Fiscale wijzigingen pensioenopbouw en lijfrente. Wat betekent dit voor u?

In 2015 veranderen de fiscale regelingen rondom uw pensioenopbouw en lijfrente. VvAA denkt met u mee hoe u hier het best mee om kunt gaan en geeft u advies.

Pensioenadvies aanvragen
Uw pensioen regelen

Uw oudedagsvoorziening in 2015

Wijziging pensioenopbouw 2015

Vanaf 2015 verandert de regelgeving omtrent pensioenopbouw. Hier vindt u een samenvatting van de wijzigingen. Pensioenadvies aanvragen

Verlaging

Door de wijzigingen in de wetgeving komen er extra redenen bij om tijdig vermogen te reserveren voor later. Vanwege de verhoging van de pensioenrichtleeftijd zijn de pensioenopbouwpercentages verlaagd. Zo daalt het percentage bij bijvoorbeeld een middelloonregeling van 2,15% in 2014 naar 1,875% in 2015.

Bovenop deze verlaging komt de maatregel dat het opbouwen van pensioen over een inkomen van meer dan € 100.000,- niet langer fiscaal gefaciliteerd is. Dat betekent dat vanaf 2015 uw pensioenopbouw bij het pensioenfonds gemaximeerd is. En ook de bruto lijfrentestorting die u mag doen.

 

Let op: tekort nabestaandenpensioen door recente wetswijziging

Vanaf 1 januari 2015 is het maximaal pensioengevend salaris van €160.000 gedaald naar €100.000. Deze wetswijziging heeft grote gevolgen voor het nabestaandenpensioen. Als u (plotseling) komt te overlijden ontvangen uw nabestaanden sinds 1 januari 2015 nu al minder nabestaandenpensioen dan zij in 2014 zouden hebben ontvangen. Hoe compenseert u dit tekort? > lees meer 

 

Netto lijfrente

Als goedmaker voor de maximering van de pensioenopbouw introduceert de wetgever de netto lijfrente. Anders dan bij de bruto lijfrente zijn de premies niet aftrekbaar en de uitkeringen niet belast. En in box 3 komt er een extra vrijstelling voor deze spaarfaciliteit. Hoeveel u mag inleggen is afhankelijk van een leeftijdsafhankelijke staffel. Mede hierdoor is de netto lijfrente een heel klein doekje voor het bloeden.

Wilt u meer flexibiliteit behouden en zelf bepalen hoeveel u spaart en waaraan u uw gespaarde vermogen te zijner tijd besteedt, dan kunt u natuurlijk ook nog altijd geld opzij zetten op een spaar- of beleggingsrekening. Wat moeilijker, maar soms zeker zo effectief, is het om uw uitgaven structureel te verlagen om zodoende voldoende geld over te houden voor later. Dit doet u bijvoorbeeld door versneld af te lossen op uw hypotheek. Maar ook door er geen gewoonte van te maken om geld te lenen bij uw BV.

Contact

Advies over uw lijfrenteverzekering of meer weten over de fiscale pensioenwijzigingen?

Wijziging fiscale regels voor lijfrenteverzekeringen

In 2013 is gestart met de verhoging van de AOW-leeftijd. Als gevolg van deze wijziging zijn in 2015 de fiscale regels voor de uitkering van lijfrenteverzekeringen gewijzigd.

Pensioenadvies aanvragen

Uw oudedagsvoorziening

Met uw lijfrenteverzekering bouwt u een oudedagsvoorziening op. Aan het einde van de looptijd van deze verzekering koopt u een lijfrente aan. U kunt dan kiezen voor een tijdelijke of levenslange lijfrente. De verhoging van de AOW-leeftijd kan gevolgen hebben voor de uitkering van een tijdelijke oudedagslijfrente. Hieronder leest u wat de veranderingen zijn. Voor een levenslange lijfrente verzekering verandert er niets. (Een levenslange lijfrente verzekering keert uit zolang u leeft).

 

Wat is een tijdelijke oudedagslijfrente?

U bouwt met uw lijfrenteverzekering waarde op. Met die waarde koopt u op de einddatum van uw verzekering een lijfrente uitkering. Een lijfrente uitkering is een aanvulling op uw AOW en pensioeninkomen. U kunt dan kiezen voor een tijdelijke of een levenslange lijfrente. Een tijdelijke oudedaglijfrente is een lijfrente uitkering, waarbij u minimaal vijf jaar een aanvulling op uw (pensioen)inkomen krijgt.  

 

Wat is er veranderd?

De tijdelijke oudedagslijfrente mag pas ingaan in het jaar dat u de AOW-leeftijd bereikt. Later mag ook, maar niet later dan vijf jaar na het jaar waarin u de AOW-leeftijd hebt bereikt. De AOW-leeftijd gaat sinds 2013 in stappen naar 67 jaar. Dit betekent dat de tijdelijke oudedagslijfrente vanaf 2014 niet meer vanzelfsprekend mag ingaan in het jaar dat u 65 wordt.

 

De overgangsregeling

In de aanloop naar de nieuwe situatie geldt een overgangsregeling. Deze ziet er als volgt uit:

Hebt u na 31 december 2013 geen premie meer betaald voor uw lijfrenteverzekering? Dan mag u de waarde van uw lijfrenteverzekering gebruiken voor de aankoop van een tijdelijke oudedagslijfrente in het jaar dat u 65 wordt.

Hebt u na 31 december 2013 wel premie betaald voor uw lijfrenteverzekering? Dan mag u de waarde die u tot en met 31 december 2013 hebt opgebouwd gebruiken voor de aankoop van een tijdelijke oudedagslijfrente in het jaar dat u 65 wordt.

De waarde die u na 31 december 2013 hebt opgebouwd mag u pas gebruiken voor de aankoop van een tijdelijke oudedagslijfrente in het jaar dat u de AOW-leeftijd bereikt.

Contact

Advies over uw lijfrenteverzekering of meer weten over de fiscale pensioenwijzigingen?