januari 2017 verhoogd van € 76.000,- naar € 77.000,-. Dit maximum is niet van toepassing als het loon van de betreffende medewerker op jaarbasis meer bedraagt dan € 77.000,-; dan is dat jaarloon het plafond van de transitievergoeding. Het maximum van € 77.000,- geldt alleen voor transitievergoedingen die werkgevers moeten betalen aan medewerkers van wie de arbeidsovereenkomst op of na 1 januari 2017 eindigt. Voorwaarde voor het recht op de transitievergoeding is dat de medewerker minimaal twee jaar in dienst is geweest en dat de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd.

Verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd is vanaf 1 januari 2017 verhoogd naar 65 jaar en 9 maanden.

Aanpassing minimum loon

Bruto bedragen per 1 januari 2017
Met ingang van 1 januari 2017 is het wettelijk minimum (jeugd)loon met 0,94% verhoogd en gelden de volgende bruto bedragen:
Leeftijd Minimum loon
23 jaar en ouder € 1.551,60
22 jaar € 1.318,85
21 jaar € 1.124,90
20 jaar € 954,25
19 jaar € 814,60
18 jaar € 706,00
17 jaar € 612,90
16 jaar € 535,30
15 jaar € 465,50
Als binnen uw personeelsbestand medewerkers worden beloond op basis van het minimumloon, dan passen wij vanaf 2017 automatisch de aangepaste bedragen toe.

Voorgenomen wijzigingen vanaf 1 juli 2017
Het kabinet heeft het voornemen om vanaf juli 2017 de leeftijd van het minimumloon in twee stappen aan te passen van 23 jaar en ouder naar 21 jaar en ouder. Daarnaast moet het minimumjeugdloon vanaf 18 jaar omhoog. De Eerste en Tweede Kamer moeten de plannen van het kabinet nog goedkeuren. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.